Vitamine B17 tegen kanker

DELEN

Het geheim van de Hunza’s

In de afgelegen dalen van de Himalaya, tussen Afghanistan, Pakistan, Kashmir en Chinees Turkestan, ligt het koninkrijkje van de Hunza’s. In de vorige uitgave van Beyond Medicine hebben we de Hunza’s genoemd in verband met het artikel over biologische producten. De Hunza’s zijn bekend om hun hoge leeftijden en hun opvallende gezondheid. Het is niet ongewoon, als een Hunza de 100 jaar haalt, en sommigen worden zelfs 120 of meer! Medisch deskundige onderzoekers vanuit de buitenwereld verklaren na hun bezoek aldaar, eenstemmig, dat er nooit een geval van kanker is voorgekomen in Hunzaland. Hoewel op dit moment de officiële wetenschap geen verklaring heeft voor het kanker-vrij zijn van de Hunza’s, is het interessant om te weten dat het doorsnee Hunzavoedsel 200 x meer nitriloside bevat dan het gemiddelde West- Europese en Amerikaanse voedsel (abrikozenkernen bevatten een zeer hoog gehalte nitriloside). Andere bevolkingsgroepen waar geen kanker voorkomt zijn de Eskimo’s, de Abkhaziërs van de Kaukasus bij de Zwarte Zee, de Hopi’s en Navajo’s en sommige inheemse volken van Zuid Amerika en Zuid Afrika. Het enige wat deze volken gemeen hebben, is dat de graad waarin zij vrij van kanker zijn, recht-evenredig is met de hoeveelheid nitriloside dat in hun voedsel te vinden is.

Een kort overzicht van ons huidige West-Europese en Amerikaanse voedsel maakt het volgende duidelijk: De schappen in de supermarkten staan volgepakt met koolhydraatrijk voedsel, dat voorbewerkt is, d.w.z. geraffineerd, geconcentreerd, van kunstmatige geur of smaak voorzien, en volgestopt met chemische concerveringsmiddelen. Sommige fabrikanten gaan zelfs prat op de lage voedingswaarde van hun product. Gierst was eens de belangrijkste graansoort. Het bevat veel nitriloside. Maar het is nu vervangen door tarwe, dat praktisch geen nitriloside bevat, zelfs de complete tarwekorrel niet. Ons vee wordt nu ook al gevoed met snelgroeiende grassoorten met een laag nitriloside gehalte, zodat er heel weinig van deze stof in het vlees komt dat wij van deze graseters binnen krijgen.

Omstreeks 1952 heeft Ernst Krebs Jr., een biochemicus uit San Francisco, de theorie ontwikkeld, dat kanker, net als scheurbuik (dat door een vitamine C-tekort wordt veroorzaakt) en pellagra (een zeer besmettelijke huidziekte, door een tekort aan vitamine B) niet veroorzaakt wordt door een of andere geheimzinnige bacterie, virus of vergif, maar eveneens een tekortheidsziekte is. De oorzaak zou het gemis aan een essentieel bestanddeel in het menu van de hedendaagse mens zijn. Hij ontdekte dat dit bestanddeel behoorde tot de nitrilosidenfamilie. Dat zijn stoffen, die overvloedig in de natuur voorkomen, en wel in meer dan 1200 eetbare planten, verdeeld over de aarde. Het is sterk vertegenwoordigd in de zaden van vruchten, maar ook in grassen, mais, sorghum,  gierst, cassave, lijnzaad, appel, abrikozen, kersen en perzikpitten, bittere amandelen en vele andere voedingsmiddelen, die inmiddels verdwenen zijn uit het moderne beschavingsmenu. Het is bekend dat huisdieren dikwijls bepaalde grassoorten zoeken en opeten, hoewel ze aan voedsel geen gebrek hebben. Dit gebeurt in het bijzonder als de dieren zich niet goed voelen. De grassen die ze dan instinctief uitkiezen zijn merkwaardig genoeg rijk aan nitriloside, oftewel vitamine B17. Abrikozenzaden (de kernen binnen in het harde omhulsel) vormen de meest geconcentreerde bron van nitriloside, die in de natuur te vinden is. De abrikozenpitten en/of bittere amandelen (eet geen zoete amandelen samen met de bittere) bevatten vitamine B17, ook wel amigdaline of leatrile genoemd. Er worden er zo’n 60 per dag aanbevolen. Er is weerstand tegen dit dieet, omdat de oplossing te eenvoudig lijkt. De pitten kunnen voor sommigen nogal vies zijn. Maar dit kan voor een groot deel gecompenseerd worden door ze tezamen met abrikozen, appels of appelmoes te eten. Het is het beste om de abrikozenpitten of bittere amandelen wat verspreid over de dag in te nemen en niet in één keer. Mensen met bijvoorbeeld leverziekten kunnen klachten krijgen en kunnen het dan misschien niet aan. Kleine kinderen hebben een heel grote lever. Daarom wordt deze therapie voor kleine kinderen afgeraden. Voor hen kunnen abrikozenpitten en bittere amandelen dodelijk zijn. Men dient dus zelf te letten op eventuele bijwerkingen en men is er zelf verantwoordelijk voor als men kiest voor deze alternatieve kankertherapie. Niet iedere tumor reageert daarbij even goed op deze therapie! Als je er geen 60 per dag verdraagt, probeer het dan met wat minder. Het helpt dan echter ook (veel) minder. Probeer de hoeveelheid met 5 of 10 pitten per dag op te voeren, zodat je in 12 of 6 dagen aan het rantsoen zit. Preventief is het goed om zo’n 10 à 15 abrikozenpitten per dag te eten.

Over vitamine B17 worden door verschillende mensen uiteenlopende dingen gezegd. In principe is de naam Vitamine B17 natuurlijk geen erkende naam. Want het begrip en de kenmerken van een vitamine zijn niet van toepassing op B17. Vitamine B17 wordt ook aangeduid als nitriloside, laetril, amigdaline en abrikozenpittenextract.

In een artikel in de Observer verwierp John Diamond de veelbesproken, erg bekende en goedgedocumendeerde anti-kankerbehandeling met het extract van abrikozenpitten, gekend onder de naam Vitamine B17. Aanhangers van Laetril (vitamine B17) en Essiac hadden zoveel stof doen opwaaien over hun mirakelkuur dat beide stoffen meermalen werden onderzocht, waarbij ze volgens hem waardeloos werden bevonden. Hij vroeg zich af of het misschien een misleide brave ziel was die hem een essay stuurde over de wonderlijke werking van vitamine B17. De vraag is of John diamond puur op dit verhaal reageerde of dat de rapporten van het conventionele onderzoek hem sterkten in zijn mening?

Dr. Dean Burk, voormalig hoofd van het departement cytochemie van het National Cancer Institute, (waarvan hij trouwens mede-oprichter is) heeft zelf meegewerkt aan het onderzoek naar vitamine B17. Hij kwam daarbij tot heel andere conclusies:

“Toen we Laetril toevoegden aan een kankercultuur samen met het enzym glucosidase, dan zagen we, onder de microscoop, kankercellen sterven als vliegen.” Glucosidase is in ruime mate aanwezig in de kankercel. Dit enzym activeert het kankerdodende mechanisme in vitamine B17. Een goede klinische analyse van dit mechanisme is te lezen in ‘B17 Metabolic Therapy In The Prevention And Control Of Cancer’, een nauwkeurig verslag van het onderzoek naar deze vitamine. Dr. Burk benadrukt dat de werkzaamheid van Laetril in tenminste 5 andere onafhankelijke instituten, verspreid over de wereld, werd vastgesteld.

In de eerste plaats hebben we dus de uitgebreide gegevens over Hunza’s en Eskimo’s, die zonder meer statistisch aantonen, dat Vitamine B17 kanker werkelijk voorkomt, en wel met een zekere doeltreffendheid. Hierover kan weinig verschil van mening bestaan. Maar hoe zit dat met kanker, die zich al ontwikkeld heeft? Kan B17 een mens gezond maken, nadat hij de ziekte heeft opgelopen? Het antwoord is: Ja, de kans op genezing is reëel, mits het op tijd ontdekt wordt, en mits de patiënt inwendig niet te ernstig is beschadigd of aangetast door bestraling of giftige chemische middelen.

Op de tweede plaats verscheen er in het decembernummer van de Plantage Hortus van 1991 een artikel over bamboes. Het ging met name om een bepaalde bamboesoort, namelijk de reuzenbamboe of Dendrocalamus giganteus.

‘De 500 soorten en 60 geslachten van de onderfamilie Bambusoideae (familie Graminae of grassenfamilie) komen voor in Zuidoost Azie (vanaf Japan tot aan India in het westen en Australie in het zuidoosten). Het geslacht Dendrocalamus omvat vijfentwintig soorten, die verspreid over het gebied tussen India en China groeien. De reuzenbamboe komt voor in Birma en Maleisië op vochtige plekken in de buurt van rivieren. De stammen kunnen een hoogte van dertig meter, en een diameter van dertig centimeter bereiken. De bladeren hebben een lengte van vijftig centimeter. De groeisnelheid van deze planten is enorm, gemiddelden van dertig à veertig cm. per dag schijnen normaal te zijn. Er zijn zelfs records van honderd cm. per dag waargenomen. Door deze grote groeisnelheden werd deze plant in Zuidoost Azie ook als strafwerktuig gebruik: gevangenen werden vastgebonden op een bed van jonge bamboeaanplant, die dan onverbiddelijk dwars door hen heen groeide! Gelukkig wordt dit gras nu voornamelijk als een nuttig gewas gebruikt. Naast zijn decoratieve functie is deze bamboesoort belangrijk als constructiemateriaal. Met behulp van bamboestammen worden eenvoudige bruggen en huizen gebouwd. Ook worden de bamboestammen gebruikt als masten op boten. Daarnaast zijn de holle buizen goed bruikbaar als waterleiding. Een Australisch onderzoek heeft uitgewezen, dat naast de soort D. giganteus ook andere soorten uit dit geslacht eetbaar zijn, zoals D. latiflorus, D. asper en D. brandisii. Bamboescheuten worden in grote hoeveelheden gegeten in China, Taiwan, Japan en Korea. Verse bamboescheuten zijn echter alleen beschikbaar gedurende een beperkte periode van het jaar, namelijk vanaf september tot april. Het eten van bamboescheuten is gezond; ze zijn rijk aan nitrilosiden. Dat zijn suikerverbindingen die onder andere een cyanidegroep bevatten. Hoewel vrije cyanide in grote hoeveelheden toxisch is, staan de nitrilosiden bekend als antireumatisch en antiseptisch. Het belangrijkste nitriloside, dat behalve in bamboescheuten ook in bepaalde vruchten zoals abrikozen voorkomt, wordt ook wel vitamine B17 genoemd.’

Op de derde plaats is het een beproefd onderdeel van het Dr. Houtsmüllerdieet. Een combinatie van dagelijks 60 abrikozenpitten (verspreid over de dag) met het dieet van internist Houtsmüller wordt aangeraden. Sommigen hebben Dr. A.J. Houtsmüller belasterd, maar van de Hooge Raad mag de Vereniging tegen Kwakzalverij Dr. Houtsmuller geen kwakzalver of leugenaar noemen.

Dr. Houtsmüller (± 1924), internist en ex-kankerpatiënt, heeft zichzelf genezen van kanker door een dieet, dat aanzienlijk ruimer is dan het Moermandieet. Hij zelf spreekt overigens liever van een voedingstherapie dan van een dieet.

Bittere abrikozenkernen zijn niet te koop bij de supermarkt of groenteboer. De abrikozen die u in Nederland kunt kopen bij de groente- en fruithandel hebben meestal een zoete kern en niet de bittere. De bittere abrikozenkernen zijn wel te vinden bij sommige reform- en natuurvoedingwinkels.

 

DELEN