Acupunctuur bij kankerpatienten

DELEN

Er is een sterk groeiende belangstelling in de academische ziekenhuizen in Amerika naar acupunctuur om bijvoorbeeld bijwerkingen van bepaalde medicijnen te verminderen of de palliatieve zorg te verbeteren en daardoor ook de kwaliteit van leven te verbeteren. De vraag naar goede acupuncturisten is daarmee ook groeiende. Alleen zijn er niet zoveel acupuncturisten die willen werken met kankerpatiënten, omdat daarvoor een specifieke training vereist is en het grootste deel van de acupuncturisten krijgt in hun opleiding meer een bredere benadering. Acupunctuur bij kankerpatiënten vereist soms gewoon een andere aanpak, omdat er op andere plaatsen naalden geplaatst moeten worden dan bijvoorbeeld bij mensen met algemenere klachten. Industriegiganten zoals de kanker Treatment Centers van Amerika bieden nu ook acupunctuur. Bovendien blijken acupunctuurpraktijken in het hele land steeds meer kankerpatiënten te krijgen die op zoek naar verlichting van symptomen zoals pijn en behandelingsgerelateerde bijwerkingen zoals opvliegers en xerostomie (droge mond). En juist bij pijnbehandeling wordt acupunctuur steeds meer gebruikt.

Uit onderzoek van een team wetenschappers van het Rochester Medical Centre in New York State mag worden geconcludeerd dat acupunctuur een fysisch mechanisme in gang zet dat pijn verzacht. Een verslag over hun acupunctuurexperimenten op muizen verscheen in Nature Neuroscience op dertig mei van dit jaar. De onderzoekers pasten acupunctuur toe op muizen met pijnlijke poten door naalden in hun knieën te steken en die naalden elke vijf minuten van plaats te veranderen. De onderzoekers stelden vast dat zowel tijdens als net na die behandeling het adenosineniveau -een door het lichaam natuurlijk aangemaakte pijnstiller- tot 24 maal hoger steeg en de pijn zo goed als verdween. (Bij een groep knaagdieren die geen adenosine meer konden aanmaken had de behandeling geen effect.) De onderzoekers concluderen enkel dat ze een methode hebben ontdekt om lokale pijn te verlichten door middel van acupunctuur.

Onderzoekers van de Universiteit van York maakten hersenscans van enkele proefpersonen die een acupunctuur-behandeling ondergingen. Al snel bleek dat er bij een groot aantal deelnemers aan het experiment verminderde activiteit optrad in hersengebieden die worden geassocieerd met het verwerken van pijn. Volgens de wetenschappers suggereert hun studie dat acupunctuur effect heeft op zenuwstructuren in het menselijk lichaam.

Wanneer een patiënt een acupunctuurbehandeling krijgt ervaart de patiënt een sensatie die ‘dequi’ wordt genoemd. Dit is de sensatie die gevoeld wordt als de naald op de juiste manier in een acupunctuurpunt wordt geprikt. Deze naaldsensatie van deqie of de qui wordt door de meeste acupuncturisten beschouwd als een belangrijk onderdeel van acupunctuur. Maar neuro-imaging-onderzoek laat zien dat deze naaldsensatie beperkt is. In een studie hebben zij het effect onderzocht van deqie bij acute pijn, door naalden te zetten en te kijken naar de sensaties hiervan op de hersenen via fMRI en BOLD-signalen (bloedzuurstofniveau-afhankelijk). Het principe van een fMRI-experiment berust op detectie van een verandering in zuurstofconcentratie in bepaalde delen van de hersenen in een patiënt die tegelijkertijd bepaalde taken uitvoert. De patiënt ligt in het MRI-toestel en voert de taken uit die hem/haar opgelegd worden via een videoscherm dat op de hoofdantenne is geplaatst. Een motorische taak met vingerbewegingen bijvoorbeeld zal een toename van de zuurstoftoevoer naar de motorcortex veroorzaken (‘hemodynamische respons’). MR-beeldvorming met een BOLD-sequentie (blood oxygen level dependent) zal deze toegenomen zuurstoftoevoer in kaart brengen als activatiezones op onderliggende anatomische MR-beelden. Op deze wijze kan de precieze plaats van een eloquente cortex ten opzichte van een tumor in beeld gebracht worden. Zeventien rechtshandige deelnemers kregen acupunctuur op het rechter LI-4 (Hegu) acupuntuurpunt welke werden afgebeeld in een 3T MRI-scanner. Hersengebieden toonden veranderingen aan in BOLD signaalverhoging (activeringen) en afnamen (deactiveringen) en werden als zodanig geïdentificeerd. Verschillen werden aangetoond in het patroon van activeringen en deactiveringen tussen de groeperingen die een deqie-ervaring versus pijnsensaties hadden. Bij de mensen met een de deqie-ervaring was er een duidelijke significante deactivering en geen aanzienlijke activering. Dit in tegenstelling tot de groep met acute pijn, daar was overwegend een mengsel van activeringen en deactiveringen te zien.

Pijnbestrijding

In Nederland gaf OMD (Doctor of Oriental Medicine) Cheng Qian tijdens het symposium ‘regulier & acupunctuur’ een lezing over pijnbestrijding welke direct aansluit op de voorgaande onderzoeken.

Sinds 1977 studeerde Cheng Qian traditionele Chinese geneeskunde en westerse geneeskunde aan Medische Universiteit in de provincie Jiangsu in China. Hij studeerde verder aan de China Medische Universiteit en de Hubei Universiteit voor traditionele Chinese geneeskunde. Na zijn studie werkte hij als internist in het Air Force ziekenhuis in Shijiazhuang, als professor van de China Academie voor Traditionele Chinese Geneeskunde en Wetenschap, het Staats Bureau voor traditionele Chinese geneeskunde, afdeling Wetenschap en Techniek. Vanaf 1993 werd hij gevraagd als docent en stagebegeleider voor de verschillende acupunctuuropleidingen in Nederland, o.a.

The Anglo-Dutch Institute, de Academie voor Natuurgeneeskunde, de Shenzhou Vrije Universiteit etc. Hij is nu ook professor aan de China Academie voor traditionele Chinese geneeskunde en het WHO collaborative Center voor traditionele geneeskunde.

Acupunctuur tegen pijn; theorie, mechanisme en ontwikkeling in onderzoek.

Acupunctuur is een van de behandelmethoden van de Traditionele Chinese geneeskunde, de TCM. De indicaties voor behandeling met acupunctuur zijn zeer breed, maar pijn is een alom bekende indicatie. Vanuit de TCM-leer gezien, dat is de hypothese van ZHANGFUJINGLUO of de leer van de ORGANEN en MERIDIANEN, zijn er verschillende oorzaken voor pijn. Maar je kunt al die oorzaken bij elkaar voegen wanneer je pijn opvat als probleem van de QI en het BLOED. Afwijkingen in de QI en het BLOED zijn of STAGNATIE (blokkade, verstopping) of DEFICIËNTIE (tekort, armoede).

Het eerste mechanisme is: ‘Verstopping veroorzaakt pijn’.

Slechte (kwade, perverse) Qi verstopt de meridiaan, de stagnatie van de Qi en het Bloed geven pijn.

Een tweede mechanisme is: ‘Armoede leidt tot pijn’.

Dat wil zeggen dat pijn optreedt wanneer, door een aantal omstandigheden, de orgaanfunctie afneemt en daardoor de Qi en het Bloed tekortschieten.

Deze pathogenese volgens de TCM verklaart ook de pijn die kan ontstaan bij een ontstekingsproces. Bij een ontstekingsproces, regulier beschreven, zetten bloedvaten uit en treedt spierkramp op. Aan de ene kant dus een stuwing (blokkade) van Qi en Bloed en aan de andere kant een deficiëntie (armoede) van Qi en Bloed. Pijn die veroorzaakt wordt door een TRAUMA is volgens de TCM een direct gevolg van de verbroken toevoer van Qi en Bloed.

De hierboven beschreven pathogenese van pijn spreekt niet over de rol van de geest, Shen. TCM zonder geest bestaat niet. Lichaam en geest zijn twee kanten van dezelfde medaille. Vanuit de orgaanleer van de TCM (ZHANGFU) gezien hebben HART en NIER een directe rol voor Shen. Het Chinese Hart is hierbij dominant. De originele TCM-leer zegt: ‘alle klachten van pijn, jeuk en zweren horen bij het Hart’. Het basisprincipe van pijnbestrijding door middel van acupunctuur met naalden is volgens TCM: de Qi modifiëren en de Shen kalmeren. Qi modifiëren kan door de overtollige Qi en

Bloed in Meridianen en Organen of juist het tekort aan Qi en Bloed te reguleren. Daarnaast kan acupunctuur het transport van Qi en Bloed harmoniseren en de voeding van het weefsel en de bescherming door de verdedigingsenergie normaliseren. Het effect van acupunctuur is snel en duidelijk, bovendien ook veilig en zonder bijwerkingen. In China doorstaat acupunctuur reeds meer dan 2000 jaar de proef van het volk en van de medische praktijk. In China kent acupunctuur een breed scala van indicaties. De laatste halve eeuw is acupunctuur wereldwijd snel populair geworden. Thans wordt acupunctuur in meer dan 120 landen toegepast. De WHO (World Health Organization) heeft in 1979 al een lijst opgesteld met 43 indicaties voor behandeling met acupunctuur. Die lijst gaat voornamelijk over pijnbestrijding. De WHO heeft trouwens in 2008 nog opgeroepen om traditionele geneeswijzen wereldwijd serieus te nemen, te bevorderen en te bestuderen.

Onderzoek

Maar wat is het werkingsmechanisme van acupunctuur? Is de werking wetenschappelijk aangetoond? Niet alleen in China, maar ook in Amerika, Duitsland, Engeland en Frankrijk trachtte men talloze klinische en experimentele onderzoeken te verrichten. In studies is middels neuro-anatomie en neurofysiologie aangetoond dat acupunctuur effectief is bij pijnbestrijding. Pijnbestrijding door acupunctuur heeft in onderzoeken exacte resultaten opgeleverd. Het onderzoek naar de werking van acupunctuur heeft al geleid tot verder onderzoek op het niveau van zenuwcellen, elektrofysiologie, neurotransmitters (bijvoorbeeld enkephalin en dynorphin) en op moleculair niveau. Het zenuwweefsel blijkt met acupunctuur aantoonbaar te beïnvloeden!

Via de receptor en de zenuwuiteinden wordt het signaal naar het centrale zenuwstelsel gestuurd, transductie en discriminatie. Acupunctuurbehandeling kan op verschillende manieren, langs verschillende wegen, het centrale zenuwstelsel beïnvloeden: neuronen van verschillende niveaus in het ruggenmerg, de hersenstam, de thalamus en de cortex worden geactiveerd. Zo wordt het pijn-modulatie-systeem geactiveerd. De productie van pijnbestrijdende stoffen zoals endorphinen, acetylcholine, 5-hydroxytryptamine en andere mono-amine neurotransmitters neemt hierbij toe. De mediale, laterale en ook de centrale laterale nuclei van de thalamus worden geremd, de hyperalgesie-cellen daar ontladen en endogene analgesie is het resultaat.

In het jaar 2000 heeft de Chinese Academia Sinica voor TCM dit gepubliceerd. In 2002 hebben een aantal academici van de Harvard Universiteit in Amerika hun resultaten van onderzoek d.m.v. functionele MRI-technieken gepubliceerd. Beide groepen rapporteerden dat acupunctuurstimulatie van een punt in de hand de activiteit van gebieden in de hersenen kan veranderen. Op de MRI-beelden is te zien dat door prikkeling van de handen de activiteit van de hypocampus, hypothalamus en het hele marginale systeem, het limbische systeem, vermindert. Dat deze delen zeer relevant zijn voor de pijnbeleving is al langer bekend. Uit onderzoek is ook gebleken dat behandeling met acupunctuur op bepaalde punten de activiteit van bepaalde delen van de cortex verandert, met name de activiteit in de lichaams-sensorische gebieden, waar de verwerking van pijn plaatsvindt. In een experimenteel onderzoek naar pijn bij mensen werd pijnsensatie geregistreerd samen met fysiologische reacties als ademhaling, bloeddruk, frequentie van ademhaling, frequentie van hartslag, bloedvolume in de vingertoppen, huidtemperatuur, transpiratie en bioelectrische intensiteit van de huid. Dit onderzoek toonde aan dat acupunctuur reacties op pijn significant vermindert. Acupunctuur beïnvloedt dus de fysiologische reacties op pijn. Andere studies rapporteren dat acupunctuur de emotionele reacties op pijn van de proefpersoon doet vervlakken. Minder pijnbeleving! Samengevat reikt het effect van acupunctuur dus tot in alle systemen van het lichaam: het pijn-modulatiesysteem, het centrale zenuwstelsel, het autonome zenuwstelsel, de circulatie, het immuunsysteem, het endocriene stelsel, de neurotransmitters, het viscerale stelsel enz.

Recent wetenschappelijk multidisciplinair onderzoek heeft bevestigd dat acupunctuur een regulerend effect heeft. Bij prikkeling tot een bepaalde breedte en diepte kan men een volledig neuro-humoraal regulatie-effect bereiken. Hierdoor neemt het incasseringsvermogen van het lichaam en de weerstand tegen ziekte toe. Helaas is het pijnbestrijdende effect van acupunctuur nog niet in alle experimentele onderzoeken aantoonbaar. Er zijn problemen bij het onderzoek naar pijnbestrijding door acupunctuur.

  • In een aantal neurologische onderzoeken werd aangetoond dat prikken op acupunctuurpunten een dubbele werking heeft: de gevoeligheid voor pijn wordt lager en de pijndrempel hoger.
  • Ook de P-stof op het niveau van het ruggenmerg heeft een dubbele rol voor de pijnsensatie. Aan de ene kant wordt daar informatie doorgestuurd over een verwonding waardoor een pijnsensatie optreedt. Aan de andere kant heeft de P-stof een rol bij het bestrijden van pijn.
  • Vrijkomen van P-stof in het ruggenmerg en daarmee pijnbestrijding is hoger of lager, afhankelijk van de intensiteit en frequentie van de prikkeltoediening bij electro-acupunctuur (acupunctuur waarbij een elektrische prikkel wordt toegediend, waarbij de intensiteit en frequentie van de prikkel ingesteld kunnen worden). Het mechanisme hiervan heeft met het activeren van opioïde peptiden te maken. Er is bovendien ook een transcendent remmend systeem van de hersenstam dat door acupunctuur geactiveerd wordt. In een serie onderzoeken zijn die neurochemische stoffen aangetoond. Het zijn verschillende soorten opioïde peptiden die vrijgelaten worden bij elektroacupunctuur. Het pijnstillend effect kan teniet gedaan worden door Naloxon, een morfineantagonist.
  • Het effect van acupunctuur is afhankelijk van de strijd tussen het pijnbestrijdingsmechanisme en het anti-pijnbestrijdingsmechanisme van het lichaam. In dit onderzoek werd aangetoond dat continue langdurige prikkeling met acupunctuur het pijnbestrijdende effect doet afnemen. Er ontstaat een soort ‘immuniteit’ tegen de behandeling. Dit fenomeen ontstaat als gevolg van een negatief biofeedback-mechanisme. Wanneer er meer opioïde peptiden vrijkomen in het centrale zenuwstelsel worden er ook meer antagonisten tegen die opioïde peptiden afgegeven. Dit is een steun voor de leer van TCM. Volgens TCM is er namelijk door middel van acupunctuur een specifiek effect te bereiken wanneer verschillende priktechnieken worden gebruikt en wanneer een andere prikkel op het acupunctuurpunt wordt gegeven.
  • Er is nog een probleem bij het onderzoek naar de effectiviteit van acupunctuur. De eis is dat het Evidence Based moet zijn en dat er dus een behandelde groep en een controlegroep bepaald moeten zijn. Er liggen over het hele lichaam verspreid talloze acupunctuurpunten, van de grote meridianen, van de extra meridianen en nog veel meer. Dat betekent dat ieder punt op het lichaam dat geprikt wordt een acupunctuurpunt kan zijn of is! Prikken of stimuleren van een willekeurig punt op het lichaam kan dus een effect veroorzaken! De zogenaamde ‘Sham-acupunctuur’ bestaat dus niet. Willekeurig prikken van een punt op het lichaam ter vergelijking met prikken van een acupunctuurpunt in het kader van onderzoek naar effectiviteit van acupunctuur zal dus geen betrouwbare resultaten geven. De behandelde groep en de controlegroep kunnen dus niet zinvol bepaald worden wanneer er in de controlegroep wat voor stimulatie dan ook gebruikt wordt.

 We maken in onze tijd een ontwikkeling door. We hebben zojuist enkele resultaten van wetenschappelijk onderzoek naar acupunctuur van de afgelopen jaren besproken. Dat onderzoek is natuurlijk nog lang niet voltooid. We hebben ook enkele problemen bij het onderzoek naar de effectiviteit van acupunctuur genoemd. Aangezien technologie en wetenschap in de toekomst verder zullen ontwikkelen in klinisch en experimenteel onderzoek zullen vraagstukken oplossen en verklaringen gegeven worden. Erkenning, acceptatie en waardering van onze acupunctuur is daarna ook wetenschappelijk een feit!

Nederlandse Artsen Acupunctuur Vereniging

DELEN