Ozontherapie

DELEN

Inleiding

Ozon kent iedereen als ‘de ozonlaag die ons en onze aarde beschermt, en die aangetast wordt door de industrie en verontreinigende stoffen’. Maar ozon heeft daarnaast unieke biologische eigenschappen die momenteel worden onderzocht voor toepassingen op diverse medische gebieden. De laatste jaren kent de ozonbehandeling groeiende belangstelling vanuit diverse medische disciplines. Talrijke onderzoekers hebben er sinds die tijd aan gewerkt om de aard en de acties van ozon nader te bestuderen. Tot vandaag de dag blijven veel theoretische kwesties betreffende de elektronenstructuur, de verscheidenheden van de moleculaire configuraties en de kinetica van ozon nog staan.

Menselijk toepassing

Na een onweersbui ruiken we vaak een typische geur. Dit is ozongas. Dit ozongas gebruiken we bij de ozontherapie. In een ozontoestel wordt, door elektrische hoogspanning, energie toegevoegd aan zuurstofmoleculen; hierdoor ontstaat ozongas. Bij ozontherapie wordt gebruik gemaakt van een mengsel van zuivere zuurstof (O2) waarvan een deel is omgezet in ozon (O3). Dit gebeurt in een speciaal apparaat, waarmee de dosering precies kan worden afgemeten. Ozon heeft naast het effect van een verbetering van de bloedcirculatie ook een bacterie-, virus- en schimmeldodend effect. De desinfecterende werking van ozon is vergelijkbaar met die van chloor; het verschil is dat ozon 800 tot 5000 maal sterker ontsmettend werkt dan chloor. Met de extra hulp van de ozon infusie kan het lichaam infectieziektes sneller te boven komen.

Industriële toepassing

De capaciteit van ozon om giftige of schadelijke industriële stoffen te vernietigen (fenolen, cyaniden, tetraethiel en anderen) en het buiten werking stellen van bacteriëel verontreinigende stoffen in rioleringen heeft deze stof tot een aantrekkelijk alternatief gemaakt voor chloor. De eerste stad die gebruik maakte van ozon voor de reiniging van zijn drinkwater was Wiesbaden in Duitsland (1901), gevolgd door Zürich en later Florence, Brussel, Marseille, Singapore en Moskou (met momemteel de grootste installatie van de wereld).

Geschiedenis

In 1785 maakte de Nederlander Martinus van Marum voor het eerst melding van een sterke geur na een hevige elektrische ontlading in de lucht. Het gas dat die geur veroorzaakte noemde hij daarom ozon, naar het Griekse woord `ozein´ dat ruiken betekent. Martinus van Marum was in de tweede helft van de 18e eeuw een internationaal bekend geleerde. Hij verrichtte onderzoek op een groot aantal wetenschappelijke terreinen, zoals de fysica, de botanie, de paleontologie en de chemie, en was daarnaast ook arts. Tevens werkte hij aan de ontwikkeling van ‘praktisch bruikbare toepassingen van wetenschappelijke inzichten’, zoals een draagbaar brandblusapparaat of een luchtverversingssysteem voor gebouwen en schepen. De rechtvaardiging van wetenschappelijk onderzoek vond hij vooral in het praktisch nut dat het mens en maatschappij oplevert, een inzicht dat niet altijd door zijn wetenschappelijke tijdgenoten werd gedeeld. Nadat ozon in 1785 was ontdekt, heeft het velerlei toepassingen gekend.

In 1857 ontdekte Werner von Siemens de ozonpijp waarmee ozon kon worden opgewekt.

In 1873 ontdekte Fox de biologische effecten van ozon bij het conditioneren van water met behulp van ozon.

Langzamerhand gingen de ozonontwikkelingen verder. In de twintiger jaren van de vorige eeuw is ozon toegepast in alle landen, met uitzondering van Frankrijk, ter vervanging van de waterbehandeling met chloor. Het bleek dat ozon een veel goedkoper en simpeler proces was. Desalniettemin raakte ozon in de vergetelheid. Het duurde tot de vijftiger jaren van de vorige eeuw voordat het oude ‘ozonproces’ weer in de belangstelling kwam. Ozon werd niet meer alleen gebruikt als een desinfectans, maar ook als oxidant voor behandelingssystemen. Als eerste voor de behandeling van drinkwater, daarna bij de productie van mineraalwater en tenslotte in de zestiger jaren voor de behandeling van zwembadwater.

Historisch gezien werd ozon voor het eerst toegepast op het lichaam voor diverse vormen van letsels. A. Wolff (1915) gebruikte ozon lokaal voor wonden, fistels, decubituszweren (doorliggen) en osteomyelitis. Andere aanwijzingen voor externe ozontoepassingen betreffen slecht helende wonden, brandwonden, staphylococcenbesmettingen, schimmel en stralingsletsels, herpes simplex en zoster, en gangreen. De dosering wordt aangepast afhankelijk van de behandelde klachten. Het gebruik in de vorm van gas kan 3 tot 20 minuten duren, en ozonconcentraties variëren van 10 tot 80 ug/ml (maximaal vijf delen ozon en 95 delen zuurstof). Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd ozon voor het eerst toegepast als ontsmettingsmiddel van oorlogswonden. Later ontdekte de medische wetenschap dat vermenging van ozon met bloed -door middel van injecties- ook een gunstig effect kan hebben op het lichaam. Payr en Aubourg gebruikten in 1935 respectievelijk 1936 voor het eerst een ozon-zuurstof mengsel voor het behandelen van ulcerative colitis en fistels. Deze lijst werd uitgebreid met proctitis (endeldarmonsteking) en hemorroïden (aambeien). De ervaring hierbij is dat ozon bij ontstekingsziekten van de darm, veroorzaakt door pathogene organismen, het helingsproces bevordert en de darmflora herstelt. Een typische behandeling is colitis ulcerosa; hierbij wordt dagelijkse ozon toegediend: om te beginnen 50 ml, bij ernstige gevallen kan dit zelfs stijgen tot 500 ml. De concentraties beginnen aanvankelijk met 75 ug/ml om hemostase te bereiken, gevolgd door een lage concentratie om het te laten verdwijnen.

Een andere -pijnloze- toepassingsvorm toendertijd was de ‘begassing’ van een ledemaat, zoals een onderbeen of arm. Bij begassing brengt de behandelaar een plastic zak aan om een ledemaat en sluit deze met een stuwband hermetisch af. Daarna maakt de ozonmachine de zak via de ene opening luchtledig en spuit er via een andere opening ozongas in. Na ongeveer een kwartier wordt de ozon weer afgevoerd en onwerkzaam gemaakt. Begassing met ozon kan zorgen voor een snellere genezing van een open been, en voor snellere genezing van brandwonden met minder littekenvorming. Ook insufflatie (inblazing) van ozon via een speciaal katheter in de darmen of vagina is mogelijk.

Eén ding staat vast: ozon is een krachtig oxidatiemiddel, dat in dit verband slechts door fluor wordt overtroffen. Van belang voor biologische systemen is de interactie van ozon met weefsel (vooral bloed). Het meest bestudeerd is lipideperoxidatie (oxidatie van vetten in het lichaam). De belangrijkste reden hiervoor is de snel verlopende reactie van ozon in het bloed met de onverzadigde vetzuren, in de vorm van een 1,3-dipolaire additie aan de C=C dubbele binding, waardoor er peroxiden 0-0 ontstaan. Het zijn deze peroxiden die verantwoordelijk zijn voor het virucide (virusdodend) effect, doordat zij de virusvermenigvuldigingscyclus onderbreken. De peroxiden binden zich namelijk aan de zogenaamde “Spikes” van de vrije virussen, waardoor contact tussen celwand en virus onmogelijk wordt. Het is het vrije elektronenpaar aan stikstof van het N-Acetylglucosamine (“Spikes”), dat het aangrijpingspunt vormt voor de peroxiden, zodat door oxidatie het virus geïnactiveerd en geblokkeerd wordt; zodoende wordt het voor het virus onmogelijk om in de cel te penetreren omdat het N-Acetylglucosamine niet meer kan binden met de receptorsubstantie van de celwand. Bovendien kan de elektroniele reactie van ozon ook met de onverzadige vetzuren van de celwand van een virusgeïnfecteerde lichaamscel plaatsvinden, waardoor er peroxiden in de cel kunnen binnendringen. De geïnfecteerde cel zal als afweermechanisme ook peroxiden vormen zodat op een bepaald moment de cel peroxiden-intolerant wordt en zichzelf afsluit. De virussen die reeds in de cel aanwezig zijn, worden dan door de aanwezige peroxiden geïnactiveerd.

In het algemeen kun je zeggen dat hogere ozonconcentraties worden gebruikt voor het desinfecteren, terwijl de lage concentraties het herstel van het epitheel bevorderen.

Diverse toepassingen

Hoewel de bovengenoemde technieken van ozon meestal in ziekenhuizen worden gebruikt of in particuliere instellingen zijn er meerdere toepassingen.

Intra-arteriële injectie

Dit is een methode die voornamelijk wordt toegepast bij arteriële bloeddoorstromingsstoornissen. De behandeling bestaat uit het langzaam injecteren in de arterie femoralis van een ozon-zuurstofmengsel van een bepaalde concentratie. Deze vorm van toediening werd in 1951 door dr. Lacoste voor de eerste maal beschreven. Later bleek, uit statistisch onderzoek van prof. Rokitanski, dat men het aantal beenamputaties, in stadium 4 van Fontaine, kon terugbrengen van 50% tot 27%.

Darm en vaginale insufflaties

Door middel van een katheter wordt het ozon-zuurstof-gas in de darm of in de vagina geïnsuffleerd. Gebruikmakend van het sterk desinfecterend effect van ozon, wordt deze methode vooral toegepast bij bacteriële en virale infecties. Dr. Payr paste de ozon-sufflatie in 1935 voor het eerst toe bij colitis ulcerosa. De darminsufflatie wordt ook toegepast bij kinderen ter vervanging van de grote eigen-bloedbehandeling. Bij kinderen of bij mensen met dunne bloedvaten wordt de ozon ook wel als gas via een dun slangetje in de endeldarm ingebracht; het wordt dan via het slijmvlies in het bloed opgenomen en rechtstreeks naar de lever getransporteerd.

 Subcutane injecties

Er worden kleine hoeveelheden ozon-zuurstofmengsel, met een vrij lage concentratie, subcutaan ingespoten, en dit onder meer ter behandeling van fistels, varissen en veneuze bloeddoorstromingsstoornissen. Deze applicatievorm wordt ook toegepast in de acupunctuur en de neuraaltherapie.

 Intra-articulaire injecties

Deze methode wordt met zeer goed gevolg toegepast in de reumatologie, de orthopedie en de traumatologie. Men werkt hier met een zuiver ozon-zuurstofmengsel van een bepaalde concentratie, afhankelijk van de indicatie.

Intramusculaire injecties

De intramusculaire injectie vindt zijn toepassingsgebied vooral in de sportgeneeskunde, waar zij voor het eerst werd toegepast door dr. Mertens bij de allerbekendste topsporters uit België. Het principe is gebaseerd op de vaststelbare verbeterde perifere ademhaling na de ozonbehandeling (zie ook onder Biochemische invloeden van ozontherapie). Het is ook een veelgebruikte methode bij astma en allergieën. Tevens staat de intramusculaire ozon-injectie bij neuraaltherapeuten bekend als het sterkste ‘umstimmungsmittel’ dat er bestaat.

Grote eigen-bloedbehandeling

Meestal wordt het gemengd met een hoeveelheid bloed, die dan weer wordt teruggespoten in de bil (KEB=klein eigen-bloedbehandeling) of in de ader (GEB=groot eigen-bloedbehandeling). Via een infuus wordt 100-300 ml bloed afgenomen. Het bloed wordt onstolbaar gemaakt door toevoeging van een antistolmiddel. Vervolgens wordt een bepaalde hoeveelheid ozongas aan het bloed toegevoegd. Daarna wordt het bloed via een infuus weer teruggegeven aan de patiënt. Vervolgens is er een duidelijke verbetering van de bloeddoorstroming in het lichaam. Soms wordt de behandeling gecombineerd met toediening van vitamine C en/of magnesium, hetgeen het effect versterkt. De patiënt voelt de betere doorstroming en ervaart een aangename lichaamsgewaarwording. Over het gehele lichaam is een fijne tinteling en een warm gevoel waarneembaar. De behandeling verbetert de gezondheid op alle fronten. Vaak wordt deze behandeling toegepast bij doorbloedingsstoornissen (angina pectoris, claudicatie-klachten), maar de ozontherapie blijkt ook heilzaam bij vermoeidheidsklachten, algehele malaise en bij het niet opknappen van infectieziektes. Deze methode is zonder twijfel de meest bekende applicatievorm van de ozontherapie. Zij heeft het grootste indicatiegebied en heeft, omdat men hier hogere concentraties kan toedienen, ongetwijfeld de grootste impact op de patiënt. De techniek is eenvoudig en neemt slechts 15 minuten in beslag. Zij bestaat hieruit dat ongeveer 50cc. veneus bloed door middel van een vacuümfles wordt afgenomen en extra-corporaal gemengd met 2000 á 4000 gamma ozon, waarna het via een infuus druppelsgewijs terug in het lichaam wordt gebracht. De grote eigen-bloedbehandeling wordt toegepast bij bloeddoorstromingsstoornissen, allergieën, infecties, artrose, hepatitis, enz.

“Ozonbegasung” (Ozonbehandeling)

De te behandelen plaats wordt hierbij in een afgesloten ruimte gebracht, die eerst luchtledig wordt gemaakt en daarna wordt gevuld met ozon-zuurstofgas van een bepaalde concentratie. Men gebruikt voor deze techniek een plastic zak of een zuigklok. Na 20 minuten wordt het gas afgezogen en is de aandoening volledig gedesinfecteerd. Na deze behandeling kan men tevens een betere doorbloeding en een versnelling van het genezingsproces vaststellen. De belangrijkste indicaties zijn gangreen, decubitus en ulcus cruris.

Geozoniseerd water

Het ozonwater wordt hoofdzakelijk aangewend in de tandheelkunde waar het goede resultaten biedt bij gingivitis, stomafitis en paradentose. Voor het spoelen van mond- en, keelholte bestaat er geen beter desinfectans dan ozonwater. In verschillende apotheken is ozonwater te verkrijgen als mondspoelmiddel. Ook in de artsenpraktijk gebruikt men het ozonwater voor o.a. vaginale spoelingen bij infecties of schimmels.

Ozonzalf

Deze zalf bestaat uit olijfolie die geozoniseerd is, en die vanwege zijn sterke bacterie-, virus-, en schimmeldodende werking het ideale middel is voor lokale behandeling. De Ozonzalf is zacht als honing en kan makkelijk met een spatel of met de vinger worden aangebracht. Zij dringt tot in elke porie van het weefsel door. De Ozonolijfolie is niet goedkoop, maar daar staat tegenover dat het erg efficiënt is, zuinig verwerkt en lang bewaard kan worden.

Balneotherapie

Water behandeld met ozon, borrelend in warme baden, heeft een gunstig effect op een slechte bloedsomloop, spataders, en dermatologische klachten (eczeem, ulcers).

Hoe werkt het? Net als zuurstof geeft ozon extra energie aan het lichaam, maar ook de desinfecterende werking is belangrijk. Virussen, bacteriën, schimmels en zelfs kankercellen zijn niet bestand tegen de oxiderende kracht van ozon. Menselijke cellen zijn gewend aan de oxidatieve kracht van zuurstof en kunnen de ozon goed verwerken. Aangezien er veel bloed door de lever stroomt, krijgt dit orgaan bij behandeling ook de meeste ozon, hetgeen de ontgiftende functie van de lever enorm verbetert. Daarom wordt ozontherapie ook geadviseerd voorafgaand aan een narcose. Na een aantal ozonbehandelingen verbetert ook het zuurstofopnemend vermogen van de rode bloedcellen; dit effect kan meerdere weken aanhouden. Men voelt zich dan een stuk energieker; daarom wordt ozon, vooral in Duitsland en ook in België, veel gebruikt door sporters, voor algemene ouderdomsklachten en voor preventie of ‘Life Extension’.

Waarvoor werkt het?

Ozontherapie werkt verlagend op cholesterol en urinezuur en verhindert klontering van het bloed en wordt derhalve ook vaak gebruikt bij hart- en vaatziekten en gewrichtsklachten. Tevens werkt ozon stimulerend op het immuunsysteem; na de behandeling is er een stijging in het bloed meetbaar van interleukines en antioxidanten. Wetenschappelijk onderzoek naar de ozontherapie is gedaan in Duitsland door Viebahn en Kieft, in Italië door Bocci en in Cuba (o.a. Retinitis Pigmentosa).

Daarnaast wordt Ozontherapie toegepast bij chronische moeheid, doorbloedingsstoornissen, verlaagde afweer, chronische infecties (virus, schimmels, bacteriën), kanker, preoperatief, levercirrose, allergie, astma en reuma. Speciale indicaties: retinitis pigmentosa en macula degeneratie.

 

Ozon is toxisch voor het longslijmvlies en mag daarom nooit toegediend worden langs de luchtwegen. Daarom kan ozon uitsluitend via inspuitingen, insufflaties e.d. in het lichaam gebracht worden.

 

Nieuw in Nederland: de Ozontandzorg

We weten dat ozon bacteriën verwijderd, doordat het O2+ elektronen van de koolstofatomen ontrekt aan organische verbindingen, en deze omzet in kooldioxiden. Door gebruik te maken van een speciaal instrument en een speciale techniek, om te voorkomen dat ozon in het ademhalingssyteem komt, kunnen ook klachten van ontstekingen in de mond of tand hiermee zeer nauwkeurig behandeld worden. De techniek hierachter is een vacuumpomp die op het betreffende vlak van kies of tand wordt gezet. Het zuigt zich min of meer vast, waarbinnen ozongas in de tand wordt geblazen en het onschadelijk gas CO2 wordt afgezogen. Wanneer op een of andere manier het vacuum onderbroken wordt stopt het apparaat automatisch. Na de behandeling die doorgaans tussen de 20 tot 40 sec per vlak, of in totaal rond de 5 minuten per tand in beslag neemt, worden er weer reductordruppels aan het glazuur toegevoegd. Dit voegt weer elektronen toe om de pH-waarde te stabiliseren, uiteindelijk is deze even veranderd. En om te voorkomen dat zuurminnende bacteriën zich weer nestellen, is het noodzakelijk dat dit gebeurt. Mensen maken hiervan steeds meer gebruik, omdat de beperkingen van de reguliere behandeling ook binnen de tandzorg langzaam bekend worden. We kennen allemaal de gevolgen van amalgaam, en het composiet kent ook zijn beperkingen. Composiet is chemisch reactief, wat tandbacteriën juist activeert. Het is dan ook vaak zo (in 40 tot 70% van de gevallen) dat er weer tandbederf optreedt. Altijd maar boren en trekken of vullen is niet echt de oplossing. Het vreemde tijdens het bezoek aan de praktijk van de ozonbehandelaar was dat mensen weggingen zonder een of andere beleving van pijn te hebben gehad. De associatie met de tandarts is altijd pijn. Hier was dit niet aanwezig. Psychologisch gezien moeten wij afkicken van dit beeld van ‘pijn hoort bij tandverzorging’. Het is de behandeling waar iedereen van droomt. Maar wanneer het in de praktijk ervaren wordt lijkt het nog heel onwerkelijk. En toch bestaat het nu: tandbehandeling zonder pijn. En juist de mensen met veel pijn aan kronen, tandvlees en kiezen komen hier. Want meestal is het zo dat de oorzaal van veel pijnen niet gevonden wordt, en dat het advies dan boren of verwijderen is. Het is verbazingwekkend dat Ozontandzorg niet meer gebruikt wordt. U kunt hiervan een korte film zien op onze website en een artikel dat verder gaat over de behandeling en de visie.

 

De laatste toepassing: Ozoncabines

In Nederland worden er exclusief voor Bodystyling ozoncabines ontwikkeld en gefabriceerd. Ze zeggen dat ze uniek zijn, maar in het buitenland (kuuroorden) wordt het principe al jaren gebruikt. In Nederland worden ze alléén maar gebruikt in de Bodystyling-studio’s. Hier worden ze ingezet om het afslanken te bevorderen.

 

Referenties

 

  1. Ihde AJ: The Development of Modern Chemistry, Harper and Row, New York, 1964.
  2. Partington JR: A History of Chemistry. Macmillan and Co., New York, 1962.
  3. Schonbein C: Notice of C Sch., the discoverer of ozone. Annual Report of the Board of Regents of the Smithsonian Inst., 1868, Washington, DC, US Government Printing Office, 1869, 185-192.
  4. Razumovskii SD, Zaikov GE: Ozone and Its Reactions With Organic Compounds. Elsevier, New York. 1984.
  5. Rilling S, Veibahn R: The Use of Ozone in Medicine. Haug, New York, 1987.
  6. Payr E: Uber ozonbehandlung in der chirurgie. Munch med Wschr 1935;82:220-291.
  7. Wolff H: Das Medizinische Ozon. Heidelberg, VFM Publications, 1979.
  8. Hansler J, Weiss H: Beitrag zum Unterschied zwischen HOT und Ozontherapie mit dem Ozonosan Erfahr hk 1976,25:185-188.
  9. Gumulka J, Smith L: Ozonation of cholesterol. J. Am Chem Soc 1983;105(7): 1972-1979.
  10. Smith LL: Cholesterol autoxidation of lipids. Chemistry and Physics of Lipids. 1987;44:87-125.
  11. Meadows J, Smith R: Uric acid protection of nucleobases from ozone induced degradation. Arch Biochem Biophys 1986;246(2): 838-845.
  12. Menzel D: Ozone: An overview of its toxicity in man and animals. Toxicol and Environ Health 1984;13:183-204.
  13. Wolff A: Eine medizinische verwendbarkeit des ozons. Dtsch Med Wschr 1915;311.
  14. Held P: Verbrennungen: OzoNachrichten 1983;2:84.
  15. Werkmeister H: Subatmospheric 02/03 treatment of therapy-resistant wounds and ulcerations. OzoNachrichten 1985;4:53-59.
  16. Aubourg P: L’ozone medical: Production, posologie, modes d’applications cliniques. Bull Med Soc Med Paris 1938;52:745-749.
  17. Medical World News. Nov. 9, 1987.

18.Vogelsberger W, Herget H: Klinische ozonanwendung. OzoNachrichten 1983;2:1.

19.Rilling S: The basic clinical applications of ozone therapy. Ozonachrichten 1985; 4:7-17.

20.Rokitansky O: Klinik und biochemie der ozon therapy. Hospitals 1982;52:643 nd 711.

21.Wolff H: Aktuelles in der ozontherapy. Erfarhr hk 1977;26:193-196.

22.Riva-Sanseverino E: The influence of ozone therapy on the remineralization of the bone tissue in osteoporosis. OzoNachrichten 1987;6:75-79.

23.Tietz C: ozontherapie als adjuvans in der onkologie. OzoNachrichten 1983;2:4.

24.Washuttl J, Steiner I, Szalay S: Untersuchungen uber dieauswirkungen von ozon auf verschiedene biochemische parameter bie blutproben in vitr Erfahr hk 1979; 28:766.

25.Lacoste: Traitement des insuffisances vascuilaires pa l’ozone. Gaz med de France 1951;315 (Ref. Petersen, Med Kl 53;1958:2078.

26.Varro J: Die krebsbehandlung mit ozon. Erfahr hk 1974;23:178-181.

27.Zabel W: Ganzheitsbehandlung der gaschwulsterkrankungen. Hippokrates 1960;3 1:751-760.

28.Turk R: Ozone in dental medicine. Ozonachrichten 1985;4:61-65.

29.Schulz S: Ozonisiertes olivenol-experimentelle ergbnisse der wundheilung am tiermodell. OzoNachrichen 1982;1:29.

  1. Washuttl J, Viebahn R: ozonisiertes olivenolozusammensetzung und desinfizierence wirksamkeit. OzoNachrichen 1982;1:25.
  2. Wehrli R: Transact six. Ham 1957;318.
  3. Mittler S, King M, Burkhardt B: Toxicity of ozone. AMA Arch Ind Health 1957;15:191-197.
  4. Clamann H: Physical and medical aspects of ozone, in Physics and Medicine of the Atmosphere and Space. John Wiley and Sons, New York, 1960, p. 151.
  5. Basset D, Bowen-Kelly E: Rat lung metabolism after 3 days of continuous exposure to 0.6 parts-per-million ozone. Am J Physiol 1986;250 (2 Part 2): E131-E136.
  6. McDonnell W, Horstman D, Abdul-Salaam S, House D: Reproducibility of individual responses to ozone exposure. Am Rev Respir Dis 1985;131(1): 36-40.
  7. Folinsbee W: Effects of ozone exposure on lung function in man: A review. Rev Environ Health 1981;3:211-240.
  8. Kulle TJ, Sauder LR, Hebel JK, Chatham MD: Ozone response relationships in healthy nonsmoker. Am Reu Respir Dis 1985;132(1):36-41.
  9. Hackney J, Linn W, Mohler J, Colier C: Adaptation to short term respiratory effects of ozone in men exposed repeatedly. J Appl Physiol Respirat Environ Exercise Physiol 1977;43:82-85.
  10. Melton CE: Effects of long term exposure to low levels of ozone: A review. Aviation, Space, and Environmental Medicine 1982;53:105-111.
  11. Dyas A, Boughton B, Das B: Ozone killing action against bacterial and fungal species: Microbiological testing of a domestic ozone generator. J Clin Pathol (Lond) 1983;36(10):1102-1104.
  12. Wolcott J, Zee YC, Osebold J: Exposure to ozone reduces influenza disease severity and alters distribution of influenza viral antigens in murine lungs. Appl Environ Microbiol 1982;443:723-731.
  13. Buckley RD, Hackney JD, Clark K, Posin C: Ozone and human blood. Arch Environ Health 1975;30:40-43.
  14. Viebahn R: The biochemical process underlying ozone therapy. OzoNachrichten 1985;4:4:18-30.
  15. Lohr A, Gratzek J: Bactericidal and paraciticidal effects of an activated air oxidant in a closed aquatic system. J Aquaric Aquat Sci 1984;4(41/2):1-8.
  16. Ivanova O, Bogdanov M, Kazantseva V, et al: Ozone inactivation of enteroviruses in sewage. Vopr Virusol 1983;0(6):693-698.
  17. Roy D, Wong PK, Engelbrecht RS, Chian ES: Mechanism of enteroviral inactivation by ozone. Appl Envir Microbiol 1981;41:718-723.
  18. Roy D, Engelbrecht RS, Chian ES: Comparative inactivation of six enteroviruses by ozone. Am Water Works Assoc J 1982;74(12):660-664.
  19. Mudd JB, Leavitt R, Ongun A, McManus T: Reaction of ozone with amino acids and proteins. Atmos Environ 1969;3:669-682.
  20. Ishizaki K, Sawadaishi D, Miura K, Shinriki N: Effect of ozone on plasmid DNA of Escheria coli in situ. Water Res 1987;21(7):823-828.
  21. Cech T: RNA as an enzyme. Scientific American 1986 Nov;255(5):64-76.
  22. Matus V, Nikava A, Prakopava Z, Konyew S: Effect of ozone on the survivability of Candida utilis cells. Vyestsi AkadNauuk Bssr Syer Biyal Navuk 1981;0(3):49-52.
  23. Matus V, Lyskova T, Sergienko I, Kustova A, Grigortsevich T, Konev V: Fungi; growth and sporulation after a single treatment of spores with ozone. Mikol Fitopatot 1982;16(5):420-423.
  24. Gallo R: The AIDS virus. Scientific American 1987 Jan;256(1):46-74.
  25. Riesser V, Perrich J, Silver B, McCammon J: Possible mechanimsm of poliovirus inactivation by ozone, in Forum on Ozone Disinfection. Proceedings of the International Ozone Institute. Syracuse, NY, 1977; pp. 186-192.
  26. Mattassi R, Franchina A, D’Angelo F: Die Ozontherapie als Adjuvans in der Gefaspathologie. OzoNachrichten 1982;1:2.
  27. Warburg O: On the origin of cancer cells. Science 1956;123:309-315.
  28. De Vita V, Hellman S, Rosenberg S: Cancer Principles and Practice of Oncology, Lippincott, Philadelphia, 1985.
  29. Sweet J, Kao MS, Lee D, Hagar W: Ozone selectively inhibits growth of human cancer cells. Science 1980;209:931-933.
  30. Wenzel D, Morgan D: Interactions of ozone and antineoplastic drugs on rat fibroblasts and Walker rat carcinoma cells. Res Commun Chem Patho Pharmacol 1983;40(2):279-288.16.

 

 

Informatie over Ozontandzorg kunt u vinden op www.ozontandzorg.nl of via de telefoon 0515-431260 Dhr.Y.Jac.Brandsma

DELEN