Olijfbladextract

DELEN

De multifunctionele kracht van de natuur tegen infecties en hart- en vaatziekten?

De meesten van u zullen het nut van olijfolie bij hart- en vaatziekten wellicht kennen. Deze effecten kwamen aan het licht bij onderzoek naar aanleiding van het geobserveerde lage aantal gevallen van aandoeningen van de kransslagaderen in de mediterrane landen. Daar is olijfolie een belangrijk bestanddeel van de dagelijkse voeding. Het lijkt er echter op dat de gezondheidsbevorderende eigenschappen van de olijfboom (Olea europaea L) niet beperkt blijven tot de olie. Bovendien betreffen de gunstige eigenschappen niet alleen het cardiovasculaire systeem. Een groeiend aantal wetenschappelijke bewijzen toont aan dat de extracten van de olijfboom, inclusief de bladeren, het potentieel bezitten om aanvallen van een breed spectrum aan organismen die infecties veroorzaken te weerstaan of te overwinnen. Bovendien geeft het een algemene steun in de rug voor het immuunsysteem. In dit artikel laten we de beschikbare wetenschappelijk en klinisch bewezen eigenschappen de revue passeren.

Koortsverlagende eigenschappen

De interesse in de mogelijke positieve eigenschappen van de olijfboom komt voort uit twee verschillende, belangrijke historische bronnen. De eerste daarvan stamt uit het midden van de 19e eeuw, en betreft verslagen van koortsverlagende eigenschappen, waaronder het vermogen van het olijfbladextract om de symptomen van malaria te verhelpen. In 1854 publiceerde Hanbury een artikel in “the Pharmaceutical Journal of Provincial Transactions” waarbij hij aangaf dat een afkooksel van de bladeren van de olijfboom buitengewoon effectief bleek te zijn bij het verlagen van koorts die te wijten was aan een ernstige, en anders vaak fatale aandoening die zich over het eiland Mytelene verspreidde in 1843.Er werd gezegd dat de koortsverlagende eigenschappen van het olijfbladextract die van kinine verre overtroffen.

Hanbury memoreerde dat vele jaren eerder gelijksoortige observaties waren gedaan in Frankrijk en Spanje (tussen 1811 en 1828). Het leek erop dat Spaanse artsen in het begin van de 19e eeuw soms olijfbladeren voorschreven als koortswerend middel. Toen Franse officieren in de Spaanse oorlog tussen 1808 en 1813 met koortsen te maken kregen werden de olijfbladeren dan ook veelvuldig gebruikt. Hanbury ontdekte dat Pallas al een analyse van de bladeren en de jonge schors had uitgevoerd, naar aanleiding van geobserveerde klinische effecten. Deze laatste ontdekte dat het naast allerlei ander bestanddelen, een bittere, kiristalliseerbare substantie bevatte, die hij aanduidde met “Vauqueline”. Pallas schreef de koortsverlagende eigenschappen van de olijfboom voor het grootste deel toe aan dit Vauqueline.

Anti-microbiële eigenschappen – fabricageproblemen

De tweede historische bron stamt van de Europese olijven-fermentatie-industrie. Ook daar werd gezegd dat bestanddelen van de olijfboom belangrijke biologische eigenschappen hadden. De industrie kende tot in de 70-er jaren problemen bij het fermenteren van de olijven. Bij dit proces komt melkzuur pekelen kijken, vanwege de sterke weerstand van de verse olijven tegen de aktie van de melkzuurbacteriën.In 1960 isoleerde Panizzi et al  een bitter glucoside uit olijfboombladeren, oleuropeïne, met de empirische formule C25H32O13. De substantie die later werd gedetermineerd als zijnde een fenolisch bestanddeel dat behoort tot de groep iridoïden, kwam ook in de olijf zelf voor. Dit Oleuropeïne werd, net als Pallas’ Vaugueline, bestempeld als zijnde de bron van de ziekte-overwinnende eigenschappen van de olijfboom. Vervolgens bleek dat door het verwijderen van de oleuropeïne uit de olijven het fermentatieproces met succes kon plaatsvinden.De olijfolie-industrie was overigens ook al lang op de hoogte van de belangrijke anti-bacteriële eigenschappen van de lijfboom. Bij het winnen van de olie uit de olijven wordt de olijfpasta gemalen, en continu gewassen met water. Het spoelwater dat bij dit proces overbleef werd normaal gesproken weggegooid. Maar er bleek dat als het water een weg vond naar de aarde, er aldaar een gunstige bacteriële flora ontstond dat zijn invloed had op het natuurlijke biologische afbraakproces.

De chemische bestanddelen

Extracten van verschillende delen van de olijfboom werden gedurende een periode van meer dan dertig jaar, sinds Panizzi et al’s isolatie van oleuropeïne, intensief bestudeerd. Oleuropeïne lijkt in alle delen van de olijfboom aanwezig te zijn, waaronder de bladeren, de knoppen, de olijven, het hout, de schors en de wortels. De bladeren bevatten 60 tot 90 mg oleuropeïne per gram (droog gewicht), plus significante niveaus glucosidisch ester van elenolisch zuur en hydroxytyrosol (3,4-dihydrophenylethanol). Het blijkt dat Oleuropeïne en zijn hydrolyseproducten, oleuropeïne aglycon, elenolisch zuur, beta-3,4-dihydroxyphenyethyl alcohol en methyl-o-methyl elenolaat,biologisch de belangrijkste moleculen zijn.

Anti-bacteriële werking – in vitro studies

In vitro laboratoriumonderzoek heeft een scala aan anti-bacteriële acties laten zien betreffende oleuropeïne en de daarmee geassocieerde bestanddelen. Door Fleming et al  zijn zes belangrijke fenolische bestanddelen van groene olijven geïsoleerd. Eén bepaald bestanddeel, mogelijk een hydrolyse product  van oleuropeïne, bleek t.a.v. de melkzuurbacterie Leuconostoc mesenteroides FBB 42 veel remmender te zijn dan oleuropeïne zelf. Later werd nog ontdekt dat door het oleuropeïne aglycon en elenolisch zuur ook de groei van drie andere soorten melkzuurbacteriën, te weten Lactobacillus plantarum, Pediococcus cerevisiae, en Lactobacillus brevis, sterk geremd werd.  Aangezien het aglycon is samengesteld uit elenolisch zuur dat gebonden is aan beta-3,4-dihydroxyfenylethyl alcohol, en deze laatstgenoemde niet remmend werkte, concludeerden de onderzoekers dat het elenolisch zuur de remmende factor was van het aglycon molecuul. Oleuropeïne zelf had geen remmende werking op deze bacteriën, maar remde wel drie soorten niet melkzure bacteriën, te weten Spaphylococcus aureus, Bacillis subtilis en Pseudomonas solanecearum. Bovendien werden de groei van nog eens acht andere bacteriën geremd door niet gespecificeerde hydrolyse producten van oleuropeïne. Meer recentelijke in vitro onderzoeken hebben aangetoond dat oleuropeïne en/of zijn hydrolyse producten ook de ontkieming en sporenvorming van de Bacillus megaterium en de uitwas van ontkiemende sporen van Bacillus cereusT remt.

Antivirale werking

Van elenolisch zuur is niet alleen gebleken dat het een anti-bacteriële werking heeft; ook remt het een breed spectrum aan virussen. Toen Renis op zoek ging naar nieuwe anti-virale bestanddelen, testte hij de effecten van het calciumzout van elenolisch zuur. Daarvan was namelijk bewezen dat het het meest actieve van olijven afkomstige bestanddeel was tegen bacteriën. Uit zijn onderzoek bleek dat het calciumelenolaat alle virussen vernietigde waarop hij het testte, waaronder herpes, vaccinia (koepokken), pseudorabies, influenza A (PR8), Newcastle’s disease (pseudovogelpest), parainfluenza 3, Coxsackie A, encephalomyocarditis, polio 1, 2 en 3, en vesicular stomatitis (mondslijmvliesontsteking met blaasjes). Calcium elenolaat remt ook de RNA-afhankelijke DNA polymerase I enzymen (reverse transcriptase) van leukaemie virussen in muizen (MuLV(M) en Rauscher), en de DNA polymerase II en III enzymen van Eschericha coli in vitro. Naast de effecten in vitro (in reageerbuizen) toonde Soret aan dat calcium elenolaat ook in vivo (bij levende organismen) de virale titer (verdunning) verminderde als het calcium elenolaat voor en/of na de enting van hamsters met myxovirus parainfluenza type 3 (HA-1 virus, strain C-243) werd toegediend. De behandeling met calcium elenolaat voorkwam, in tegenstelling tot het placebo, de verspreiding van de virale infectie naar de longen.

Cardiovasculaire effecten bij dieren

De van de olijfboom afkomstige bestanddelen zijn niet alleen werkzaam tegen virussen en bacteriën, maar lijken ook interessante effecten teweeg te brengen waar het het cardiovasculaire systeem aangaat. Deze effecten zijn niet louter terug te voeren op hun antioxidante werking (hierover later). Het betreft het verlagen van de bloeddruk, het reguleren van het hartritme, en in bepaalde gevallen heeft het effect op de bloedstroom in de kransslagader.

Onder narcose gebrachte katten toonden een duidelijke daling van de bloeddruk, nadat 20-40mg/kg oleuropeïne werd toegediend. De verlaging was afhankelijk van de dosis oleuropeïne en duurde meer dan een uur. Ook bij honden werd de bloeddruk verlaagd. Het betrof hier een test waar bij vier honden een hoge bloeddruk werd opgewekt. Door 10-30mg/kg oleuropeïne toe te dienen werd zowel de systolische als de diastolische bloeddruk vrij abrupt, en langdurig aanhoudend verlaagd bij drie van de vier honden. De bloeddruk bij de vierde hond verlaagde eveneens, maar deze verlaging hield minder lang stand. Dezelfde onderzoekers bekeken het effect van oleuropeïne op geprepareerde konijneharten, waarbij zij een verhoogde bloedstroom in de coronaire vaten vaststelden. Dit gold echter niet voor onder narcose gebrachte katten die een dosis oleuropeïne toegediend kregen van 10-30mg/kg. Bij bij  bewustzijn zijnde konijnen werd de  coronaire bloedstroom verstoord door de toediening van Pituitrin injecties. Als ze deze konijnen een minuut later 30mg/kg oleuropeïne injecteerden zorgde dat ervoor dat de karakteristieke uitslag van het electrocardiogram (ECG) verdween. Uiteindelijk vonden Petkow en Manolow nog dat oleuropeïne ook effecten had op het hartritme van zowel honden, konijnen en ratten. Bij hen werden op diverse wijze hartritmestoornissen opgewekt, waarna toediening van oleuropeïne deze normaliseerde voor 1-2 uur. De farmacologische mechanismen waardoor deze effecten op het hart en de bloedvaten veroorzaakt worden zijn nog onbekend.

Antioxidante werking

De oxydatie van lage dichtheid lipoproteïnen (LDL) draagt bij aan de ontwikkeling van atherosclerose, het proces dat de onderliggende oorzaak is van perifere vaataandoeningen, ziekten van de kransslagaderen, beroerte, en multi-infact dementie. De samenstelling van het voedingspakket heeft een significant effect op de LDL-cholesterol niveaus, en op het voorkomen van ziekten van de kransslagaderen. Het traditionele mediterrane dieet, rijk aan fruit, groenten, peulvruchten, granen en plantaardige (voornamelijk olijf-) olie, wordt dan ook geassocieerd met een verminderde kans op ziekten van de kransslagaderen. Ook wordt een verlaagde kans op hart- en vaatziekten gerapporteerd bij consumptie van olijfolie en bewerkte olijven (beiden rijk aan oleuropeïne). Deze effecten van het voedingspatroon werden in eerste instantie toegekend aan een verminderde inname van verzadigd vet, en een hogere inname van enkelvoudig onverzadigde en meervoudig onverzadigde vetzuren.  Maar het lijkt er nu op dat ook de in het dieet aanwezige natuurlijke antioxidanten een rol zouden kunnen spelen in de preventie van atherosclerose.

De antioxidante eigenschappen van de fenolische bestanddelen afkomstig van de bladeren, de vruchten en de olie van de olijfboom zijn reeds lang bekend. Later hebben Le Tutour en Guedon aangetoond dat oleuropeïne, hydroxytyrosol, en in het bijzonder het blad van de Olea europaea (dat bestaat uit 19% oleuropeïne, 1,8% flavonoïde glycosiden, en 3,4-dihydroxy-fenethyl esters) krachtigere antioxidante eigenschappen bezitten dan bijvoorbeeld vitamine E.

Veiligheidsonderzoek bij dieren

Er is door diverse studies informatie naar voren gekomen over de veiligheid en toxiciteit in vivo (in levende wezens) met betrekking tot de in extracten van de Olea europaea aanwezige bestanddelen. Elliott et al (45) stelde de LD50 vast (dit is de dosis die voor tenminste 50% van een bepaalde populatie laboratoriumdieren fataal is). Dat was voor calcium elenolaat 120mg/kg bij muizen bij intraperitoneale (=binnen het buikvlies) toediening, en bij ratten 160mg/kg bij intraperitoneale toediening, en 1,700mg/kg bij orale inname. Petkov en Manolow (26) konden de LD50 van oleuropeïne niet vaststellen, aangezien zij in hun studie geen toxische effecten of sterfgevallen hebben meegemaakt. Zij gaven enkelvoudige intraperitoneale doses oleuropeïne aan muizen, variërend van 100 tot 1000mg/kg (in oplossingen van 1, 5 en 10%). Hierbij zagen zij geen nadelige gevolgen, gedurende het nabehandelingstraject van zeven dagen.

Bij ander onderzoek werd het subacute effect gemeten, door regelmatige toediening over een langere periode. Elliott et al kwamen daarbij tot de conclusie dat calcium elenolaat goed verdragen wordt door ratten bij een dagelijkse orale dosis van 30, 100 of 300mg/kg gedurende een maand. De enige aan het medicijn gerelateerde geobserveerde verandering was een vergeling van een bepaald gedeelte van de maag bij 40% van de ratten die de hoogste dosis hadden gekregen (300mg/kg). Ook werd er onderzoek gedaan met zeven maanden oude speurhonden (brak) die een orale dagelijkse dosis van 3, 10 of 30 mg/kg calcium elenolaat kregen gedurende een maand. Alleen van de honden die de hoogste dosering kregen reageerden drie van de vier honden met een lichte irritatie van de maag, waarbij sporadisch overgeven voorkwam. Analyse van het maagtissue toonde een paar kleine erosieplekjes in de maag van deze dieren.

Petkov en Manolov zagen in hun onderzoek naar de cardiovasculaire effecten van oleuropeïne op dieren (zie boven), dat 3-50mg/kg oleuropeïne, intraperitoneaal toegediend, de ademhalingsfrequentie licht verhoogde bij onder narcose gebrachte katten. Bij hun test met honden werd 10-30mg/kg toegediend aan vier honden met een kunstmatig opgewekte hoge bloeddruk. Bij deze bij volle bewustzijn zijnde honden constateerden zij bij twee van de vier een korte periode van teneergeslagenheid en verminderde activiteit, en werd door een derde hond slecht verdragen; deze reageerde geïrriteerd, begon zichzelf te krabben, vertoonde heftige trekkende bewegingen, rode, waterige ogen, en een hyperaemische (rode, warme) buikhuid.

Ruiz-Gutierrez et al, constateerden echter geen enkel nadelig effect tijdens hun onderzoek. Zij onderzochten de effecten van oleuropeïne op lipiden en vetzuren in hartweefsel. Zij gaven gedurende drie weken 25 of 50mg/kg intraperitoneale injecties aan ratten. Daarbij zagen zij geen veranderingen in lichaamsgewicht, eetpatroon, hartgewicht of totaal lipidegehalte van het hart.

Olijfbladextract – een nieuwe formule

Al met al wegen de voordelen zoals die uit de in vitro en in vivo onderzoeken naar voren zijn gekomen ruimschoots op tegen de nadelen. Calcium elenonaat en oleuropeïne worden in therapeutische dosis goed verdragen en zijn veilig gebleken bij dieren. Zij kunnen een bijdrage leven in het gevecht tegen infectieziekten en bij cardiovasculaire aandoeningen. Waarom zijn er dan nog geen pharmaceutische bedrijven mee aan de slag gegaan zult u denken. Wel, in feite waren er in de jaren 60 en 70 al bedrijven die zich daar mee bezig hielden. Deze stuitten echter op een probleem wanneer calcium elenolaat aan mensen werd gegeven. Calcium elenolaat heeft een sterke affiniteit met plama proteïnen, en als het aan mensen wordt gegeven bind de stof zich aan deze moluculen, waardoor de werking binnen enkele minuten teniet wordt gedaan. Het Amerikaanse bedrijf The Upjohn Co of Kalamazoo in Michigan, die verantwoordelijk was voor veel van het onderzoek, kon deze problemen niet overwinnen, waardoor zij de ontwikkeling van calcium elenolaat als antiviraal middel hebben stopgezet.
Maar onafhankelijke onderzoekers bleven de potentiële krachten van het olijfbladextract verder onderzoeken, en bereikten daarbij een doorbraak in 1994. Zij konden bepaalde structurele veranderingen aanbrengen bij het actieve molecuul (een gepatenteerd proces), waardoor de binding van calcium elenolaat aan serum proteïne vrijwel geheel kan worden voorkomen. Het resultaat was het zogenaamde Eden Extract, een puur olijfbladextract verkregen door een hydro-ethanolisch proces, geproduceerd en gepatenteerd door East Park Research, Inc., Henderson, Nevada, USA.

Klinisch bewijs van werkzaamheid

Zoals uit bovenstaande beschrijvingen is gebleken, is het preklinische bewijs voor de effecten met betrekking tot de bestrijding van infecties en op het cardiovasculaire systeem vrij uitgebreid. Maar klinisch bewijs is echter schaars. Dat betekent niet dat het klinische bewijs dat er is niet sluitend zou zijn. Maar aangezien de ontwikkeling van het olijfbladextract als officieel pharmaceutisch product in de jaren 70 is stopgezet, en door privaat onderzoek als voedingssupplement is voortgezet, is er geen uitgebreid klinisch onderzoek gedaan. De producent mag bij een voedingssupplement (in Amerika) niet zeggen dat het werkzaam is bij bepaalde klachten. Hij is afhankelijk van onafhankelijke publiciteit die gemaakt kan worden over de effecten die door gebruikers en therapeuten worden waargenomen. Hij is niet verplicht langdurig en kostbaar klinisch onderzoek te doen. Het product mag legaal verkocht worden als voedingssupplement voor mensen, gebaseerd op de natuurlijke herkomst, het conventionele extractieproces, de gebleken veiligheid bij dieren gebaseerd op de aanbevolen hoeveelheid voor mensen, en de gedocumenteerde historisch gebleken veiligheid bij het gebruik bij mensen.

Klinisch onderzoek

Er is wel een beperkt aantal open (ongecontroleerde) klinische studies uitgevoerd met het Eden Extract, en een eerdere versie van het product, Viliv, maar de resultaten van deze onderzoeken zijn nog niet gepubliceerd door de onderzoekers. Door de NFN Company in Los Angeles, California, werd een vooronderzoek gedaan met betrekking tot herpes simplex. Hierbij werden zes personen met een herpes simplex II (en mogelijk I) infectie, gediagnostiseerd door een arts, behandeld met 2-4 oz oraal ingenomen Viliv (een tinctuur op basis van wijn die geconcentreerd olijfbladextract bevat), iedere zes uur, gedurende zes weken. Drie van de zes personen rapporteerden een volledige wondgenezing en daarmee geassocieerde pijn en ongemak na 36-48 uur. Bij een vierde zakte de pijn weg na nog eens 48 uur. En bij de andere twee kandidaten gebeurde dit tijdens de duur van het onderzoek. Na 2-3 weken vanaf het begin van de behandeling leek er een verlaging van het aantal antilichamen in het bloed plaats te vinden. Maar er was een te kleine hoeveelheid vergelijkingsmateriaal om daar een definitieve conclusie aan te verbinden.

In Hongarije, in Budapest is een klinisch onderzoek gedaan met het Eden Extract, aan de “R” Clinic,(48) waar men zich bezig houdt met innovatieve medische alternatieven die de gezondheidszorg in Hongarije ten goede zouden kunnen komen. Het hoofd van het onderzoek, Dr. Robert Lyons, heeft samen met 40 Amerikaanse artsen al meer dan 500 patiënten behandeld met het Eden Extract. Hierbij nemen patiënten in het begin drie maal daags twee capsules van 500mg geconcentreerd olijfbladextract, overeenkomstig de door de producent aanbevolen hoeveelheid. Naarmate de symptomen verminderden werd deze dosis verminderd tot vier maal daags één capsule.

Morton Walker (48) is een medisch journalist die aangaande dit onderzoek correspondentie heeft gevoerd met Dr. Lyon. Hij geeft een opsomming van de resultaten:
  • 157 van de 164 patiënten met ademhalingsproblemen of longaandoeningen, waaronder tonsillitis, pharyngitis, tracheitis, pneumonia en bronchitis, herstelden volledig, en zes verbeterden. Over de laatste was geen verklaring afgelegd;
  • 60 van de 67 patiënten met dentale problemen (pulpitis, leukoplakia, stomatitis) herstelden volledig, vijf verbeterden en twee bleven onveranderd;
  • 150 van de 209 patiënten met virale of bacteriële huidinfecties herstelden volledig, en 59 verbeterden. Alle 17 patiënten met een maagzweer en een Heliobacter pylori infectie verbeterden, hoewel er niet een volledig herstelde;
  • 40 van de 43 patiënten met een verzwakte immuniteit toonden een verbeterde immuniteitsstatus (geen details voorhanden over hoe dit werd bepaald). Drie bleven onveranderd.

Helaas is niet over alle gegevens goed gedocumenteerd, zoals over de duur van de behandeling.Ook over een ander klinisch onderzoek, dat onder leiding van de Amerikaanse Dr. Bernard Friedlander in Taiwan wordt uitgevoerd, zijn helaas nog geen resultaten beschikbaar.

Klinische anecdotes en individuele gevallen

De klinische effectiviteit wordt naast het weinige klinische onderzoek vooral duidelijk door de brieven van gebruikers, artsen en therapeuten die de producent ontvangt, en door de verslagen van een aantal Amerikaanse artsen en therapeuten die Eden Extract aan hun patiënten voorschrijven en de geobserveerde resultaten daarvan vastlegt.

Een van deze mensen is Dr. James Privitera, M.D., uit Covina, California. Hij lijkt de meest uitgebreide ervaring te hebben met de klinische effectiviteit van het olijfbladextract. Hij gebruikt het sinds het begin dat het op de markt kwam, in 1995. Hij rapporteerde de volgende positieve resultaten: verzachten van artritische ontstekingen, verminderde insuline inname bij diabetici, eliminatie van symptomen bij chronisch vermoeidheidssyndroom; verbeterd energieniveau en uithoudingsvermogen; verbeterde bloedstroom bij cardiovasculaire aandoeningen; vermindering van pijn t.g.v. aambeien; verzachting van tandpijn; eliminatie van schimmelinfecties zoals onychomycosis en tinea pedis; voorkomen of behandelen van allerlei virale infecties; verdwijnen van veel van de symptomen van Candida Albicans en andere gistinfecties; eliminatie van een verscheidenheid aan parasieten, waaronder protozoa en helminthiasis (wormen).Andere behandelaars rapporteren bovendien: mogelijk voorkomen, en succesvol behandelen van herpes genitalis (herpes simplex II); verbetering van de symptomen bij rheumatoïde arthritis, prostaatkanker, en enkele andere vormen van kanker, en huidproblemen; verbetering bij chronisch vermoeidheidssyndroom; verbetering bij keelpijn, hoest, kou, en chronische sinusitis; verbetering bij tinea (pityriasis) versicolor, psoriasis, aanhoudende infecties aan de ademhalingsorganen, en chronische schedelhuidinfectie; verlichting van de pijn bij gordelroos (herpes zoster infectie); eliminatie van het ‘gist syndroom’ / Candida albicans infectie; en herstel van de immuunfunctie bij een patiënt met ernstige immuniteitsproblemen met multiple lange termijn allergieën en opportunistische infecties.

Bijwerkingen bij mensen

De enige bijwerking die lijkt te zijn gerapporteerd bij het klinisch gebruik is het zogenaamde ‘afsterf-effect’, die lijkt op de Herxheimer reactie die somt optreedt bij de behandeling van gistinfecties. Deze reactie kan plaatsvinden als er in een relatief kort tijdsbestek een grote hoeveelheid infectueuze organismen in het lichaam worden vernietigd. Er komen dan grote hoeveelheden toxische substanties vrij in het lichaamsweefsel en in het bloed, door de afstervende organismen tezamen met cellulaire overblijfselen. Het immuunsysteem reageert alert, en wil deze substanties zo snel mogelijk uit het lichaam verwijderen. Het resultaat daarvan is dat de persoon in kwestie een aantal griepachtige of allergie-achtige verschijnselen kan ervaren, zoals hoofdpijn, koorts, vermoeidheid, spier- en gewrichtspijn, en diarree. De symptomen van deze detoxificatie of ontgifting kunnen 4 tot 7 dagen duren. Sommige patiënten ervaren slechts een milde hoofdpijn, en velen zullen er zelfs niets van merken. De effecten van deze ontgifting zijn in principe niet gevaarlijk, maar de producent adviseert toch de behandeling tijdelijk te stoppen of het aantal capsules te verminderen, om het lichaam de kans te geven de toxische afvalstoffen uit te scheiden.

Samenvatting en conclusies

De extracten van de Europese olijfboom kennen een lange geschiedenis met betrekking tot koortsverlagende effecten en antimicrobiële eigenschappen. Laboratoriumonderzoek bevestigt deze effecten nu overtuigend met onderzoek naar de antibacteriële en antivirale werking van olijfboomextracten. Van olijfolie, die veel enkelvoudig en meervoudig onverzadigde vetzuren bevat, is reeds lang bekend dat deze een verlaagde kans op ziekten van de kransslagaderen geeft. Er is nu via laboratoriumonderzoek aangetoond dat er mogelijk meer positieve cardiovasculaire effecten kunnen optreden, zoals verlaging van de bloeddruk, een hartritme-regulerende, kransslagaderlijke bloedstroom verlagende en antioxidante werking. Deze nieuwe gegevens voegen een diepere dimensie toe aan de mogelijk gunstige werking op de gezondheid van deze extracten, en verdienen meer onderzoek.

Bij het meeste laboratoriumbewijs is het belangrijkste fenolische bestanddeel van de olijfboomextracten betrokken, te weten oleuropeïne, en zijn hydrolyse product elenolisch zuur. Van deze stoffen is gebleken dat ze in de voor mensen aanbevolen hoeveelheden veilig zijn en zowel in oraal als intraperitoneaal toegediende vorm goed worden verdragen door verschillende soorten dieren. De produkten die momenteel op de markt zijn, zoals bijvoorbeeld Eden Extract, hebben geen last meer van het probleem dat eerdere versies hadden, waarbij de van belang zijnde bestanddelen zich nutteloos maakten door zich onmiddellijk te binden aan serum proteïnen. In Amerika is het produkt sinds 1995 als voedingssupplement op de markt, en vindt nu ook langzaam zijn weg naar Nederland en België.

Er zijn weinig klinische onderzoeken uitgevoerd naar de werking van de extracten van de olijfboom. Rapportages en klinische anecdotes van artsen en therapeuten geven echter een goed beeld van de mogelijke positieve werking van de effectieve antibacteriële en antivirale eigenschappen op mensen en de tot nog toe nog niet erkende effecten op het cardiovasculaire en immuunsysteem. Er zijn nog tal van andere mogelijke gezondheidseffecten gerapporteerd door niet officiële bronnen, zoals antischimmel, ontstekingsremmend, en werking tegen kanker. Er is met betrekking tot die claims nog geen gecontroleerd klinisch onderzoek gedaan, zodat er geen vergelijkingsmateriaal is met placebo-werking, wat altijd een belangrijke factor is.

Rapportages van in gang zijnde en nog uit te voeren klinische onderzoeken zullen nog een belangrijke bijdrage kunnen en moeten leveren om het wetenschappelijke bewijs te leveren met betrekking tot de diverse klinische mogelijkheden van olijfbladextract. De mogelijkheden en grenzen zullen nog beter omlijnd moeten worden om het exacte belang van het olijfbladextract te kunnen doorgronden. Het heeft lang geduurd voor de olijfboom herwaardeerd lijkt te gaan worden, als je bedenkt dat er over de positieve eigenschappen van de olijfboom al gesproken werd in het oude Egypte. Het zou vreselijk jammer zijn als een dergelijke, mogelijk krachtige bron tegen menselijke ziekten en kwalen, ongebruikt zou blijven, en niet erkend zou worden door een gebrek aan investering in eenduidig klinisch onderzoek, dat nodig is om de vele onofficiële waarnemingen wetenschappelijk te bevestigen.

Ed van der Post

DELEN