NALTREXON

DELEN

LDN werkzaam bij auto-immuunziektes

LDN – Low Dose Naltrexone krijgt in de complementaire wereld in vooral Engeland en Amerika veel aandacht. Het lijkt erop dat LDN een aanvullende bijdrage kan leveren bij auto-imuunziektes zoals Aids en MS en ook bij kanker. En dat terwijl de hoge dosis slechts bedenkelijke resultaten liet zijn als middel bij alcohol- en drugsverslaafden.

Wat is naltrexon

Naltrexon is een opiaat antagonistisch geneesmiddel dat in de zeventiger jaren van de vorige eeuw werd ontwikkeld, en in 1984 goedgekeurd werd door de FDA als een veilige en doeltreffende behandeling voor opiaat- en drugsmisbruik. Wanneer het in veel lagere doses gebruikt wordt in een off-label protocol, zogenaamd ‘low dose naltrexone’ (LDN), blijkt het medicijn ziekteprogressie een halt toe te roepen bij de ziekte van Crohn, bij sommige kankers waaronder pancreaskanker, en blijkt het de symptomen van MS en autisme te verminderen. Terwijl lopende klinische studies het gebruik van LDN evalueren voor de behandeling van fibromyalgie en HIV/AIDS, werd aangetoond dat het verschillende auto-immuun en neurodegeneratieve aandoeningen verbetert, zoals de ziekte van Parkinson en amyotrofe laterale sclerose (ALS).

Geschiedenis

Laten we beginnen bij het begin: het ontstaan van naltrexon. Naltrexon werd oorspronkelijk gemaakt in 1963, en gepatenteerd in 1967, onder de naam “Endo 1639A” (US patent no. 3332950). Het patent werd aangevraagd door Endo Laboratories, een klein farmaceutisch bedrijf op Long Island, met veel ervaring en onderzoek op het gebied van drugs. In 1969 ging het bedrijf over naar het farmaceutische bedrijf DuPont. Dat probeerde al sinds de jaren ‘50 van de vorige eeuw een markt op de bouwen. Door deze overname verkreeg DuPont diverse rechten, waaronder die van naltrexone. Hoewel het er in het begin niet op leek dat DuPont dit middel verder zou ontwikkelen gezien het kleine marktpotentieel (er waren nog niet zoveel verslaafden), kwam er in juni 1971 een kans: President Nixon installeerde een speciaal bureau “the Special Action Office for Drug Abuse Prevention (SAODAP)”. De directeur dr. Jerome Taffe, was er van overtuigd dat naltrexone zou helpen bij de behandeling van drugsverslaafden. Hierdoor werd het onderzoek opgepakt en gefinancierd door de overheid. In maart 1972 gaf het congres goedkeuring voor het ontwikkelen van een niet verslavend medicijn voor langdurig gebruik, voor de behandeling van heroïneverslaafden. In het begin waren er veel problemen. Dr. Arnold Schecter, die deze onderzoeken uitvoerde, meldde dat veel aan opiaten verslaafde patiënten bang waren voor het nieuwe medicijn. De motivatie was er om te beginnen al niet, laat staan wanneer ze een placebo zouden krijgen in verband met de klinische proeven. De patiënten moesten opiaatvrij blijven voor minimaal vijf tot tien dagen voorafgaand aan de behandeling, omdat naltrexon ernstige ontwenningsverschijnselen veroorzaakt. Bovendien biedt naltrexon geen drugseffect (je wordt niet ‘high’), in tegenstelling tot methadon. Het duurde tot 1984, voordat de FDA naltrexon in een 50mg doses goedkeurde voor de behandeling van heroïneverslaafden. DuPont bracht het op de markt onder de naam ‘Trexan’.

Resultaten

Duidelijk werd dat DuPont moeite had uit te leggen wat de voordelen waren van naltrexon. Op de consumentenmarkt bestonden veel misverstanden en negatieve percepties over naltrexon. DuPont had een zeer zware dobber aan het overtuigen van de methadonklinieken om Trexan te gebruiken. Maar de weerstand bleef. Dr. Joseph Volpicelliin begon in 1981 echter ook mogelijkheden te zien om naltrexon te gebruiken bij alcoholverslaafden. Het idee om alcoholisme met medicatie te behandelen werd toen weliswaar niet algemeen geaccepteerd, maar in 1985 zag het bedrijf toch kansen het voor deze doelgroep in te gaan zetten.
Naltrexon als therapie bij alcoholisme was natuurlijk veel aantrekkelijker voor DuPont dan het gebruik bij drugsverslaafden, gezien het afzetpotentieel. Maar het bleek dat naltrexon geen significant betere resultaten te zien gaf dan het gebruik van een placebo. Ondanks dat werd naltrexon in 1995 door de FDA in een 50mg dosis goedgekeurd als middel bij alcoholverslaving. Het kwam op de markt onder de naam ‘ReVia’. Ook in Nederland schrijven artsen dit middel voor, bij verslaving aan alcohol of opiaten (verdovende middelen) en bij jeuk.

Patent verlopen

De exclusieve rechten van ReVia, of naltrexon zijn ondertussen verlopen. Hierdoor hebben ook andere bedrijven de mogelijkheid om vergelijkbare producten te produceren. In mei 1998 kwam het eerste concurrerende product op de markt, gemaakt door Barr Laboratories in Pomona NY. Op dat moment was de omzet van ReVia twintig miljoen dollar. Momenteel worden andere versies van naltrexon gemaakt, o.a. door Eon Labs and Amide Pharmaceutical / Mallinckrodt Pharmaceuticals onder de naam ‘Depade’. Maar ook in India, Spanje, Italië, Duitsland en Engeland worden vergelijkbare producten gemaakt. Onderzoekers blijven de mogelijkheden van naltrexon als therapie bij drugs- en alcoholverslaving onderzoeken. Dat heeft o.a. geleid tot de invoering van een Revia-implantaat (2003). En Alkermes, Inc. ontwikkelde recentelijk ‘Vivitrex’, een naltrexoninjectie die een maand werkt. In maart 2005 begonnen onderzoekers van de universiteit van Yale te kijken of naltrexon misschien zou werken bij rokers. En ondertussen heeft de FDA naltrexon de status ‘weesgeneesmiddel’ gegeven voor de behandeling van de symptomen bij jeugdautisme. Misschien ziet u hier overeenkomsten met Ritalin.

Endorfinen

Het idee is dat deze stof, die de werking van opiaten in principe tegengaat, tijdelijk op de endorfinereceptoren in de hersenen en elders gaat zitten, en dat die receptoren daardoor een veel sterkere affiniteit krijgen voor de lichaamseigen opiaten. Deze lichaamseigen opiaten, de endorfines, beïnvloeden op hun beurt het immuunsysteem, en zorgen voor een beter algeheel welbevinden. Dat is volgens de schrijver de verklaring waarom een opiaatantagonist zoals naltrexon in lage doseringen (die dus niet lang op de receptoren zullen gaan zitten) mogelijk bij MS werkzaam is, zoals men suggereert. Voorts is gebleken dat opiaatantagonisten zoals naltrexon aspecten van het immuunsysteem kunnen remmen. Daarbij verminderen de cytokines die door de T-helpercel gemaakt worden. Dat zou bij MS de basis kunnen zijn van de vermoede remmende werking op de progressie.

Overgewicht en ontsteking

Een recente studie gaf aan dat naltrexon ook gewichtsreductie kan bewerken, samen met een andere stof. De achtergrond van dit idee is dat vetzucht of overgewicht een chronische ontsteking is, wat leidt naar nieuwe behandelvormen en therapieën. Een lage dosis naltrexon (LDN) zou hierbij kunnen helpen. Er is inmiddels aardig wat literatuur waaruit de pijnstillende en ontstekingsremmende werking van LDN blijkt. Boeiend is dat LDN ook in diermodellen niet alleen pijnstillend werkt maar ook het eetgedrag remt, volgens prof. dr. M. Keppel Hesselink: “Omdat LDN een ontstekingsremmende werking heeft, en ook een pijnstillende werking, zetten we soms deze stof in, in een doses tussen 1 en 2,5 mg. Dat combineren we ook wel met tramadol, dat we dan twaalf uur later geven. Daar zit een subtiel farmacologisch idee achter, en het belangrijkste is dat we in de praktijk van alledag goede resultaten zien, met vrijwel geen bijwerkingen!”

Onderzoek

Het blijkt dat naltrexon in aanzienlijk lagere doses bij het behandelen van multiple sclerose, de ziekte van Crohn, AIDS, reumatoïde artritis, coeliakie, CFIDS, lupus en bepaalde vormen van kanker, een positief ondersteunde werking heeft. Het probleem is dat naltrexon nu een generiek geneesmiddel is (middel waarvan het patent is verlopen en dat zonder merknaam op de markt kan worden gebracht). Geen enkel farmaceutisch bedrijf heeft momenteel exclusieve productierechten. Daarom zal een bedrijf niet staan te popelen om dure klinische studies te financieren naar het gebruik van LDN. Daarnaast verdienen ze er bijna niets eraan. Als je een tablet naltrexon moet gaan verdunnen, is de kostprijs nog geen vijf euro voor tientallen tabletten. Toch zal ook zonder toestemming van de overheid of de steun van het bedrijfsleven de aandacht en het gebruik van LDN onder patiënten en artsen toenemen. De uitwisseling van onderzoeksinformatie via het internet is een van de redenen waardoor het versneld erkend zal worden, alleen niet als geneesmiddel. Toch dient LDN altijd gebruikt te worden in overleg met je therapeut of arts. De reden is dat naltrexone alleen in België wordt verkocht als Nalorex 50mg. Het moet thuis of door de apotheker dus nog verdund worden tot je een halve milligram tot maximaal 3,5 – 4 milligram kunt innemen. In Nederland wordt het ook op voorschrift aangemaakt. Tabletten van 0,5 mg zijn technisch gezien mogelijk. Kan dat niet geleverd worden dan kun je het verkrijgen onder de merknaam ReVia, dat is de 50mg dosering. Die moet je wel zelf verdunnen.

Boek

Er is een boek verschenen dat op basis van de beschikbare klinische en wetenschappelijke onderzoeken de geschiedenis beschrijft van naltrexon, inclusief zijn potentieel therapeutische gebruik, zijn effecten op het immuunsysteem en zijn farmaceutische eigenschappen. Daar het boek ook gericht is op lezers die kennismaken met de potentiële therapeutische voordelen van LDN, bevat het boek enkele praktische hoofdstukken voor mensen die geïnteresseerd zijn in het gebruik, met de focus op enkele onderwerpen, zoals hoe het geneesmiddel toegediend wordt, informatie over hulpstoffen, een lijst van artsen die LDN voorschrijven, en beschikbare patiëntenbronnen. Het bevat ook interviews met LDN-patiënten en verschillende van de top LDN-onderzoekers, die het belang van LDN beschrijven in termen van zijn vermogen om pijn te verlichten, het een halt toeroepen van ziekteprogressie en de kans geven aan het lichaam om zich te herstellen. Tot slot bevat het werk een nuttige verklarende woordenlijst en een appendix met een lijst van belangrijke klinische studies die uitgevoerd zijn, compleet met contactinformatie van onderzoekers en een samenvatting van de onderzoeksuitkomsten.

DELEN