Lekkende darm

DELEN

Lekkende darm

Voedsel dat wij tot ons nemen komt in een ingewikkeld proces dat in de mond begint en vervolgens via de slokdarm naar de maag gaat. In de mond begint al direct de spijsvertering. Door de tanden en kiezen wordt het voedsel fijngemalen. Tijdens het kauwen komt er speeksel vrij. In dit speeksel zitten enzymen. De enzymen zorgen ervoor dat het verteren van koolhydraten hier begint. Wanneer het voedsel voldoende is fijngemalen gaat het naar de slokdarm. Door de ritmische bewegingen van de slokdarm stuwt de slokdarm het voedsel naar de maag. In dit artikel leest u meer over Leaky gut, candida en andere darmproblemen.

 

In de maag wordt het voedsel vermengt met de maagsappen. Hier wordt onder invloed van vele enzymen (o.a. het enzym) pepsine begonnen met de afbraak van de eiwitten. De spijsbrij die vervolgens ontstaat wordt chymus genoemd.
De lever en galblaas spelen vervolgens een belangrijke rol bij de afbraak van de vetten. In de lever wordt het vet afgebroken waarna er gal overblijft. De galblaas zorgt voor de opslag van gal en wordt daarna afgevoerd naar de twaalfvingerige darm dat het eerste deel vormt van de dunne darm.

De alvleesklier scheidt sappen af naar de twaalfvingerige darm waar dit vermengd wordt met de chymus. Dit sap zorgt er voor dat de voedingsmoleculen af worden gebroken. Het sap van de alvleesklier bevat ook natriumcarbonaat en dat zorgt ervoor dat de zuren van de maagafscheiding weer worden geneutraliseerd.
In de dunne darm vervolgt de chymus zijn weg. De wanden van de dunne darm trekken ongeveer 12 keer per minuut samen. Door de sappen van de alvleesklier en de gal wordt de chymus ontbonden in enkelvoudige chemische stoffen (voedingstoffen). De haarvaatjes die in de dunne darm zitten kunnen zo deze voedingsstoffen opnemen. Via de dunne darm gaat de chymus naar de dikke darm.
In de dikke darm zitten darmbacteriën. Deze bacteriën zorgen ervoor dat de overgebleven koolhydraten verder worden ontbonden. Het water en de minerale zouten worden in dit laatste deel van de spijsvertering in de bloedsomloop opgenomen. Door het samentrekken van de dikke darm worden de resten van het voedsel naar de endeldarm gedreven. Als het vocht eruit is gehaald kan de ontlasting door de anus afgevoerd worden.

Spijsverteringsklachten

Maag- darmproblemen komen in alle leeftijdscategoriën voor.  Het zijn vaak vage klachten met veel bijkomende verschijnselen. Een veel voorkomende veroorzaker die niet vaak wordt opgespoord in het ziekenhuis is de alvleesklier (pancreas). Het afnemen van de functie van de alvleesklier en het toenemen van chronische ontstekingen verloopt meestal sluipend en traag. De functie van de pancreas gaat vaak onopgemerkt gaanderweg achteruit. Er wordt geen veroorzaker gevonden en mensen blijven met klachten rondlopen. De pancreas heeft naast zijn hormoonproductie (insuline) nog een heel belangrijke taak. Dit is namelijk zijn betrokkenheid bij de vertering van eiwitten, vetten en koolhydraten. Deze verteringsfuncties van de pancreas kunnen langzaam slechter worden en een oorzaak zijn van vage buikklachten.

De symptomen die wij zien en die gerelateerd kunnen zijn aan een verteringsprobleem zijn:

  • Opgeblazen gevoel in de buik vrij direct na een maaltijd
  • Na de maaltijd een vol gevoel alsof het voedsel niet verder wil gaan
  • Winderigheid
  • Stinkende ontlasting met onverteerd voedsel en veel gasvorming
  • Een explosieve stoelgang
  • Soms schuimende of slijmerige ontlasting
  • Bolle uitpuilende buik met onduidelijke buikklachten
  • Pijn in de buik meestal rond de navel
  • Bepaalde voeding niet goed kunnen verdragen zoals koffie, alcohol, vet, histaminerijke voeding en het slecht kunnen verdragen van granen.

Problemen met de vertering van koolhydraten uit zich door gasvorming door gisting en een rottende eierenlucht duidt op een slechte vertering van eiwitten. Wanneer men last heeft van plakkerige ontlasting duidt dit op een slechte vetvertering.

Het probleem in de pancreas wordt veroorzaakt door een verkeerd voedingspatroon. Wanneer er onvoldoende maagsap wordt geproduceerd en er onvoldoende enzymen door de pancreas wordt aangemaakt dan ontstaat er stagnatie van voedsel dat in de maag verblijft met zuurbranden als gevolg. Soms is hierbij een reflux aanwezig dat de zure maag inhoud tot in de slokdarm stuwt. Voor dit probleem wordt ten onrechte maagzuurremmers gegeven. Deze groep medicijnen vormen een gevaar want ze worden langdurig geslikt. De schijn bedriegt want de maagzuurremmers lijken het probleem te verhelpen maar lossen juist niets op. Bovendien kan door het langdurig gebruik van maagzuurbinders een tekort aan vitamine B12 ontstaan met vervelende gevolgen.

Spijsverteringsenzymen

Mannen en vrouwen met een problematische spijsvertering kunnen baat hebben door specifieke verteringsenzymen te gebruiken. Het voornaamste verteringsenzym is pancreatine. Dit is een mengeling van verschillende enzymen, die bij jonge mensen in voldoende mate door de pancreas wordt geproduceerd. Pancreatine is actief in de darmen en bevat zowel protease die eiwitten afbreken en er aminozuren van maken, amylase om complexe koolhydraten in bruikbare bloedsuikers om te zetten en lipaseom vetten om te zetten in degelijke energiecomponenten.

Een gezonde dunne darm van de mens produceert nog andere verteringsenzymen zoals trypsine en chymotrypsine. Trypsine is een eiwitafbrekend enzym dat in de dunne darm van de mens voedingseiwitten afbreekt. Trypsine heeft een zeer specifieke functie. Het splitst alleen peptidebindingen (binding tussen twee aminozuren) waarvan de carboxylgroep afkomstig is van een van de basische aminozuren lysine en arginine.

Het enzym wordt gemaakt in de alvleesklier in de vorm van een inactief voorstadium, het trypsinogeen. Activering van trypsinogeen tot trypsine gebeurt in de dunne darm. Chymotrypsine komt voor in het maagsap van de mens en helpt ook bij het verteren van eiwitten.

Bromelaïne is meer dan alleen een proteolytisch enzym. Het wordt gewonnen uit de stengels en het sap van de ananasplant (Ananas comosus). Bromelaïne heeft buiten het spijsverteringskanaal belangrijke ontstekingsremmende, pijnstillende en immuunversterkende eigenschappen. Het is daardoor een waardevol supplement bij een scala van gezondheidsproblemen (hierover later meer).

Papaïne is een enzym dat uit papaja wordt gehaald. Het is ook een eiwitsplitsende stof en in zijn werking te vergelijken met bromelaïne.

Hemicellulase is een belangrijk enzym om koolhydraten (de hemicellulose) af te breken, die voorkomen in plantaardige voedingsmiddelen. Voedingsmiddelen die voorkomen in vele, moeilijke verteerbare granen, bonen en bepaalde groenten. Speciaal belangrijk voor diegenen die darmproblemen hebben.

Zuurgraad en enzymen

De werking van enzymen heeft een juiste zuurgraad nodig. De twaalfvingerige darm heeft voor een goede vertering een basisch milieu nodig. Door een verkeerde pH waarde in de twaalfvingerige darm kunnen enzymen van de pancreas niet optimaal functioneren.  Door een pancreasinsufficiëntie ontstaat storingen in de eiwit- en vetvertering (zoals exocrine, verstoorde secretie van galzuren). Hierdoor ontstaat een ongewenst te alkalisch (pH verhogend) darmmilieu. Gezonde darmen hebben een pH waarde van tussen de 6.0 – 7.0. Eenzijdige voeding of een niet goed werkend verteringssysteem leidt tot een onjuiste darmflora.

Immuunsysteem

Genezing en het onderhoud van de gezondheid is een taak van het eigen afweersysteem in het lichaam.We kunnen daarom niet spreken over de behandeling van een ziekte, of ontgiften van het organisme zonder inbegrip van het immuunsysteem. Als je kijkt naar alle ziektes, te beginnen met griep en te eindigen met aids, dan is er niets dat gedaan kan worden zonder rekening te houden met het gebied van de immunologie.

Tijdens een parasitaire infectie zetten speciale T-helperlymfocyten een verdedigingsrespons in gang door stimulatie van grote hoeveelheden boodschappers.Er zijn twee soorten T-helpercellen die ieder op zich met hun eigen boodschappers werken.

Dit zijn:

  • T-helper type I (Th1). Deze cellen reageren op virussen, bacteriën en de meeste eencellige darmparasieten. Wanneer kinderen infectieziekten doormaken worden deze cellen (boodschappers) goed ontwikkelt en ontstaat er een goede balans tussen TH1 en TH2.
  •  T-helper type 2 Th2). Deze cellen reageren op wormen en bepaalde parasieten. Zij produceren ook boodschappers die zorgen voor groei en herstel en zij repareren bijvoorbeeld wonden.

Bij een disbalans tussen Th1 en Th2 ontstaan allergieën.

Tijdens een parasitaire infectie zetten speciale T-helperlymfocyten een verdedigingsrespons in gang door stimulatie van grote hoeveelheden boodschappers.

Hoewel vaccinaties en antibioticagebruik een belangrijke plaats innemen in de gezondheidszorg hebben zij ook nadelige kanten. Zij kunnen namelijk een goede ontwikkeling van de TH1 reacties verhinderen. Kinderen, die in ontwikkelingslanden en op boerderijen opgroeien en blootstaan aan dierlijke infecties, ontwikkelen een sterk immuunsysteem en lijden minder vaak aan allergieën. Kinderen die geen infecties doormaken door het gebruik van antibiotica ontwikkelen vaker astma en allergieën.

Bij een chronische overactieve respons van Th1 spreekt men van auto-immuunziekten, zoals reumatische gewrichtsontstekingen , glutenallergie, en de ziekte van Crohn. Bij een zwakte van Th1 ontstaat een overdreven Th2 reactie. Dit is de oorzaak van allergische reacties, eczeem en darmklachten. De overdreven respons ontstaat door een combinatie van aanleg voor infectieziekten en een immuunrespons die niet optimaal is.

Th 1-cellen stimuleren de productie van boodschappers die het lichaam aanzetten tot verdediging, een pro-infectierespons. Eén van de belangrijkste en bekendste boodschappers is Tumor necrosis factor alfa, TNF-a, dit veroorzaakt schade.  Ook een overdaad aan buikvet produceert TNF-a, een stof die uiteindelijk de bloedvaten zal aantasten. Candida albicans hangt samen met de dominantie van de Th1 en zwakte van Th 2. Lactobacillen zoals in Lactospore heeft een gunstige werking op de Th2.

Het glutenmysterie in granen, vooral tarwe, leidt bij heel wat mensen tot glutenintolerantie, een verminderde absorptie van voedingsstoffen in de darm.

Granen reduceren de absorptie van mineralen, spoorelementen en vit B1. Zij blokkeren ook de verteringsenzymen en maken proteïnen onverteerbaar. Tarwe blokkeert eveneens het pancreas enzym lipase en vertraagt de vetvertering. Onze voorouders gebruikten veel varkensreuzel en oliën bij de bereiding van graangerechten en hadden geen tolerantie.

Het afweersysteem van mensen met een overgevoeligheid voor granen herkent gluten als vreemd waarop een immunologische en een ontstekingsreactie ontstaan en de patiënt lijdt dan aan glutenintolerantie. Daarbij wordt het darmslijmvlies aangetast en beschadigd. Slijmvliezen bevinden zich in mond-, neus-, en keelholte, de longen, de ogen en de darmen. Slijmvliezen vormen een verdedigingssysteem en zijn de grens tussen ons lichaam en de buitenwereld. Het darmslijmvlies maakt voor 80% deel uit van het totale slijmvlies. Een gezonde slijmvliesbarrière is van groot belang voor het goed functioneren van ons immuunsysteem.

Candida en de slijmvliesbarrière

Wanneer er sprake is van een sterke aanwezigheid van Candida in de darm heeft dit een negatieve invloed op de barrièrefunctie van het slijmvlies. Allereerst bezit Candida verschillende eigenschappen die dit organisme in staat stellen om de slijmvliezen binnen te dringen. Zo scheidt C. albicans enzymen af die de beschermende slijmlaag helpen afbreken, kunnen gistcellen de eiwitten afbreken die onder normale omstandigheden de slijmvliescellen aan elkaar verbinden en zijn zij zelfs in staat om door de slijmvliescellen heen te dringen. Onderzoek bij muizen heeft aangetoond dat kolonisatie met C. albicans leidt tot een verhoogde doorlaatbaarheid van het darmslijmvlies. Ook leidt kolonisatie van het darmslijmvlies met Candida tot een verhoogde doorlaatbaarheid voor andere micro-organismen. Wanneer gekeken wordt naar het voorkomen van antilichamen tegen diverse schimmels bij mensen, valt op dat meestal afweereiwitten worden geproduceerd die reageren met antigenen van Candida, maar tegelijkertijd ook met Saccharomyces cerevisiae (bakkersgist) en Histoplasma capsulatum. Dit betekent dat deze organismen antigenen bezitten die sterk op elkaar lijken. Het bestaan van een dergelijke kruisreactiviteit tussen Candida en S. cerevisiae heeft belangrijke consequenties. Wanneer er namelijk sprake is van een kolonisatie met Candida en een verstoorde darmbarrière zullen antilichamen tegen Candida ook reageren met het alom tegenwoordige bakkersgist, en tot een ontstekingsreactie leiden. Naast Candida en andere allergenen kunnen ook andere factoren bijdragen aan het optreden van een verstoorde slijmvliesbarrière. De belangrijkste hiervan zijn verstoring van de darmflora, ontsteking van de darmwand door andere oorzaken zoals de ziekte van Crohn, colitis ulcerosa, stress, geneesmiddelengebruik (met name NSAID’s, chemotherapie) en tekorten aan vitamine B12.

Kenmerkend voor een slechte spijsvertering zijn de volgende klachten: vermoeidheid, ribbels in nagels, haaruitval, huidklachten, spierpijn, gewrichtsklachten, slechte wondgenezing, algemene ontstekingen, hoofdpijn en jeuk. Welke klachten waarvandaan komen kan verder onderzocht worden door een ontlastingsonderzoek. Hiermee komt meer inzicht over de vertering, darmflora, mycologie, virulente factoren, M2-PK, helicobacter pylori, calprotectine, lactoferrine, en meer.

Lekkende darm en ontstekingen

De vertering van voedsel is het afbreken van voedingsmiddelen in zulke kleine stukjes dat ze kunnen worden gebruikt door de cellen. De spijsvertering heeft als doel het “verkleinen” van de voedingsmiddelen om uiteindelijk als voedingsbouwstenen uit de dunne darm te kunnen worden opgenomen. Alleen voedingsbouwstenen die zodanig verkleind zijn dat ze kunnen worden gebruikt door de cellen worden door de dunne darm doorgelaten naar het bloed. Eenzijdige voeding, het gebruik van anti-biotica, belasting door toxinen uit het milieu, te veel zuurvormende voeding, stress en andere factoren verstoren het microbiologische evenwicht.  Het gevolg is een cascade van elkaar beïnvloedende reacties, waardoor uiteindelijk het darmslijmvlies beschadigd raakt en een verhoogde doorlaatbaarheid van de darm ontstaat. Men spreekt in dit geval van een “lekkende darm” of “Leaky Gut Syndroom”. De openingen van de darm zijn weliswaar alleen onder een microscoop te herkennen, maar deze zijn groot genoeg, om onverteerde voedingsbrokjes met het lichaamseigen weefsel in contact te laten komen. Een voedingsallergie kan dan het gevolg zijn. Als voorbeeld nemen wij een appelallergie. Wanneer een appel niet volledig wordt verteerd en het darmslijmvlies een grotere doorlaatbaarheid heeft komen eiwitbestanddelen van de appel als vijandige indringer binnen. Hierop reageren afweercellen met een immuunreactie en het produceren van IgG (Immunoglobulinen G). Het lichaam kan onbekende eiwitten van een bepaalde omvang opmerken. Dat kunnen virussen en bacteriën zijn, maar ook niet goed verteerde voedingsdeeltjes. Het lichaam ziet deze allemaal als “indringers”, dus ook de appeldeeltjes. Om deze “indringers” onschadelijk te maken, produceren eigen afweercellen (lymfocyten) nu antilichamen (afweereiwitten). Deze antilichamen zijn specialisten; ze herkennen het appeleiwit steeds opnieuw (ook als het slechts in heel kleine hoeveelheden voorkomt), nadat er eenmalig contact heeft plaatsgevonden.

Het appeleiwit laat op deze manier zijn sporen na in het immuunsysteem, waardoor een herinneringsmechanisme in gang wordt gezet. We spreken van een “immuunreactie op voedingsmiddelen”.

Immuunreacties die door de hierboven beschreven antilichamen van voedingsmiddelen gestart worden, worden meestal niet opgemerkt, omdat de eventuele klachten tot 72 uur na het eten van een bepaald voedingsmiddel kunnen optreden. Daarom is het erg lastig voor mensen om hun hoofdpijn, reumatische klachten, migraine, hartkloppingen, huidproblemen, slaapproblemen, overgewicht of andere klachten in verband te brengen met het eten van een bepaald voedingsmiddel. Het lichaam wordt zo voortdurend met levensmiddelen belast, tegen welke het een afweer heeft ontwikkeld. Dit is een extra belasting voor de lever en de bijnier kan uitgeput raken en in sommige gevallen kunnen er zelfs auto-immuunziektes ontstaan. Bekende  voorbeelden van auto-immuunziektes zijn Coeliakie, de ziekte van Crohn, Diabetes type 1 en reuma. Dit geldt ook voor de ziekte ME/CVS. Op hersenniveau kunnen slecht verteerde voedingsstoffen (vooral gluten en caseïne) en gifstoffen in het bloed neurotransmitters verstoren, zoals bij ADHD, dyslexie en psychoses. Ook kunnen deze stoffen zorgen voor acne, eczeem en andere huidproblemen. Het afweersysteem kan op deze manier verstoord raken en overbelast worden met als gevolg meer ontstekingsactiviteit in het lichaam.

Mensen met dit probleem zijn zeer gebaat bij het helen van een lekkende darm.

Orthomoleculaire adviezen

Lekkende darm

Bij een verzwakt immuunsysteem en zwakke darmflora zitten er bijna altijd lekken in de slijmvliezen van de darmen en ook in andere slijmvliezen. Deze lekkages kunnen gedicht worden met L-Glutamine. L-Glutamine is een aminozuur wat binnen enkele weken de slijmvliezen volledig kan herstellen.

L-Glutamine is met name essentieel voor de immuunfunctie in de slijmlagen van de luchtwegen en het maag-darmkanaal. Een tekort aan glutamine kan zo leiden tot een verminderde afweer tegen pathogenen in darm ( ook in de luchtwegen). L-glutamine is belangrijk voor een gezonde darmfunctie, want het is nodig voor de continue heropbouw van de cellen van het darmepitheel met name in de dunne darm. Deze cellen worden elke 3 tot 4 dagen volledig geregenereerd(ofwel vernieuwd). Het belang van glutamine voor het darmepitheel wordt treffend geïllustreerd door het feit dat maar liefst 40% van het totale glutamineverbruik in de darm plaatsvindt. Bij een tekort aan glutamine kunnen de darmepitheelcellen verdrogen en verharden, wat niet alleen een verminderde absorptie van nutriënten tot gevolg heeft, maar ook een verhoogde risico geeft op ongewenste doorlaadbaarheid van het darmepitheel met als gevolg meer kans op ontstekingen zoals bij de ziekte van Crohn en reumatoïde artritis.

Systemische enzymtherapie bij ontstekingen

De reguliere geneeskunde maakt bij ontstekingen vaak gebruik van twee soorten behandelingen. Een daarvan is het gebruik van anti-inflammatoire geneesmiddelen die eigenlijk alleen het symptoom onderdrukken, maar niet de ziekte genezen. De andere soort is het gebruik van de zogenaamde immuunonderdrukkers. Deze medicijnen verzwakken de eigen verdediging van het lichaam. Gelukkig zijn er steeds meer wetenschappers die het belang inzien van de biochemische methode van systemische enzymtherapie.

Systemische enzymen, ook wel proteolytische enzymen, ondersteunen het immuunsysteem en helpen het lichaam met normale inflammatoire processen. Ze zijn een veilig alternatief voor niet-steroïde anti-inflammatoire geneesmiddelen (NSAID’s) en hebben niet de ongunstige bijwerkingen.

Systemische enzymtherapie is kort gezegd het toedienen van specifieke, extra enzymen om het lichaam, en dan specifiek de lichaamseigen geneeskracht, te ondersteunen en stimuleren.

De rol van enzymen is die van biokatalysator: het activeren en controleren van de chemische reacties in het lichaam, zoals het afbreken van eiwitten, vetten en koolhydraten uit ons voedsel. Enzymen spelen een belangrijke rol in het immuunsysteem. Naast het gebruik als spijsverteringsenzymen heeft het gebruik van proteolytische enzymen zijn nut bewezen voor het verminderen van ontstekingen, het stimuleren van het immuunsysteem, het onderhoud van cardiovasculaire gezondheid, het maximaliseren van endocriene effectiviteit, ontgifting en de bevordering van een normale longfunctie.

Het merendeel van de therapeutisch toegepaste enzymen behoort tot de groep van de hydrolasen. Hieronder vallen het plantaardige papaïne en bromelaïne. Bij bacteriele of virale infecties, auto-immuunziekten, algemene ontstekingen en vaataandoeningen zijn het de enzymen die handelend optreden.
Bij een auto-immuunziekte ontstaan er auto-antilichamen.  De werking van natuurlijke enzymen is het terugdringen van auto-antilichamen en de ongewenste eiwitten en eiwit-complexen van het lichaam afbreken en doen oplossen zodat het via de urine of via ontlasting het lichaam kan verlaten. Zo’n auto-antilichaam laat zich splitsen door proteolytische (eiwitsplitsende) enzymen o.a. papaïne, bromelaïne en rutine.

Proteolytische enzymen verminderen de pijn bij een ontsteking door vermindering van de ontstekingsreactie en door een direct effect op de nociceptoren. De pijn bij artritis, osteoartritis, reuma en fibromyalgie wordt niet alleen getemperd door suppletie met proteolytische enzymen, maar treedt er een langzame verbetering op omdat de auto-antilichamen, gericht tegen lichaamseigen bestanddelen en deze beschadigen, zich goed laten splitsen door middel van papaïne, bromelaïne en rutine. Reumatoīde artritis wordt gezien als een auto-immuunziekte. Ook bij deze ziekte vinden we hoge niveaus circulerende immuuncomplexen. Dus dit zou er ook op kunnen wijzen dat we hier echt te maken hebben met een auto-agressieve ziekte. Enzymen zijn zeer goed in staat om immuuncomplexen voldoende te ontleden en te elimineren. Bovendien stimuleren zij ook het afweersysteem van ons lichaam en versnellen inflammatoire mechanismen.

In het begin van de behandeling kan een schijnbare verslechtering zich voordoen, aangezien het enzymatische supplement de immuuncomplexen kan vernietigen die opgelost worden in het betreffende weefsel. De enzymen brengen de immuuncomplexen terug naar de bloedbaan. Hierdoor is er een grotere hoeveelheid circulerende immuuncomplexen en deze tijdelijke verhoging kan tijdelijk de symptomen van de patiënt verergeren. Ze noemen dit het Herxheimer-effect. Maar de enzymen zullen in een korte periode, als ze worden toegediend in de juiste dosis, de immuuncomplexen zeker elimineren. Proteolytische enzymen zijn een uitstekend middel bij ontstekingen of verwondingen. Ontstekingsreacties die in het lichaam ontstaan worden door proteolytische enzymen gereguleerd en helpen voorkomen dat ontstekingen chronisch worden. Zij remmen de ontstekingsreactie door modulatie van de prostaglandinensynthese. Enzymen verminderen de ontstekingskenmerken (roodheid, pijn en zwelling) en bekorten de herstelperiode.

Adviezen bij candida

Het is vaak zeer goed mogelijk om eerst een algemeen voedingsadvies te geven aangezien Candida lang niet altijd de voornaamste rol speelt bij de klachten. Wanneer de behandeling geen of onvoldoende resultaat heeft, kan verder onderzoek gedaan worden naar Candida maar ook naar andere pathogene organismen die een chronische slijmvliesreactie kunnen veroorzaken. Een suppletieadvies met de juiste probiotica kan dan worden ingezet. Het eerste doel van de behandeling van verhoogde darmdoorlaatbaarheid dient erop gericht te zijn om de vicieuze cirkel van slijmvliesreactie en ontsteking te doorbreken. Dieet aanpassen en toename van vezelstoffen zoals glucomannan en ook psyllium geven vaak goede resultaten. Het vermijden van allergenen zijn in deze situatie onder alle omstandigheden belangrijk evenals het uitzoeken van de voedselintoleranties. Uit diverse oogpunten is het verminderen of stoppen met het gebruik van geraffineerde suikers sterk aan te bevelen, waarbij men geleidelijk mag afbouwen. Probiotica kunnen op verschillende wijzen bijdragen aan het voorkomen en bestrijden van een overmatige groei van Candida-soorten. Curcuma (geelwortel) is een kruid dat zowel in de Oosterse keuken als in de Traditionele Chinese Geneeswijzen al duizenden jaren wordt gebruikt tegen ontstekingen in de darm. De voornaamste werkzame stoffen uit kurkuma zijn een mengsel uit curcuminoīden: curcumine, desmethoxycurcumine en bisdesmethoxycurcumine) In de afgelopen jaren is veel onderzoek verricht naar de ontstekingsremmende werking van kurkuma, waarbij een aantal ontstekingsremmende mechanismen is ontdekt. Zo verhindert curcuma de productie van het enzym cyclo-oxygenase 2, o.a. door remming van NF-kβ. Curcuma in combinatie met bioperine versterkt deze werking. Ook hoge dosis vitamine D3 kan worden ingezet om ontstekingen te behandelen. Andere supplementen die ingezet worden om Candida te bestrijden zijn o.a. olijfbladen komijn. Gezien de gevoeligheid van de darmen dient vaak wel voorzichtiger gedoseerd te worden. Van Greens waar ook probiotica en enzymen zijn toegevoegd valt veel goede resultaten te verwachten.

Conclusie

Therapie met enzymen maakt al een lange tijd deel uit van de behandelingsmethoden binnen de complementaire geneeskunde. Momenteel zijn enzymen zelfs uitgegroeid tot een van de meeste innovatieve en groeiende medicinale producten, waarbij systemische therapie met proteolytische enzymen is uitgegroeid tot de belangrijkste methode van de enzymbehandeling binnen de natuurlijke geneeskunde, met vaak verbluffende resultaten.

 

 

DELEN