Koper, het medische gebruik

DELEN

Koper is, in biologische termen, een essentieel (metallo-)element. Alle dier- en plantcellen hebben het namelijk nodig om te leven en te functioneren, en het lichaam kan zelf geen koper aanmaken, maar is afhankelijk van het dieet om het binnen te krijgen. Het belang van koper wordt steeds duidelijker doordat uit onderzoek steeds meer blijkt dat koper niet alleen nodig is voor het normale metabolisme, maar dat het ook een essentiële factor is in het genezingsproces bij een aantal ziekten. Misschien realiseert u het zich niet, maar vaak is koper al een onderdeel van uw medicijnen. Het wordt gebruikt als een minerale toevoeging bij vitaminen- en mineralensupplementen. Veel van deze supplementen, in het bijzonder die welke geadviseerd worden aan ouderen, bevatten 2,5 milligram koper. Deze hoeveelheid komt overeen met de minimum dagelijkse vereiste aan koper voor volwassenen. Koper kan ook in dieetsupplementen voorkomen, maar dan in de vorm van diverse organische complexen, zoals koper “chelaat”. Koper wordt binnen de geneeskunde al duizenden jaren gebruikt — zelfs voor het begin van de geschreven geschiedenis. De mensen uit de vroege geschiedenis waren niet alleen in staat om actieve middelen uit kruiden samen te stellen, maar gebruikten ook samenstellingen van metalen zoals koper, mangaan en zink als geneesmiddelen. In oude tijden werd koper gebruikt voor zijn curatieve vermogens; grotendeels vanwege zijn antibacteriële en schimmeldodende eigenschappen bij de behandeling van wonden en huidziekten. Later werd het op brede schaal gebruikt vanwege zijn doeltreffendheid in de behandeling van een aantal interne ziekten zoals bloedarmoede, kanker, reumatoïde artritis, beroerte en hartkwalen. Bovendien bevestigt nieuw onderzoek de rol van normaal opgenomen koper bij de preventie en behandeling van ziekten. Veel van dit onderzoek is gebaseerd op het verkregen inzicht in de rol van koper in het menselijke lichaam, namelijk zijn rol als essentieel sporenelement dat nodig is voor een gezonde groei en goed functioneren.

Het gebruik van koper in de oudheid

Het eerste geregistreerde medische gebruik van koper is gevonden in de Papyrus van Smith, één van de oudste bekende boeken. ‘Papyrus’ is een Egyptische medische tekst, die tussen 2600 en 2200 v. Chr. werd geschreven. Hierin wordt het gebruik van koper bij het steriliseren van wonden en van drinkwater beschreven. Andere geschriften betreffende koper en het geneeskrachtige gebruik hiervan vind je ook in de Papyrus van Ebers, geschreven rond 1500 v. Chr. Deze Papyrus was meer een medisch naslagwerk in het oude Egypte en in andere culturen. Een mengsel met koper werd geadviseerd bij hoofdpijnen, “het beven van de ledematen” (misschien verwijzend naar epilepsie of St. Vitus Dans), brandwonden, jeuk en bepaalde vochtophopingen in de hals. Koper werd ook in andere vormen gebruikt voor de behandeling van ziekten, dit strekte zich uit van kopersplinters tot aan diverse vormen van zouten en oxiden. Zo werd er gesproken over een ‘groen pigment’, wat waarschijnlijk duidt op het mineraal malachiet, een vorm van kopercarbonaat. Maar het kan ook verwijzen naar chrysocolla, een vorm van gehydrateerd koper-aluminium-silicaat, of zelfs koperchloride dat zich vormt wanneer koper aan zeewater wordt blootgesteld. In de eerste eeuw na Chr. beschrijft Dioscorides, in zijn boek De Materia Medica, een methode om een ander groen pigment te maken, bekend als ‘verdigris’. Dit wordt verkregen door koper aan de dampen van kokend azijn bloot te stellen. In dit proces vormt zich op het koperoppervlak blauwgroen koperacetaat. Verdigris en blauwe vitriol (kopersulfaat) werden onder andere gebruikt in remedies voor oogkwalen zoals bloeddoorlopen ogen, ontstoken of “wazige” ogen, “vet in de ogen” (trachoom?), en cataracten. In de Hippocrates collectie (van de Griekse arts Hippocrates, 460 tot 380 v.Chr.), wordt koper geadviseerd bij de behandeling van beenzweren in verband met varikeuze aders. Om besmetting van de wonden te verhinderen, strooiden de Grieken op de wond een droog poeder dat uit koperoxide en kopersulfaat was samengesteld. Een andere antiseptische wondbehandeling in die tijd was een gekookt mengsel van honing en rood koperoxide. De Grieken konden makkelijk aan koper komen aangezien het metaal zeer gemakkelijk beschikbaar voor handen was op het Eiland Kypros (Cyprus) waarvan de Latijnse naam van koper, cuprum, is afgeleid.

Tegen de tijd dat de Romeinse arts Aulus Cornelius Celsus de geneeskunde begon uit te oefenen (toen Tiberius regeerde, 14 tot 37 na Chr.), waren koper en zijn derivaten stevig gevestigd als belangrijke medicijnen in de farmacopee van de arts. In de reeks van Celsus, De Medicina, waren er meerdere lijsten waarin vele doeleinden van koper werden beschreven, samen met de preparatie ervan en de vorm van koper die het meest efficiënt was bij elke kwaal. Voor de behandeling van venerische ziekte, schreef Celsus een remedie voor die uit peper, mirre, saffraan, en gekookt ‘antimony sulfide’ (in de natuur voorkomende antimoonsulfide), en koperoxide bestond. De ingrediënten werden eerst vermalen en daarna in droge wijn gedaan, waarna het weer moest drogen, nogmaals werd vermalen en uiteindelijk in rozijnenwijn verhit tot het vocht eruit was. Voor chronische zweren bestond de behandeling uit koperoxide en andere ingrediënten met inbegrip van genoeg rozenolie om een zachte consistentie te geven.

Plinius (23 tot 79 na Chr.) beschreef ook een aantal remedies waarin koper verwerkt was. Het zwarte koperoxide werd samen met honing gegeven om intestinale wormen te verwijderen. Als het verdund was kon het ook in de neusgaten worden gespoten; dit maakte het hoofd helder en, wanneer het ingenomen werd met honing of honingwater, zuiverde het de maag. Maar het werd ook gebruikt voor ‘oogruwheid’, ‘oogpijn’ en ‘wazigheid’. En het werd in de oren geblazen om oorproblemen te verlichten.

Koper werd ook in India en het oude Perzië gebruikt bij longziekten. In het boek Liber Fundamentorum Pharmacologiae wordt het gebruik van kopermengsels voor geneeskrachtige doeleinden in het oude Perzië beschreven. Zo werd het vermalen malachiet, koperacetaat en koperoxide gebruikt bij ziekten van het oog en voor de verwijdering van ‘gele gal’. De nomadische Mongoolse stammen behandelden en geneesden zweren van venerische oorsprong met orale toediening van kopersulfaat.

Wat betreft de modernere tijd, werd voor het eerst iets over de rol van koper in relatie met het immuunsysteem gepubliceerd in 1867 toen men rapporteerde dat tijdens de cholera-epidemieën in Parijs van 1832, 1849 en 1852, de koperarbeiders voor deze ziekte immuun bleken te zijn. Van recentere datum is de observatie dat de rol van koper belangrijk is voor een goed functionerend immuunsysteem. Dit wordt ondersteund doordat individuen die de ziekte van Menke hebben vaak overlijden aan ziekten en ontstekingen gerelateerd aan een verzwakt immuunsysteem. Verder is er aangetoond dat dieren die ontoereikend koper hebben gevoeliger zijn voor bacteriële ziekteverwekkers zoals de Salmonella’s en Listeria.

In 1885 rapporteerde de Franse arts, Luton, dat hij koperacetaat in zijn praktijk gebruikte bij het behandelen van patiënten met jicht. Voor de externe toepassing hiervan maakte hij een wondzalf op basis van reuzel van het varken en 30% neutrale koperacetaat. Voor de interne behandeling gebruikte hij pillen die 10 mg koperacetaat bevatten.

In 1895 publiceerde Kobert zijn overzicht van de farmacologische werking van kopermengsels. Koperarsenaat werd gebruikt bij het behandelen van acute en chronische diarree, en bij dysenterie en cholera. Een verscheidenheid aan anorganische koperpreparaties bleken efficiënt te zijn bij het behandelen van chronische klierontsteking, eczeem, scorphulosis, tbc, wolfszweer, syfilis, lupus, gezichtsneuralgia, etc. Een organisch kopermiddel dat door de firma Bayer werd ontwikkeld werd bij de behandeling van tuberculose gebruikt. De behandeling met koper bij tuberculose ging door tot de jaren ’40 van de vorige eeuw, en diverse artsen rapporteerden over hun succes in het gebruiken van deze kopermiddelen, zelfs bij intraveneuze inspuitingen van het middel.

In 1939 merkte de Duitse arts Werner Hangarter op dat de Finse kopermijnwerkers niet door artritis werden aangetast zolang zij in de kopermijnbouw werkten. Dit was bijzonder omdat reumatiek een wijdverspreide ziekte was in Finland. Bovendien hadden de arbeiders in andere industrieën en andere steden relatief meer reumatische ziekten dan deze kopermijnwerkers. Door deze observatie kwamen Finse medische onderzoekers en de Duitsers Hangarter en Lübke ertoe, om de nu klassieke klinische proeven te beginnen waarbij gebruik werd gemaakt van een waterig mengsel van koperchloride en natriumsalicylaat. Hiermee behandelden zij met succes patiënten met  reumatische koorts, reumatoïde artritis, en sciatica. Tot voor kort werd, zoals in de tijd van Plinius, in de medische wereld kopersulfaat gebruikt als middel om braken te veroorzaken. Dit is gebaseerd op het feit dat één van de natuurlijke fysiologische reacties van het lichaam is om koperintoxicatie te verhinderen door middel van braken. In het Manual of Pharmacology and its Applications to Therapeutics and Toxicology, gepubliceerd door W. B. Saunders Company in 1957, staat dat het gebruik van 0,5 gram kopersulfaat opgelost in een glas water, in één enkele dosis apart, of drie dosissen van 0,25 gram, om de vijftien minuten ingenomen, geadviseerd wordt om braken op te wekken.

Van koper is het bekend dat het een essentieel element is in het menselijke metabolisme, hoewel koper niet in meetbare hoeveelheden in ionische vorm in het lichaam bestaat. Alle meetbare hoeveelheden koper in het lichaam zitten in weefsels en complexe organische samenstellingen van proteïnes en enzymen. Daarom heeft men vastgesteld dat koper betrokken moet zijn bij lichaamsprocessen. Het gehalte in het menselijke lichaam ligt bij ongeveer 1 ppm, waarbij een volwassene dagelijks circa 1,5-3,5 mg koper nodig heeft. Het resorptiepercentage ligt rond de 30%, maar 25% wordt met de gal uitgescheiden. De hoogste concentraties van het element zijn dus ook vooral in de lever te vinden, terwijl ook spieren en botten relatief veel koper bevatten. Het element is een bestanddeel van een groot aantal enzymen die onder andere de energieproductie, de bescherming tegen vrije radicalen, de hormoonproductie en de synthese van melanine dienen. Een kopertekort bij de mens is heel zeldzaam, maar kan onder andere in anemie, demineralisatie van de botten en een vermindering van de arterie-elasticiteit naar voren komen. Er bestaat een antagonisme tussen koper en zink.

De sleutel tot het efficiënte gebruik van koper is niet het gebruik van anorganische kopersamenstellingen, zoals deze in het verleden werden gebruikt, maar eerder het gebruik van organische verbindingen zoals koperchelaat. Het proces van chelating zorgt ervoor dat het als het ware door de intestinale wand wordt gesmokkeld en hierdoor mee wordt genomen in de voeding van het lichaam.

Het eerste moderne onderzoek naar koper en zijn geneeskrachtige werking werd door Professor John R. J. Sorenson, van de Universiteit van Arkansas gedaan in 1966. Hij toonde aan dat bepaalde kopersamenstellingen therapeutisch doeltreffend zijn bij de behandeling van ontstekingsziekten, gebruik makend van niet-toxische dosissen. Sindsdien worden koperen metallo-organische bestanddelen met succes gebruikt bij het behandelen van patiënten met jicht en andere chronische degeneratieve ziekten. Van meer dan 140 kopersamenstellingen van niet steroïde ontstekingsremmende stoffen (zoals aspirine en ibuprofen) is aangetoond dat ze actiever zijn dan hun oorspronkelijke samenstelling. Van koperaspirinaat (aspirinechelaat) is aangetoond dat het niet alleen efficiënter is bij de behandeling van reumatoïde artritis dan alleen aspirine, maar ook doeltreffend ingezet kan worden om maagzweren, die vaak in verband staan met aspirinetherapie, te voorkomen of zelfs te genezen. Gebaseerd op deze ervaringen van Professor Sorenson zijn andere onderzoekers wereldwijd gemotiveerd geraakt om de geneeskrachtige voordelen van organische complexen van o.a. koper bij een aantal ziekten te onderzoeken. Door dit werk, dat tot zover hoofdzakelijk beperkt is gebleven tot dieronderzoek, heeft men een geheel nieuw inzicht gekregen in zowel de functie van koper in het lichaam, als in de praktische aspecten van het gebruik van kopersupplementen bij de behandeling van wonden en bij het genezen van ontstekinggerelateerde ziekten.

Cosmetica

Er heerst momenteel een nieuwe rage in Hollywood, namelijk de ‘chemische facelift’! Natuurlijk weten we dat vrouwen en mannen al duizenden jaren schoonheidsmiddelen gebruiken om de huid te verbeteren. De oude Egyptenaren gebruikten al parfums en aromatische oliën voor hun lichaam. De buste van de Egyptische koningin, Nefertiti (1367-1350 v. Chr.) (het woord nefer betekent schoonheid, mooi) is een symbool geworden voor de cosmetische kunst. Een van de opvallendste producten die toen ook al gebruikt werden, was koper: een vast deel van hun schoonheidsbehandeling. Oogmake-up was waarschijnlijk het belangrijkste van de Egyptische schoonheidsmiddelen. De populairste kleuren waren groen en zwart. Groen werd oorspronkelijk gemaakt van malachiet, een oxide van koper, en het zwart van loodglans, een mineraal van het loodsulfide. De persoon die het gebruik van koper in huidproducten in onze tijd (1970) mogelijk heeft gemaakt is de biochemicus dr. Loren R. Pickart, verbonden aan de Universiteit van Californië San Francisco. Het gevolg hiervan is dat er nu meer dan 60 producten op de markt zijn waarvan de regeneratieve werking op de huid gebaseerd is op de werking van koperpeptide.

Zwangerschap

Voldoende koper is met name belangrijk tijdens de zwangerschap en de zoogperiode; het speelt een fundamentele rol bij de ontwikkeling van zowel de foetus als de reeds geboren baby. Vandaar dat babyvoeding vaak verrijkt is met koper. Baby’s worden geboren met een kopergehalte dat 5 tot 10 keer hoger ligt dan dat van een volwassene. Kinderen hebben koper nodig voor een gezonde groei en goede ontwikkeling. Volwassenen hebben 2-3 mg per dag nodig, zwangere vrouwen 3-4 mg per dag. De WHO ziet kopergebrek als een bedreiging; vet voedsel is arm aan koper.

Koper in instellingen

Volgens onderzoekers zou het gebruik van koper op deurknoppen, deurhendels en andere objecten die vaak worden aangeraakt in gezondheidsinstellingen moeten worden gestimuleerd, om zo een snelle verspreiding van virussen af te remmen. Uit een test met 2 miljoen eenheden virus op koperplaatjes en plaatjes van roestvrij staal bleek dat koper kan helpen de werking van virussen te verminderen. Het onderzoek werd gesubsidieerd door de Copper Development Association (CDA).

Koperen buizen kunnen het risico op legionellabesmetting in sanitaire installaties gevoelig verminderen. Dat blijkt uit een studie van KIWA Water Research. “De antibacteriële eigenschappen van koper vertragen de vorming van een biofilm op de leidingwanden en dat werkt de groei van de legionellabacterie tegen”, zegt Paul Becquevort van Copper Benelux. “Een doordacht ontworpen sanitaire installatie kan zo het risico op legionellabesmetting sterk verminderen.” In april 2007 werd in het ziekenhuis Selly Oak in Birmingham een experiment gestart met het oog op de beoordeling van het vermogen van koper om infecties te voorkomen als het rechtstreeks in de ziekenhuisomgeving wordt verwerkt. Deze studie werd uitgevoerd bij twee volkomen vergelijkbare intensive care-afdelingen, die zich naast elkaar bevinden in een modern gebouw. Een van de afdelingen diende als controle: er werd geen enkel extra koperhoudend element geplaatst. In de testafdeling werden er elementen op basis van koper geplaatst in de gevoelige zones, bijvoorbeeld deurklinken, wastafels (kranen, afsluitkleppen, zeepdispensers), steunstangen in de badkamers, toiletten (ook de zitting), keukens (werkvlakken) en textiel (gordijnen). Deze elementen werden gebruikt en geëvalueerd over een periode van 18 maanden. In Engeland wordt nu, na het onderzoek, koperzilverionisatie met succes nu toegepast voor de bestrijding van legionella in zo’n 120 ziekenhuizen.

Ook in Nederland wordt koperzilverionisatie gebruikt voor de bestrijding van legionellabacteriën in waterleidingen en douches van met name ziekenhuizen, verpleegtehuizen en sportcomplexen. Het Westfries Gasthuis in Hoorn heeft als eerste ziekenhuis in Nederland een koper-zilverionisatiesysteem geplaatst voor de preventie van legionella. De TU Delft kampt al jaren met te hoge concentraties legionella in haar gebouwen. Bij de faculteit Bouwkunde en de douches van het sportcomplex heeft men een koper-zilverionisatiesysteem geplaatst, waardoor het water daar legionellavrij is. In de Verenigde Staten wordt koperzilverionisatie voornamelijk gebruikt voor het desinfecteren van zwembaden. Koperzilver wordt steeds vaker gebruikt om vorming van gechloreerde desinfecteerbijproducten bij het desinfecteren van water met chloor te beperken. Het gebruik van koperzilver kan de benodigde hoeveelheid chloor als desinfectiemiddel doen afnemen.

Krampwerende werking van kopersupplementen

De hersenen bevatten meer koper dan ieder ander orgaan in het lichaam behalve de lever, waar het koper voornamelijk wordt opgeslagen. Dit feit zou kunnen betekenen dat koper een rol speelt in de hersenfuncties. In sommige rapporten over vermindering van aanvallen en beroertes bij dieren en mensen, nadat ze waren gestart met kopersuppletie, redeneerde men dat koper een rol vervult in de preventie van beroertes en aanvallen. Men ontdekte later dat organische elementen die op zichzelf geen middelen zijn tegen stuipen een antikrampachtige werking lieten zien wanneer ze samen met koper werden gegeven. Verder concludeerde men dat kopersupplementen in vergelijking met alle anti-epileptiemedicijnen efficiënter en minder giftig zijn dan de medicijnen.

Anti-kankerwerking van kopersupplementen

In het verleden (1912), werden patiënten met huidkanker in Duitsland al behandeld met een mengsel van koperchloride en lecithine. Het succes van een dergelijke behandeling deed vermoeden dat kopermengsels activiteiten tegen kanker bezaten. Onderzoek aan de Universiteit van Liverpool in 1913 toonde aan dat onderhuidse en intraveneuze inspuitingen met koperzout of colloïdaal koper kanker week maken, en dat carcinomen die bij muizen worden ingeplant degenereren. In 1930 wees onderzoek in Frankrijk uit dat de inspuitingen van colloïdaal koper het tumorweefsel mobiliseerden en verdreven. Recenter onderdoek is een studie bij muizen in de V.S. Hierbij hebben de onderzoekers aangetoond dat de behandeling van ernstige tumors met niet-toxische dosissen van diverse organische koeprcomplexen, inderdaad de tumorgroei en metastase duidelijk verminderde en zo de overlevingskans verhoogde. Deze kopersupplementen doodden de kankercellen niet, maar zorgden ervoor dat ze terugveranderde naar normale cellen.

Hun mening baserend op een overvloed aan historische informatie, denken veel onderzoekers nu dat koper een steeds belangrijkere component zal gaan worden binnen medische behandelingen. Mensen die veel zinksupplementen gebruiken, kunnen overwegen om daarnaast ook koper in te nemen, omdat zink de hoeveelheid koper in het lichaam vermindert. Koper is veilig: het accumuleert niet, noch in het lichaam, noch in de biologische keten. Overmatig opgenomen koper wordt uitgescheiden. Kinderen krijgen geen diarree van koper. Uit een studie van de Zweedse milieuorganisatie EPA, blijkt dat diarree veroorzaakt wordt door een virus en niet door koper. De WHO stelt dat koper geen chronische ziekten tot gevolg heeft en dat het niet schadelijk is voor de foetus. Ziekten die ontstaan door kopergebrek (ziekte van Menke) of ophoping van koper (ziekte van Wilson) worden niet veroorzaakt door het koper op zich maar door een genetisch defect.

De beste bronnen van koper zijn schaal- en schelpdieren, peulvruchten (bonen en erwten), volkoren graanproducten, noten, orgaanvlees (lever, niertjes) en kraanwater (alleen als de leidingen van koper zijn). Sommige stoffen in voedingsmiddelen remmen de opname van koper. Dat zijn onder andere de vezels en fytaten die in graanproducten zitten, en vitamine C.

Kopersupplementen worden over het algemeen niet geadviseerd aan gezonde volwassenen die een evenwichtig en gevarieerd dieet gebruiken. Helaas is koperaanvulling noodzakelijk bij te vroeg geboren baby`s en baby`s met een te laag gewicht, maar ook bij zuigelingen die zuigelingenmelk van koemelk krijgen tijdens het eerste jaar, en ondervoede jonge kinderen. De meeste goede multivitaminen hebben een geschikte hoeveelheid koper, waardoor extra aanvulling niet vereist is.

Kopersupplementen zouden overwogen moeten worden voor mensen die ziekten hebben waardoor spijsverteringsproblemen ontstaan (zoals bij kinderen met frequente perioden van diarree of besmettingen en bij alcoholisten), bij mensen die niet in staat zijn voldoende voedsel te eten (een probleem bij veel bejaarde mensen, of personen met eetstoornissen, of chronisch zieken) en mensen die medicijnen krijgen die het gebruik van koper in het lichaam blokkeren of tegengaan, zoals bij bloedarmoedebehandeling met ijzeraanvulling, etc.

Bij het gebruik van supplementen is het aan te bevelen dit te doen onder de supervisie van een arts of therapeut, waarbij men voorzichtig moet zijn om de geadviseerde dosissen niet te overschrijden. Als er supplementen moeten worden genomen, zouden de arts en de cliënt zich ook moeten realiseren dat er verschillende vormen van koper zijn met verschillende kwaliteiten. Dit heeft te maken met absorptiesnelheid en opnamevermogen. Zo is koperoxide bijvoorbeeld de meeste voorkomende en goedkoopste vorm van koper, maar heeft het minste absorptievermogen. Kopergluconaat, -sulfaat, en -carbonaat hebben een veel hoger absorptievermogen dan koperoxide, maar zijn tevens duurder.
© Ed van der Post

DELEN