HPU of China Doll Disease

DELEN

De biochemicus dr. Johan Kamsteeg, de ontdekker van de pseudo-ziekte HPU (hemopyrrollactamurie), had een kort geding aangespannen tegen de biochemicus Hessels en de arts Van As, omdat zij op basis van een door hen verricht onderzoek (als lid deden zij dit onderzoek in opdracht van de alternatieve Artsenvereniging voor Biologische en Natuurlijke Geneeskunde, de ABNG) een artikel hadden gepubliceerd in het Nederlands Tijdschrift voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde, waarin ze Kamsteeg ervan beschuldigden dat hij ‘onjuiste en misleidende’ informatie had gegeven over de door hem verzonnen ‘erfelijke stofwisselingsziekte’ HPU. Zij hadden geschreven: “de ziekte HPU bestaat niet”. Op 19 september berichtte de Volkskrant dat Kamsteeg door de rechter in het ongelijk is gesteld. Is dit weer de zoveelste aanval op de complementaire geneeswijzen, maar dan van binnenuit? Waarom reageert men zo negatief op deze ontdekking?

De ontdekking van HPU
HPU is in feite de nieuwe naam voor de stofwisselingsziekte kryptopyrrolurie, in de internationale literatuur ook wel bekend als de ‘mauve factor’ of ‘China doll disease’. De naam kryptopyrrolurie is afgeleid van de chemische verbinding kryptopyrrol, die bij een aantal mensen kan worden aangetroffen in de urine. Het is al langer bekend dat pyrrolen, die behoren tot de chemische groep van indolen, in de urine voorkomen. Al rond 1900 werd onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van indolen in de urine. Destijds werd getracht een verband te leggen met het optreden van psychische klachten.

Het onderzoek kwam pas echt van de grond, nadat in de Verenigde Staten in 1961 de urine was onderzocht van 32 schizofrenie-patiënten. Bij maar liefst 27 patiënten werd kryptopyrrol aangetroffen, toen nog bekend als de ‘mauve factor’ omdat een positieve uitslag een lavendelachtige kleur opleverde bij de papierchromatografie. Vrijwel tegelijkertijd legden onderzoekers een verband met een ander psychiatrisch ziektebeeld: de psychose.
Midden jaren zestig onderzochten andere wetenschappers een willekeurige groep mensen en psychiatrische patiënten op de aanwezigheid van het stofje. Bij elf procent van de niet-psychiatrische patiënten werd kryptopyrrol aangetroffen. Van de psychiatrische patiënten bleek 42 procent positief. De schizofrenie-patiënten scoorden nog hoger: 52 procent had het stofje in de urine.

Aan het eind van de jaren zestig helderden Canadese onderzoekers de chemische structuur van de ‘mauve factor’ op als kryptopyrrol. Het geheel van symptomen werd in die periode aangeduid als de ‘China doll disease’, een benaming die was afgeleid van de Chinese poppen met hun witte gezichten. De meeste patiënten met kryptopyrrolurie bleken namelijk in meer of mindere mate zonlichtgevoelig, zodat zij nauwelijks buitenkwamen als de zon scheen.

De laatste belangrijke bijdrage leverde de Amerikaanse psychiater dr. C.C. Pfeiffer, die in 1987 een boek schreef over psychiatrische ziekten en schizofrenie (Mental Illness and Schizophrenia). Hierin besteedde hij uitgebreid aandacht aan de betekenis van kryptopyrrol voor het psychiatrisch werkveld.

In de visie van dr. Kamsteeg heeft met name dr. Pfeiffer belangrijk werk verricht, maar is het jammer dat kryptopyrrolurie lang is blijven hangen in de hoek van de psychiatrische ziekten. “Dat het is ontdekt in de psychiatrie, is nadelig geweest voor de acceptatie van dit ziektebeeld”, zegt hij in zijn boek “Hebt u HPU?”. “Psychische klachten kunnen onderdeel vormen van het geheel aan symptomen. Maar de ernstige psychiatrische aandoeningen zie je eigenlijk alleen bij mensen die in hun urine een zeer hoge concentratie hebben van het stofje.
HPU is de status waarbij het lichaam een bepaalde stof, HPL-complex genaamd, in de urine uitscheidt. Deze uitscheiding, die bij belasting toeneemt, gaat gepaard met verlies van voornamelijk zink en pyridoxaal-5-fosfaat (actieve vitamine B6). HPU komt meer bij vrouwen dan bij mannen voor. De afkorting HPU staat voor hemopyrrollactamurie en is vernoemd naar het stofje dat bij patiënten in de urine wordt gevonden, namelijk hemopyrrollactam-complex. Deze complexe chemische verbinding wordt niet elders in het lichaam aangetroffen en is waarschijnlijk een afvalproduct van de stofwisseling.

Wat is HPU?

Bij HPU bevat de urine te veel hemopyrrollactam-complex (HPL). De productie van HPL wordt geregeld door het enzym delta-ALA-synthetase. Bij mensen met HPU is er volgens Kamsteeg iets mis met één of meer genen (dragers van erfelijke eigenschappen) die de aanmaak van dit enzym regelen. Door deze afwijking wordt er te veel HPL gemaakt en uitgescheiden in de urine. Deze kleine erfelijke oorzaak, die voornamelijk voorkomt bij vrouwen, kan grote gevolgen hebben.
HPL is vermoedelijk een afvalproduct van de stofwisseling en omdat het wordt uitgescheiden met de urine lijkt een teveel ervan op het eerste gezicht geen probleem. Maar volgens Kamsteeg neemt HPL pyridoxaal-5-fosfaat (de biologisch actieve vorm van vitamine B6), zink en mangaan met zich mee. Zo ontstaat er bij mensen met HPU een tekort aan deze stoffen, waardoor ze allerlei klachten kunnen krijgen.

Symptomen

Pyridoxaal-5-fosfaat, zink en mangaan spelen een rol bij veel biochemische reacties waarvan de meeste deel uitmaken van ketenprocessen. Zink is onder andere nodig voor de omzetting van vitamine B6 in pyridoxaal-5-fosfaat. Hoe meer zink er wordt uitgescheiden, hoe minder vitamine B6 er wordt omgezet. Door de tekorten die ontstaan, vooral aan pyridoxaal-5-fosfaat, worden diverse processen afgeremd. Daardoor komen mensen met HPU terecht in een neergaande spiraal.Volgens Kamsteeg kunnen ze onder meer de volgende klachten krijgen:
• Niet goed ontwikkelde en dus zwakke spieren in armen en romp. Waarschijnlijk is dit het gevolg van een tekort aan pyridoxaal-5-fosfaat en mangaan. Beide stoffen zijn nodig bij de aanmaak van spiereiwitten.
• Gewrichtsproblemen zoals knieklachten, hernia en bekkeninstabiliteit.Mangaan is nodig bij de vorming van kraakbeen. Hoe minder kraakbeen er wordt gemaakt hoe beweeglijker de gewrichten zijn, maar hoe groter de kans op problemen ermee. Vrouwen met HPU zijn vaak lenig en goed in ballet, turnen of atletiek, totdat ze gewrichtsklachten krijgen.
• Maag- en/of darmklachten: ‘hoge’ buikpijn, obstipatie, diarree en winderigheid. Dit kan het gevolg zijn van een slechte eiwitvertering door gebrek aan zink en mangaan. Ook koolhydraten worden vaak onvoldoende afgebroken in het maagdarmkanaal. Darmbacteriën maken het karwei dan af en produceren daarbij gassen, met winderigheid als gevolg.
• Vreemd ruikende adem en zweet, en een rood uitslaande hals en gezicht bij alcoholgebruik. Dit wordt veroorzaakt door aldehyde, een chemische verbinding die kan ontstaan bij onvolledige afbraak van koolhydraten.
• Algehele malaise. Pyridoxaal-5-fosfaat is ook nodig voor de omzetting van tryptofaan in vitamine B3 en picolinezuur. Picolinezuur is betrokken bij de opname van een aantal mineralen: zink, chroom, mangaan en magnesium. Deze mineralen spelen een rol in de vet- en koolhydraatstofwisseling. Uit vitamine B3 wordt onder andere NADH gemaakt dat een belangrijke rol speelt bij de energievoorziening van lichaamscellen (zie Het energieprobleem). Te weinig vitamine B3 geeft problemen met cholesterol. Zinkgebrek verlaagt de weerstand tegen infecties en remt wondheling.
• Witte vlekjes in de nagels. Dit is een gevolg van zinkgebrek.
• Jeuk en uitslag door zonlicht. Een bleek gezicht, terwijl de huid van romp en ledematen geel- tot goudbruin wordt. Ook kunnen er op de huid bruine vlekjes (anders dan sproeten) ontstaan door gebrek aan vitamine B3.
• Hypoglykemie en diabetes type-Z (een vorm van suikerziekte). Als er problemen zijn met de koolhydraatstofwisseling komt er onvoldoende glucose in het bloed. Door een tekort aan pyridoxaal-5-fosfaat wordt, evenals door een tekort aan chroom, de bloedsuikerspiegel minder goed geregeld.
• Hart- en vaatziekten, waarschijnlijk veroorzaakt doordat er te veel homocysteïne, een schadelijk bijproduct van de stofwisseling, ontstaat als gevolg van een tekort aan pyridoxaal-5-fosfaat.
• Problemen rond menstruatie, zwangerschap en bevalling. Veel vrouwen met HPU maken te weinig progesteron door gebrek aan pyridoxaal-5-fosfaat en zink. Dit kan een onregelmatige menstruatie en PMS (post menstrueel syndrooom) verklaren. Zinktekort kan onvruchtbaarheid veroorzaken doordat de baarmoederwand zich niet goed ontwikkelt. Het speelt ook een rol bij het ontstaan van hoge bloeddruk, zwangerschapsvergiftiging, zwangerschapsstrepen (striae) en vroeggeboorte.
• Geen droomherinnering, door een gebrek aan pyridoxaal-5-fosfaat en zink.

Een verhoogde HPL-concentratie in de urine gaat niet altijd samen met ziekteverschijnselen. Hoe meer HPL er wordt uitgescheiden hoe eerder de klachten ontstaan en hoe ernstiger ze kunnen worden. In het ergste geval ontstaan ook bloedarmoede (vooral bij jonge, zieke en zwangere vrouwen), extreme vermoeidheid, psychiatrische aandoeningen en – als gevolg van
magnesiumgebrek – spierkrampen, stuipen, en op epilepsie lijkende aanvallen.
HPU-klachten ontstaan meestal geleidelijk. Mensen kunnen er oud mee worden en zich in de loop van hun leven steeds minder fit gaan voelen, zonder het idee te hebben ziek te zijn.

Volgens Kamsteeg is het ook mogelijk dat klachten snel ontstaan of verergeren door een aantal omstandigheden van buitenaf.

Factoren die het ontstaan en verergeren van HPU-klachten bevorderen

• Alle mogelijke vormen van stress. Bij stress neemt het verbruik van pyridoxaal-5-fosfaat, zink en magnesium sterk toe, en kan de weerstand tegen infecties en allergenen (stoffen die een allergische reactie kunnen oproepen) afnemen.
• Vormen van anticonceptie. Het slikken van ‘de pil’ kost het lichaam pyridoxaal-5-fosfaat, zink en foliumzuur. Uit een koperen spiraaltje kan koper vrijkomen dat de opname van zink in de lichaamscellen afremt. Een nieuwer type spiraaltje bevat geen koper, maar wel een hormoon dat slecht wordt verdragen door vrouwen met HPU.
• Medicijngebruik. De dosis die iemand van een medicijn nodig heeft hangt af van de snelheid waarmee het wordt afgebroken. Sommige medicijnen worden bij mensen met HPU te traag afgebroken, waardoor de concentratie ervan te hoog wordt. Dit ontregelt het functioneren van de lever, met ongewenste bijverschijnselen als gevolg. Kamsteeg noemt als voorbeelden het niet goed werken van Imigram (een middel tegen hoofdpijn en migraine) en het ontstaan van allergische problemen bij het gebruik van antibiotica. Daarnaast verbruikt het lichaam bij de inname van bepaalde medicijnen grote hoeveelheden pyridoxaal-5-fosfaat.
• Een vegetarisch dieet. Vlees bevat veel zwavelhoudende aminozuren die samen met pyridoxaal-5-fosfaat een stof vormen die belangrijk is voor een goede darmfunctie. Bij gebrek hieraan kan de darmfunctie aanzienlijk verslechteren.
• Andere ziekten. Verschillende ziekten kunnen HPU-klachten verergeren.Kamsteeg geeft als voorbeeld de ziekte van Pfeiffer. Hierdoor gaan de lever- en de darmfunctie sterk achteruit. Iemand met HPU, waarbij lever en darmen toch al niet zo goed functioneren, kan daardoor volledig instorten. Herstel laat dan vaak lang op zich wachten. Veel mensen waarbij dit gebeurt krijgen het ‘etiket’ ME/CVS of post-viraal syndroom.

Gevolgen

Bij mensen met HPU raken volgens Kamsteeg allerlei regelsystemen in de war. Hoe meer HPL er wordt uitgescheiden en hoe ouder iemand is, hoe groter de kans dat het gehalte aan histamine en IgA (een stof die deel uitmaakt van het afweersysteem) daalt, en dat de hypofyse slechter gaat functioneren. Hierdoor ontstaan nog meer klachten.

Histamine

Kamsteeg ontdekte dat het bloed van veel vrouwen met HPU weinig histamine en veel koper bevat. Dit komt doordat de hoeveelheid koper toeneemt door zinkgebrek en koper histamine afbreekt. Een tekort aan mangaan zorgt ervoor dat histamine minder goed wordt opgenomen uit voeding. Histamine controleert de doorlaatbaarheid van de bloedvatwanden. Als hiervan te weinig aanwezig is laten de vaatwanden zuurstof en bouwstoffen onvoldoende door. In de lichaamsweefsels ontstaat dan hieraan gebrek, met vermoeidheid als gevolg. Mensen met een laag histamine gehalte hebben vaak een fijne vaatstructuur waardoor ze moeilijk zijn te prikken voor bloedafname of voor het aanleggen van een infuus. Ook krijgen ze snel blauwe plekken en hebben ze vaak last van hoofdpijn en/of migraine.

Histamine speelt een rol bij allergische reacties. Hoe hoger het histamine gehalte, hoe groter de doorlaatbaarheid van de vaatwanden en hoe groter de kans dat er stoffen in het bloed komen die daar niet horen. Het lijkt daarom logisch dat mensen met HPU daar niet snel last van hebben. Maar Kamsteeg ontdekte dat het tegenovergestelde waar is. Zij vertonen al allergische reacties bij histamine gehalten die niet veel hoger zijn dan wat als normaal wordt beschouwd. Hij concludeerde dat het bij een allergische reactie niet gaat om de hoogte van het histamine gehalte, maar om het percentage waarmee het toeneemt. Hoe lager het normale gehalte, hoe minder er dus voor nodig is om een allergische reactie op te roepen.

Immunoglobuline A

Te weinig Immunoglubuline A (IgA) is een gevolg van een minder goed ontwikkeld darmslijmvlies door gebrek aan mangaan. Het verhoogt de kans op overgevoeligheidsreacties. Het toch al niet zo beste darmslijmvlies kan worden aangetast door gluten, waar veel mensen met HPU overgevoelig voor zijn (gluten zijn eiwitten die vooral voorkomen in tarwe, en in mindere mate in haver, rogge, gerst en spelt). Voedingsstoffen worden dan nog minder goed opgenomen, en er ontstaan problemen met de ontlasting. Als gevolg van te weinig IgA kunnen bacteriën en virussen gemakkelijker via de slijmvliezen het lichaam binnendringen. Door zinkgebrek is de weerstand tegen infecties al verlaagd en volgens Kamsteeg hebben veel vrouwen met HPU dan ook last van steeds terugkerende vaginale infecties en blaasontsteking, hooikoorts en bijholteontstekingen. Kinderen met HPU lijken een abonnement te hebben op verkoudheid, en middenoorontsteking, en longontsteking komt bij hen vaker voor.

Hypofyse

Volgens Kamsteeg is bij veel mensen met HPU de hypofyse niet actief genoeg. De hypofyse speelt een belangrijke rol bij de regulatie van allerlei lichaamsprocessen. Als de hypofyse niet goed functioneert kan dat allerlei gevolgen hebben. De bijnieren kunnen uitgeput raken waardoor onder andere de bloeddruk geleidelijk te laag wordt, wat samengaat met veelvuldig moeten plassen. De vruchtbaarheid kan erdoor afnemen, evenals door zinkgebrek. De schildklier wordt minder actief. Kamsteeg heeft zelfs de indruk dat deze klier bij mensen met HPU minder reageert op de signalen die de hypofyse geeft, met name als er een hormoonwisseling optreedt (zoals bij de eerste menstruatie, zwangerschap en overgang). Een hardnekkige vorm van overgewicht bij vrouwen – die als meisje meestal heel tenger waren – kan daarvan het gevolg zijn.

Diagnose en behandeling

Wie bij zichzelf veel herkent van de hiervoor beschreven HPU-symptomen zou de HPU-vragenlijst bij het KEAC kunnen aanvragen. De lijst is ook te vinden op de website www.hpupatientenvereniging.nl van de inmiddels opgerichte HPU-patiëntenvereniging. Bij de vragenlijst wordt een ‘sleutel’ gegeven aan de hand waarvan iemand kan vaststellen of de kans groot is dat zij HPU heeft. De vragen zijn gesteld in de tegenwoordige tijd, bijvoorbeeld: ‘Heeft u last van…’ Mensen die al langere tijd voedingsupplementen gebruiken, met name vitamine B6 of pyridoxaal-5-fosfaat en daardoor zijn opgeknapt, kunnen de vragenlijst in de verleden tijd beantwoorden (‘Had u last van…’) om er achter te komen of bij hen sprake kan zijn van HPU.

HPU kan volgens Kamsteeg goed worden behandeld met vitaminen, mineralen en
zonodig een dieet voor hypoglykemie en/of overgevoeligheid voor diverse voedingsmiddelen, maar u kunt beter niet zelf wat gaan proberen. De dosering van de voedingssupplementen luistert nauw en moet vooral in het begin aan de lage kant zijn omdat de supplementen, vooral tijdens de eerste drie maanden, ook psychische processen beïnvloeden. Als regel komt lichamelijk herstel pas goed op gang als de psychische fase voorbij is. Darmklachten die het gevolg zijn van glutenovergevoeligheid nemen vaak pas af na een half jaar therapie.
Gewrichtsklachten en overgewicht verdwijnen niet, maar kunnen wel stabiliseren. Hoe ouder men is en hoe lager het histaminegehalte, hoe trager het herstel verloopt. De totale behandelingsduur is gemiddeld ongeveer negen maanden.

HPU is (nog) niet erkend als een ziekte. De testen en voedingssupplementen worden dan ook niet vergoed door ziektekostenverzekeringen. Wel raakt de medische wereld geleidelijk geïnteresseerd. In juni 2000 heeft Kamsteeg op verzoek een lezing gehouden tijdens een internationaal congres van kinderartsen in Utrecht. Eén universiteit is inmiddels bereid bij minimaal duizend ingevulde vragenlijsten na te gaan of er verband is tussen de antwoorden en de uitslagen van urine- en bloedtesten. Het geld voor een groot dubbelblind onderzoek is er helaas nog niet.

Het vitamine- en mineralengebrek kan niet worden opgeheven door het eten van voedsel dat rijk is aan vitamine B6, zink en mangaan, omdat de tekorten in het lichaam te groot zijn. Met gerichte voedingssupplementen is HPU preventief goed te behandelen.
Net als migraine, geelzucht en diabetes geven wij er de voorkeur aan HPU niet als zelfstandige ziekte te zien, maar als een samenloop van factoren die tot bepaalde, goed gedefinieerde, andere ziekten kunnen leiden. Ruim veertig jaar geleden werd door Hoffer in de urine van 60 procent van de schizofrenie-patienten verhoogde concentraties pyrrolen aangetroffen. Hij toonde aan dat een hoge dosis niacinamide (vitamine B3) niet alleen de concentratie van deze pyrrolen sterk laat dalen, maar dat de symptomen eveneens drastisch afnemen.
Pfeiffer introduceerde met veel succes de behandeling van pyrrolurie-patiënten met zink, vitamine B6 en anti-oxidanten. Vanaf die tijd worden wereldwijd vele tienduizenden patiënten in vele landen behandeld, en met veel succes.

De basisbehandeling omvat een dagelijkse capsule met pyridoxaal-5-fosfaat, zink en eventueel mangaan. De gemiddelde behandelingsduur bedraagt negen maanden. De meeste HPU-patiënten worden in de eerste drie maanden van de basisbehandeling vooral psychisch sterker. Het lichamelijk herstel komt pas hierna goed op gang.
Bij een sterke histaminedaling zijn meestal aanvullende maatregelen nodig. Wanneer het histamine-gehalte lager is dan 20 microgram per liter, kan een speciale histamine-therapie worden ingezet. Doel hiervan is het gehalte geleidelijk te verhogen, zodat de histamine-gevoeligheid op den duur verdwijnt en een normale situatie ontstaat. Ook hiervoor worden voedingsupplementen gebruikt (zink, foliumzuur, B12, B3-vitamines).

Oorzaak HPU

De verbinding die door de storing in de heemsynthese wordt gevormd, bindt zich (chemisch) met een aldehyde om een stabiele base te vormen. Pyridoxal-5-fosfaat is hierbij favoriet, maar ook pyridoxine kan hierbij gebruikt worden. Deze base wordt in de urine uitgescheiden. Op zijn weg kunnen in het complex mineralen zoals zink of mangaan opgenomen worden. Pyridoxaal-5-fofaat speelt een belangrijke rol bij de vorming van niacine (vitamine B3) en picolinezuur uit tryptofaan. Zink is nodig voor de omzetting van pyridoxine in pyridoxine-5-fosfaat, de actieve vorm. Picolinezuur speelt op zijn beurt een rol in de opname van mineralen zoals zink, chroom, mangaan en magnesium in de darm. Op deze wijze begint een langzame neerwaartse spiraal te ontstaan.

Lage spiegels aan vitamine B3 zijn sterk gerelateerd aan hoge cholesterol- en lage high density lipoprotein (HDL) cholesterolspiegels. Hart- en vaatziekten zijn algemeen in de familie van HPU-patiënten. Waarschijnlijk is er ook een relatie met kanker. Ook kanker komt veel voor in families van HPU-patiënten. De National Coronary Study toonde aan dat vitamine B3 niet alleen het sterftecijfer voor hart- en vaatziekten met elf procent liet dalen ook het sterftecijfer voor kanker daalde. Vooral HPU-kinderen met leer- en gedragsproblemen hebben lage vitamine B3-spiegels.

HPU-symptomen bij kinderen

HPU-symptomen nemen gewoonlijk toe met de leeftijd. Alleen bij een stressloos bestaan, goede voeding en geen ziekten zullen maar zeer weinig symptomen tot uiting komen. De volgende specifieke symptomen kunnen bij kinderen waargenomen worden:
– bleekheid van de huid, met name van het gezicht;
– recidiverende oorinfecties, verkoudheden;
– allergie, pollinose, huidklachten;
– hyperreactiviteit, dermatografie;
– hoofdpijn, migraine;
– gemakkelijk blauwe plekken;
– anemie;
– niet in staat in een touw, klimrek of ringen te klimmen;
– hoge buikpijn;
– stuipen, epileptoïde aanvallen;
– in de zomer is de huid geelbruin of goudbruin;
– een matig gebit;
– hypermobiliteit van de gewrichten;
– groeipijnen met name van de knie (meestal links);
– sterke variatie in handschrift;
– witte vlekken op de nagels;
– weinig eetlust;
– striae op de huid;
– zoete adem;
– constipatie, maar vaker een volumineuze stoelgang met winderigheid;
– lichtgekleurde ontlasting;
– leer- en gedragsproblemen.

http://www.kryptopyrrolurie.info/
bb. 1: Die Bindung von Pyridoxal-5-phosphat und Zink an Kryptopyrrol (nach Pfeiffer 1973 (24))

DELEN