Hartkwalen (deel 2)

DELEN

Wat veroorzaakt hartkwalen? Deel 2

Hartziekte is een van de meest voorkomende klachten. Om deze klachten te voorkomen worden steeds meer cholesterolverlagers op de markt gebracht. Vooral de laatste 5 jaar zien we een sterke toename van deze middelen. Wat we niet zien is de sterke afname van klachten. Is cholesterol wel de grote boosdoener en moeten we onze kijk hierop aanpassen? in dit 2e deel van het artikel zult u cholesterol zeker gaan waarderen.

Exclusieve antwoorden

Het probleem is om de aanwijzingen (zie deel1 ) en theoriën in solide wetenschappelijk onderzoek om te zetten. Omdat vitamines en mineralen synergetisch werken is het onmogelijk om hun effecten accuraat als aparte entiteiten te bepalen. Bijvoorbeeld zijn vitamine A en D nodig voor de calcium- en magnesiumabsorptie; vitamine C werkt samen met vitamine E, en vitamine E werkt samen met selenium. En verder is het afhankelijk van vele factoren welke voedingsstoffen er worden geabsorbeerd. Fytinezuur en oxaalzuur in plantaardig voedsel zoals bijvoorbeeld in soya en bepaalde rauwe groenten, kunnen de absorptie van vele mineralen blokkeren. Endocriene insufficiënties en een gebrekkige darmflora kunnen de absorptie van de voedingsstoffen verhinderen. Zelfs, als de voedingsstoffen overvloedig in het voedsel dat er gegeten wordt aanwezig zijn. Bovendien is het een feit dat het vitamine- en mineralengehalte van ons voedsel enorm variëert. Onderzoekers kunnen niet steunen op voedingsmiddelentabellen om de hoeveelheden vitamines te bepalen van wat hun patiënten consumeren. Ze moeten alle voedsel apart analyseren om de juiste cijfers te verkrijgen – een tijdrovende bezigheid. Wetenschappers kunnen dit probeem omzeilen door synthetische vitamines in pilvorm te geven, maar in de praktijk levert dit een hoop problemen op. Synthetische vitamine D2 die aan melk wordt toegevoegd heeft eigenlijk het tegenovergestelde effect van het in de natuur voorkomende vitamine D-complex, en veroorzaakt ontkalking van de harde weefsels en verkalking van de zachte weefsels, inclusief de zachte weefssels van de bloedvaten. Om deze reden werd D2 als toegevoegd vitamine weggelaten en vervangen door D3, maar er is bewijs gevonden dat synthetische D3 maar slecht geabsorbeerd wordt.
Synthetische vitamine E heeft teleurstellende resultaten in proefnemingen – de Shute-broers gebruikten tarwekiemolie, een bron van het natuurlijke vitamine E complex. Synthetische vitamines B1 en B2 kunnen onevenwichtigheden veroorzaken en affecteren het gebruik van B6. In het algemeen werken vitamines uit het voedsel efficiënter en zijn maar in kleinere hoeveelheden nodig. Onderzoeken bij dieren geven aan dat mineralen die genomen worden via onverwerkt voedsel, meer gezondheids effecten opleverende dan de vitamines die als supplement gegeven worden.

Vitamines en mineralen kunnen ineffectief zijn en in grote hoeveelheden zelfs toxisch. Personen met een hoog vitamine C-serum hadden op lange duur geen betere overlevingskansen dan diegenen met waardes binnen het normale bereik. Bij het enige negatieve onderzoek waar in magnesium een verslechterend effect had op coronaire hartziekten (CHZ) overleving werd een veel hogere dosis gebruikt dan in de andere onderzoeken.

Deze moeilijkheden betekenen niet dat de effecten van vitamines en mineralen op cardiovasculaire gezondheid niet bestudeerd kunnen worden. Het betekent dat deze onderzoeken met grote voorzichtigheid moeten worden uitgevoerd. Experten in de biochemie van de menselijke voeding zouden betrokken moeten zijn in het ontwerp van zulke onderzoeken – iets wat maar zelden gebeurt. Onderzoeksontwerpen moeten ook een ingebouwde bescherming bieden tegen eenzijdige verzwaring of vooroordeel – van beide; van diegenen die antagonistisch staan t.o.v. standpunt dat voeding een rol speelt bij hartziekte, en diegenen die er naar neigen een strategie te volgen die berust op supplementen. Veel mogelijkheden om diëtische oorzaken te vinden zijn verkwist. Dr. Price’s onderzoek tussen boter en hartziekte bijvoorbeeld, zou tegenwoordig niet herhaald kunnen worden, omdat de meeste mensen niet langer voedsel consumeren wat lokaal groeit en gedeeltelijk ook omdat de meeste van hen al helemaal geen boter meer eten. De data van de Seven Countries Study door Ancel Keys toonden verschillende waardes in de hartziektes tussen Kreta en Corfu. Keys en zijn collega’s hadden een unieke gelegenheid om te kijken naar suptiele diëtische verschillen, inclusief verschillen in de samenstelling van de bodem, het watergehalte en de kookmethodes, omdat beide bevolkingsgroepen toen meestal lokaal gegroeid voedsel aten maar dat op dit moment waarschijnlijk niet meer doen. Ongelukkigerwijs is het zo dat niemand deze lijn van onderzoek verder volgt.

Avonturen in het Land van Marcrovoedingsstoffen

De macro-voedingsstofen zijn de grotere componenten van ons voedsel: proteine, koolhydraten en vetten. Voorsprekers van de vet-hypothese hebben het vetcomponent in ons dieet tot nul gebracht, en geven alle vetten of gewoon alle verzadigde vetten de schuld van de CHZ-epidemie. Het “verstandige” dieet roept op tot reductie van de vet-consumptie tot 30% van de calorieën-inname, en van de verzadigd vet-consumptie tot maar 10% van de calorische inname, oftewel minder dan twee eetlepels aan verzadigde vetzuren in een dieet van 2400 caloriëen. Wat kunnen we nu afleiden uit een studie over vet-consumptiepatronen? Een er van is dat de eigenlijke hoeveelheid vet in een dieet er waarschijnlijk niet toe doet (uitgezonderd als het zo laag is dat het resulteert in deficiënties). De hoeveelheid vet in het dieet is de laatste 90 jaar constant 35 -40% van de caloriëen geweest, gedurende de periode dat hartziekte aan het stijgen was. De Massai, met 60% van hun caloriëen aan vet, hebben geen hartziekte. Het traditionele dieet van de Eskimo en de noord-amerikaanse Indianen bevat zoveel als 80% van de caloriëen aan vet, en er is nergens indicatie dat er iemand aan hartziekte lijdt. Wat de consumptiepatronen echter aangeven, is dat het aan het soort en kwaliteit van het vet ligt. 90 Jaar geleden consumeerden we hoofdzakelijk dierlijke vetten – spek, boter en vet van op gras levende dieren. Deze vetten waren stabiel en voorzagen in veel belangrijke voedingsstoffen. Tegenwoordig zijn de meeste van deze vetten in het ons dieet afkomstig uit planten – zoals vloeibare plantaardige olie die gehard is door het hydrogenatieproces. Grote hoeveelheden caloriëen van meervoudig onverzadigde oliën zijn nieuw in het menselijke dieet en zouden zeker vollediger moeten worden onderzocht als een bijdragende factor. Er zijn verschillende oorzaken waardoor de tegenwoordige plantaardige olie een nadelig effect op CHZ heeft. Allereerst hebben ze vanwege de moderne verwerkingsmethodes de tendens om ranzig te zijn. Ranzige vetten bevatten grote aantallen vrije radicalen, moleculen met niet-samengaande electronen die hoog reactief zijn. Men gaat er van uit dat de schade door vrije radicalen in de bloedvaten een belangrijke factor is in het beginnen van plaque-afzetting. Ten tweede ontbreekt het bij die olie aan vitamine A en D die in dierlijke olie wordt gevonden en door het verwerken waarschijnlijk ook, aan de er van nature in voorkomende vitamine E en andere anti-oxidanten. Een ander probleem is dat als meervoudig onverzadigde vetten in grote hoeveelheden worden geconsumeerd, er onevenwichtigheden kunnen optreden die kunnen leiden tot hartziekte. Onderzoek laat zien dat traditionele diëten tussen de 4 en de 10% caloriëen bevat in de vorm van meervoudig onverzadigde vetzuren met een verhouding van ongeveer twee maal zo veel omega-6 vetzuren (meestal linolzuur), dan omega-3 vetzuren (meestal een linoleenzuur). Mensen die proberen de verzadigde vetten te vermijden eindigen meestal met meer dan 20% van de calorieën in de vorm van meervoudig onverzadige vetzuren. De situatie wordt verder gecompliceerd door het feit dat commerciële plantaardige olie meestal omega-6 vetzuren bevat. Het lichaam gebruikt deze soorten vetzuren om gelocaliseerde hormonen te maken die prostaglandines heten, die het proces van bloedklontering en ontsteking laten beginnen. Dit is een belangrijk mechanisme. Zonder dat mechanisme zouden we dood bloeden als we onszelf snijden en de wonden niet zouden helen. Het probleem begint als deze stol- en ontstekingsbevorderende prostaglandines niet in evenwicht gebracht worden door prostaglandines die de stolling tegengaan.
Veel van de anti-ontstekings- en stollingsverhinderende prostaglandines worden gemaakt van omega-3 vetzuren, van welke er maar een paar worden gevonden in de commerciële plantaardige olieën, of inderdaad ook in fruit, groenten, vis en eieren die met de tegenwoordige methodes worden gekweekt. Dus, als het dieet te veel omega-6 vetzuren bevat en niet genoeg omega-3 vetzuren, dan kan er een neiging heersen om bloedklonters te vormen die tot hartinfarcten leiden.

Het onderzoek naar omega-3 is niet conclusief. Terwijl sommige onderzoeken aangeven dat omega-3 vetzuren hulpvol kunnen zijn, laten anderen geen effecten zien. Een verklaring ervan kan worden gevonden in het feit dat verzadigd vet het lichaam helpt om de omega-3 vetzuren effectiever op te slaan. Daarom zouden we verwachten een correlatie te vinden met de consumptie van omega-3 vetzuren en het lage aantal hartinfarcten in bevolkingsgroepen die traditionele diëten volgen die verzadigde dierlijke vettten gebruiken. Maar als omega-3 vetzuren worden gegeven aan mensen die verzadigd vet vermijden, dan is het eindresultaat ervan niet positief. In feite is er bewijs voor dat overconsumptie van omega-3 vetzuren in een dieet waar geen verzadigd vet in zit eigenlijk slecht voor het hart is. Bij onderzoeken bij dieren veroorzaakte een dieet wat hoog in canola-olie lag, wat relatief hoog in omega-3 vetzuren ligt, maar laag in verzadigd vet – fibrotische hartstoornissen, vitamine E-deficiënties en abnormale veranderingen in de bloedplaatjes. Als het dieet hogere waardes aan verzadigde vetten bevatte, dan traden deze problemen niet op.
Alhoewel de onderzoeken op transvetzuren die in gehydrogeneerd vet worden gevonden niet veel publiciteit hebben gekregen, dragen deze sterk bij aan de theorie dat de zo vervaardige vetten bijdragen tot hartziekte. De tragedie is, dat diegenen die de verzadigde vetten en cholesterol proberen te vermijden waarschijnlijk meer transvetten eten, omdat die worden gebruikt in voedsel dat wordt aangeprezen als zijnde laag in verzadigd vet en cholesterol. Diegenen die proberen een hoop vet te vermijden, vervangen deze vet-caloriëen vaak met koolhydraten, gewoonlijk in de vorm van geraffineerde bloem en suiker. Toch is het zo dat verschillende onderzoekers studies hebben gepubliceerd over de consumptie van geraffineerde koolhydraten – in het bijzonder suiker – die in verband staan met meer hartziekte, inclusief Yudkin in de 1950er jaren en Lopez in de 1960er jaren. Yudkin bevond dat het gebruik van suiker in verband stond met kleverigheid van de bloedplaatjes, verhoogde insulinewaardes in het bloed, en verhoogde waardes aan costeroïden in het bloed. Daaraan toegevoegd wordt suikerconsumptie in verband gebracht met het meer optreden van diabetes, en van diabetici neemt men aan dat ze vatbaarder zijn voor hartziekte. Een onderzoeker stelde vast dat een dieet wat hoog ligt in enigerlei soort koolhydraten, inclusief de koolhydraten van granen, in verband stond met CHZ. Natuurlijk kunnen veel producten die witte bloem en suiker bevatten ook een groot aandeel aan transvetzuren bevatten en onjuist bereide granen bevatten fytinezuur die de opname van belangrijke mineralen zoals magnesium, zink en koper kunnen blokkeren. Proteine, de derde macro-voedingsstof, speelt ook een rol in de gezondheid van het hart. Als de proteïne-inname inadequaat is, dan slinkt de hartspier en kan die niet effectief werken, maar supplementatie van vloeibare proteïne-dranken leidden in tot hartritme-storingen. Hoog proteïnehoudende dieten die niet genoeg vet bevatten, in het bijzonder dierlijk vet, kunnen de opslag van vitamine A en D uitputten en interferreren als consequentie daarvan met de assimilatie van mineralen.
Over cholesterol verder nog het volgende: het is nu ondertussen duidelijk dat het cholesterol dat je lichaam zelf maakt, en datgene wat we uit traditioneel voedsel verkrijgen, geen hartziekte veroorzaakt. Maar cholesterol, zoals meervoudig onverzadigde vetzuren, kunnen oxideren of ranzig worden als die op hoge temperaturen verwerkt worden. In eerdere experimenten met vegetarisch etende konijnen, werden er oplossingen van verwerkt cholesterol in het voedsel gebruikt, cholesterol die ranzig of geoxideerd was. Geoxideerd cholesterol accumuleert in de zachte cellen die betrokken zijn bij de opbouw van pathogene plaque. Ranzige of geoxideerde cholesterol komt voor in melkpoeder en ei-poeder, die beide gebruikt worden in veel soorten verwerkt voedsel. Melkpoeder wordt ook toegevoegd aan laag-vethoudende melk om ze wat meer “body” te geven.
Een ander soort cholesterol dat bij mensen en andere primaten, biggen en andere organismes die geen vitamine C kunnen aanmaken voorkomt is Lp(a). Nobelprijswinnaar Linus Pauling en zijn collega Mathias Rath stelden vast dat ons lichaam Lp(a) produceert om lage waardes aan vitamine C te compenseren. Ze veroorzaakten arteriosclerose bij guinea-biggen door een gebrek in hun lichaam aan vitamine C. Vitamine C gebrek veroorzaakt dat er Lp(a) in de plaque verschijnt. Een hoge waarde aan Lp(a) is een risicofactor voor hartziekte. Dat betekent niet dat de Lp(a) de oorzaak is. De oorzaak kan vitamine C gebrek zijn in combinatie met andere factoren, zoals lage waardes aan vitamine B3 (niacine), wat ook het Lp(a) verlaagt. Consumptie van transvetzuren veroorzaakt dat de Lp(a) waardes stijgen terwijl de consumptie van verzadigde vetten de bloedwaardes van het Lp(a) verlagen.

Infecties en hartziektes

Een aantal pathogene toestanden zijn in verband gebracht met de ontwikkeling van CHZ of zijn gevonden in arteriosclerotische stoornissen bij autopsie, waaronder zowel, virussen en bacteriën. Deze pathogenen zijn er geweest zo lang als de mens op aarde is. De schuldigen zijn daarom niet de microbes, maar een verzwakt immuunsysteem dat daar niet langer mee op de juiste manier mee om kan gaan. Een gezond immuunsysteem berust op een reeks voedingsstoffen, inclusief vitamine A, vitamine C en verschillende mineralen die een anti-oxiderende rol spelen. Een van de meest tragische aspecten van de cholesterol-campagne is dat het veroorzaakt heeft dat Amerikanen en Europeanen de vetten uit het dieet weglaten die voorzien in bescherming tegen infecties. Dierlijke vetten bevatten niet alleen vitamine A, ze bevatten ook palmitoleic-zuur, een 16-koolstof enkelvoudig verzadigd vetzuur dat een sterk anti-microbiële werking heeft. Botervet en kokosolie bevatten vetzuren die dezelfde eigenschappen hebben. Deze beschermen tegen virussen en pathogene bacteria en versterken het immuunsysteem. Gebieden over de hele wereld waar de kokosnoot gegeten wordt hebben lage percentages hartziekte.

Schildklier

Gebrekkige schildklierwerking werd herkend als risicofactor voor hartziekte, maar behandelingen met schildklierhormonen verbeteren niet noodzakelijkerwijs het eindresultaat er van. Oraal genomen hormonen kunnen onverwachtte effecten hebben vergeleken met die hormomen die door het lichaam zelf aangemaakt worden, effecten die het risico op een hartinfarct kunnen verhogen, zoals het oproepen van hartritmestoornissen. De gezondheid van de schildklier berust op de jodiumstatus, maar andere factoren zijn er ook bij betrokken. Zo speelt vitamine A bijvoorbeeld een sleutelrol in de gezondheid van de schildklier. Omdat personen met een slechte schildklierfunctie moeilijkheden hebben met de carotenen in plantaardig voedsel om te zetten naar echte vitamine A, moeten ze adequate vitamine A uit dierlijk voedsel halen. Ongelukkigerwijs worden patiënten met schildklierproblemen vaak geadviseerd om een laag-vetdieet te houden omdat ze neigen tot hartziekte.

Andere theorieën

Veel andere theorieën worden geopperd als zijnde bijdragend voor de momentele epidemie van CHZ: Chloor en fluor dat aan het water wordt toegevoegd; pesticides die menselijke oestrogenen imiteren of die reacties van vrije radicalen uitlokken; koolmonoxide-dampen; industriële chemicaliën; kunstlicht; synthetische vitaminen; mineralen die toxisch zijn of in toxische hoeveelheden worden geconsumeerd; de pasteurisatie of homogenisatie van melk; legale en illegale drugs en medicijnen; consumptie van koffie en andere stimulanten; en additieven in verwerkt voedsel. De meeste van deze zijn factoren die nieuw zijn in de 20ste eeuw en alle daarvan zouden verder onder de loep moeten worden genomen. Maar wie zou dit werk doen? Zelfs tegenwoordig is het nog zo dat alle geld behalve maar een klein gedeelte daarvan wat beschikbaar staat voor onderzoek, nog steeds naar verder onderzoek van de vet-hypothese gaat, en gevestigde belangen hebben de kracht en macht om vindingen uit onderzoeken die teleurstellend zouden kunnen zijn, te voorkomen.

Oplossingen

Hoe kunnen we ons nu beschermen tegen hartziekte? Gebaseerd op datgene wat we geleerd hebben uit de wetenschappelijke onderzoeken is het mogelijk een leidende lijst op te stellen ter voorkoming van hartziekte, een leidraad die beide inhoudt: het vermijden van externe stress en een verstandig diëtisch advies. Het is niet mogelijk om alle externe stress te kunnen vermijden, dat kan niet in de hedendaagse industriële eeuw, maar een goed dieet kan voorzien in veel factoren die kunnen helpen het lichaam juist om te laten gaan met milieu-toxines en een hoge mate aan stress. Er zijn veel punten die in de volgende lijst zijn opgenomen die ter discussie zouden kunnen worden gesteld, maar een ding is zeker: Als je nog steeds bang bent van verzadigde vetten en cholesterol, dan bevind je je wat betreft het dieet op de verkeerde weg. Als je voedsel vermijdt dat verzadigd vet en cholesterol bevat, zal dat niet alleen je lichaam van vitale voedingsstoffen onthouden, maar het voedsel wat je consumeert als vervanging daarvan zal vele componenten bevatten – zoals meervoudig onverzadigde olie, transvetzuren, gerafffineerde suiker – die in verband zijn gebracht met verhoogd optreden van hartziekte.

De 10 geboden voor het vermijden van CHZ

* Rook niet. Als je het moeilijk vindt om te stoppen, probeer het dan tenminste terug te dringen en rook alleen sigaretten zonder additieven.
* Rokers zouden meervoudig onverzadigde olie moeten vermijden als de pest. Verzadigde vetten en vitamine A en D zijn vooral bijzonder beschermend voor de longen.
* Oefen regelmatig, maar je hoeft het niet te overdrijven. Een flinke dagelijkse wandeling, 10 minuten op de trampoline, zwemmen en sport zijn alle voldoende.
* Vermijd overgewicht door het eten van voedingsarm voedsel en minimaliseer het eten van zoete dingen. maar vermijd het jo-jo effect.
* Werk niet te hard. Breng stress in evenwicht door dagelijks iets te doen wat je graag doet.
* Verhoog de consumptie van voedsel dat rijk aan beschermende voedingsstoffen is in moeilijke periodes van verlies of verdriet.
* Vermijd zo veel mogelijk de blootstelling aan roken, chemische stoffen, vervuiling en pesticides.
* Vermijd alle verwerkt voedsel dat geëtiketteerd staat als “laag-vethoudend”, of dat meervoudig onverzadigde olie bevat, gehydrogeneerde vetten, witte bloem, geraffineerde suiker en toevoegingen.
* Consumeer dierlijke producten van hoge kwaliteit inclusief een variëteit aan zeevoedsel en melk, boter, kaas, eieren, vlees, vet en anorganisch vlees van dieren die opgegroeid zijn op de weide met groen gras.
* Consumeer een variëteit aan verse groenten en fruit, bij voorkeur biologisch gekweekt.
* Verzeker je van voldoende mineralen -inname, door onverwerkte zuivelproducten te gebruiken; botten-bouillons; onverwerkte granen, peulvruchten en noten die op de juiste manier bereid zijn om het phytinezuur te reduceren en andere factoren die de mineralen-opname kunnen blokkeren.
* Supplementer het dieet met voedsel dat rijk is aan beschermende factoren inclusief kleine hoeveelheden levertraan (vitamine A en D; tarwekiemolie (vitamine E); lijnzaadolie (omega-3 vetzuren); kelp (jodium); biergist (B-vitamines); gedroogde lever (vitamine B12); rozebottel, of acerola poeder (vitamine C); en kokosolie (anti-microbiële vetzuren).

References
Winslow R. Heart-Disease Sleuths Identify Prime Suspect: Inflammation of Artery, Wall Street Journal, October 7, 1999
Rose G and others. The Lancet, 1, 1062-1065, 1983;
Malhotra SL, Epidemiology of ischaimic heart disease in India with special reference to causation. British Heart Journal 29, 895-905, 1967
Spake A. The Valley of Death: Researchers probe a mysterious plague of heart disease, US News & World Report, December 21, 1998, pages 53-54
Castelli W. Concerning the possibility of a nut. . . Archives of Internal Medicine. July 1992, 152(7), 1371-1372
Price WA. Some Contributing Factors to the Degenerative Diseases, with Special Consideration of the Role of Dental Focal Infections and Seasonal Tides in Defensive Vitamins. Dental Cosmos, October and November 1930. Reprinted in Wise Traditions, Summer 2000
Dunne LJ. Nutrition Almanac, 3rd ed, McGraw Hill, New York, NY, 1990
Shute WE and Taub HJ. Vitamin E for Ailing and Healthy Hearts. Pyramid House, New York, 1969
Pauling LC. Vitamin C and the Common Cold. Bantam Books, New York, 1971
Salonen J and others. British Medical Journal March 1997
McCully KS. The Homocystein Revolution. Keats publishing, Inc., New Canaan, CT, 1997; Ubbink, JB. Nutrition Reviews 52(11), 383-393, November 1994
Biochemical and Biophysical Research Communications (BBRC) 212(1). 1995; BBRC 199(3). 1994; BBRC 192(1). 1993; BBRC 224(2). 1996;
International Journal of Clinical Pharmacology and Therapeutics 36(9). 1998
Williams R. Nutrition against Disease. Pitman Publishing, New York, page 80, 1971
Stephen D and Downing D. Journal of Nutritional and Environmental Medicine 9, 5-13, 1999
Huttunen JK. Biomedical and Evnrionmental Science Sept 1997 10(2-3):220-226; Virtamo J and others. Serum selenium and the risk of coronary heart disease and stroke. American Journal of Epidemiology 122(2), 276-82, August 1985
Enig, MG. Selenium. Mineral Nutrients. Kirk-Othmer Encyclopedia of Chemical Technology, Fourth Edition, Vol 16. John Wiley & Sons, New York. 746-783. 1995
Bergner P. The Healing Power of Minerals. Prima Publishing, Rocklin, CA, 1997
Buist RA. Vitamin Toxicities, Side Effects and Contraindications International Clinical Nutrition Review 4(4), 159-171, 1984
Barnes DJ and others. Comparative Value on Irradiated Ergosterol and Cod Liver Oil as a Prophylactic Antirachitic Agent When Given in Equivalent Dosage According to the Rat Unit of Vitamin D. American Journal of Diseases in Children 39, 45, 1930 Salim Y. New England Journal of Medicine 342, 154-60, 2000
Salonen J and others. British Medical Journal, March 1997
European Heart Journal 12, 1215-8, 1991
Keys A. Coronary heart disease in seven countries. Circulation 41, suppl. 1, 1-211, 1970
Lasserre M and others. Lipids 20(4), 227, 1985
Kinsella, JE. Food Technology, October 1988, page 134; Lasserre M and others. Lipids 20(4), 227, 1985; Horrobin, DF. Reviews in Pure and Applied Pharmacological Sciences, Vol 4, Freund Publishing House, 1983, pages 339-383; Devlin, TM, ed. Textbook of Biochemistry, 2nd Ed, Wiley Medical, 1982, 429-430; Fallon S and Enig MG. Tripping Lightly Down the Prostaglandin Pathways, The Price-Pottenger Nutrition Foundation Health Journal 20(3), 5-8, 1996. (Also posted on www.WestonAPrice.org)
Garg, ML and others. FASEB Journal 2(4), A852, 1988; Oliart Ros RM and others. Meeting Abstracts. American Oil chemists Society Proceedings, May 1998, page 7, Chicago, IL Sauer, FD and others. Nutrition Research 17(2), 259-269, 1997; Kramer, JKG and others. Lipids 17, 372-382, 1982; Trenholm HL and others. Cancer
Inistitute Food Science Technology Journal 12, 189-193, 1979
Enig, MG. Trans Fatty Acids in the Food Supply: A Comprehensive Report Covering 60 Years of Research, 2nd Edition, Enig Associates, Inc, Silver Spring, MD, pages 93-96, 1995
Yudkin J. The Lancet, 11, 155-62, 1957; Yudkin J and others. Annals of Nutrition and Metabolism 30(4), 261-66,

DELEN