Coeliakie ≠ Glutengevoeligheid

DELEN

‘All diseases begin in the gut’ – Hippocrates (460-370 BC)

Dr. Fasano en een groep vooraanstaande coeliakie-onderzoekers, zoals drs. Peter Green (hoofd Columbia University Coeliakie Center) en dr. Marios Hadjivassiliou (consultant-neuroloog en expert op het gebied van gluten-ataxie), hebben de eerste studie met een consensus statement uitgebracht in februari 2012 waarin wordt voorgesteld om onderscheid te maken tussen coeliakie, glutengevoeligheid en gluten-ataxie.

Glutengevoeligheid

Als je tegenwoordig in de supermarkt loopt kun je zien datglutengevoeligheid alleen maar toeneemt, want er verschijnen steeds meer glutenvrije producten op de schappen. Er is dus steeds meer behoefte aanglutenvrij voedsel; meerdan ooittevoren.Maar wat nog niet is doorgedrongen bij de meeste mensen is dat je geen coeliakie hoeft te hebben om glutengevoelig te zijn. Je kunt dit zeker ook hebben zonder dit te herkennen. De reden hiervoor is dat de meeste artsen niet weten dat jeglutengevoelig kunt zijn zonder deveelbetekenendegastrolintestinaleproblemen diecoeliakiebegeleiden.

Als je lijdt aan een niet te diagnosticeren gezondheidsprobleem – of zelfs een ‘ongeneeslijke’ auto-immuunziekte hebt, dan zou je moeten overwegen om je te laten testen op glutengevoeligheid. Geloof het of niet, maar deze verborgen gevoeligheid kan de oorzaak zijn van heel veel ziekten, waaronder vele van de zogenaamde ‘ongeneeslijke’ auto-immuunziekten. Uiteindelijk betekent het dat de behandeling van deze ziekten bestaat uit het eenvoudig aanpassen van je dieet. Overgevoeligheid voor het gluteneiwit komt in West-Europa in toenemende mate voor. Voorzichtige schattingen gaan uit van een op de tien (!) mensen. Het effect van deze vaak voorkomende, geniepige intolerantie voor gluten is helaas minder bekend in de gezondheidszorg. Vandaar dit artikel.

Recent onderzoek

De reden van de stelling dat je glutengevoelig kunt zijn zonder de veelbetekenende gastrolintestinale problemen die coeliakie begeleiden, is dat men er met vrij recent onderzoek achter is gekomen dat glutengevoeligheid en coeliakie elkaar qua symptomen kunnen overlappen, maar niet dezelfde ziekte zijn. Het is blijkbaar zelfs zo recent dat er op zaterdag 21 april 2012, de Nederlandse Coeliakie Dag, niet door prominenten over gesproken is. Terwijl er sprekers waren die over de laatste ontwikkelingen op het gebied van coeliakie, dermatitis herpetiformis en het glutenvrije dieet spraken. Zelfs in het in het leven geroepen Eerste Glutenvrij Magazine van 2012 spreekt niemand hierover.

Verkeerde diagnose

Coeliakie – veroorzaakt door gliadine, een eiwitgluut – is herkenbaar aan de zeer opmerkelijke gastrolintestinale symptomen, waaronder een opgeblazen gevoel, gas, diarree, buikpijn en krampen. Dit eiwit zit in verschillende graansoorten, zoals: tarwe, rogge, gerst, spelt en kamut, en dus ook in onze belangrijkste graanproducten brood en pasta. Medische studenten krijgen te horen dat coeliakie zonder gastrolintestinale symptomen zeldzaam is tot niet bestaand. En ook dat wanneer bij een darmbiopsie blijkt dat alles normaal is er geen sprake kan zijn van glutengevoeligheid. Het tegendeel is echter waar: glutengevoeligheid heeft vaak geen gastrolintestinale symptomen! Tot overmaat van ramp, zijn darmbiopsies bij mensen met een glutengevoeligheid vaak normaal. In een recente onderzoekspublicatie werd een overzicht gegeven van andere verschillen tussen coeliakie en glutengevoeligheid. De onderzoekers beschreven o.a. dat “in tegenstelling tot coeliakie, glutengevoeligheid niet wordt geassocieerd met een verhoogde intestinale permeabiliteit”; in feite was “de darmpermeabiliteit aanzienlijk verminderd bij glutengevoeligheid in vergelijking met de controlegroep”. De onderzoekers merkten ook op dat vergeleken met de gezonde individuen bepaalde immunologische markers (IL-6 en IL-21) bij coeliakie wel waren verhoogd maar niet bij glutengevoeligheid, terwijl een andere immuunresponsmarker (TLR 2) juist bij glutengevoeligheid was verhoogd, maar niet bij coeliakie.

Deze twee problemen hebben echter wel een overeenkomst: ze hebben alle twee een lager niveau van de immuunsysteemmarker FOXP3 in vergelijking met gezonde mensen. De onderzoekers concluderen ook: “Deze studie toont aan dat de twee gluten-geassocieerde aandoeningen, coeliakie en glutengevoeligheid, verschillende klinische beelden zijn, en draagt ​​bij aan de karakterisering van glutengevoeligheid als ‘een aandoening die geassocieerd wordt met geen zichtbare veranderingen in (de intestinale) mucosale barrière’.”

De gemiste oorzaak van auto-immuunziektes

Het is al weer lang geleden maar een artikel in de Lancet wees erop dat de wetenschap de zogenaamde ‘HLA-antigenen’ hadden ontdekt, en dat bepaalde ziektes veel vaker voorkwamen bij personen met bepaalde HLA-antigen-typen. Dit HLA-systeem (Humane Leukocyten Antigenensysteem) is eerst aangetoond op leukocyten, maar bevindt zich ook op andere cellen van het lichaam, behalve op de rode bloedcellen. Deze HLA-moleculen vormen de sleutel bij het tot stand komen van een specifieke immuunreactie. Een belangrijke vraag is nu: “Hoe weet het immuunsysteem dat een bepaald antigeen een gevaar vormt voor het lichaam?” Tijdens de ontwikkeling in de baarmoeder wordt in een foetaal stadium het immuunsysteem geleerd het verschil te zien tussen gevaarlijke en ongevaarlijke antigenen. In die periode worden enorme hoeveelheden T- en B-cellen gevormd die allemaal een receptor hebben die specifiek is voor een bepaald antigeen. Het proces is dermate ingewikkeld dat we volstaan met te melden dat er voor elk mogelijk antigeen wel een specifieke T/B-cel wordt gemaakt. Dit brengt echter het gevaar met zich mee dat er ook T/B-cellen ontstaan die specifiek zijn voor eiwitten uit het eigen lichaam. Tijdens de ontwikkeling van T/B-cellen wordt de specificiteit van de receptoren continu nauwkeurig gecontroleerd. Cellen die een mogelijk gevaar vormen voor het lichaam worden meteen geëlimineerd. Op deze manier ontstaat er een afweersysteem dat specifiek is voor lichaamsvreemde zaken. Maar auto-immuunziekten (ziekten waarbij het immuunsysteem gezond weefsel van het eigen lichaam aanvalt) bewijzen dat de educatie van lymfocyten niet helemaal waterdicht is.

Een groep van deze ‘HLA- gerelateerde’ziekten is bijna volledig auto-immuun. Het omvat de volgende aandoeningen:

  • type 1 diabetes
  • de ziekte van Hashimoto
  • ziekte van Graves
  • colitis ulcerosa
  • lupus erythematosis (lupus)
  • vitiligo
  • ziekte van Addison
  • Sjogren’s syndroom
  • pernicieuze anemie
  • sclerodermie
  • chronische auto-immune hepatitis
  • ziekte van Duhring
  • polymyalgia rheumatica
  • auto-antilichaam hemolytische anemie
  • coeliakie

De auteur van dit oude artikel wees erop dat alle van deze ziekten vermoedelijk auto-immuunziekten zijn. Hij wees erop dat coeliakie de enige ziekte op deze lijst is die een externe factor heeft. Maar hij was ook de eerste die vervolgens speculeerde dat gluten misschien wel eens de externe trigger voor al die andere ziekten konden zijn, waarvan oorspronkelijk werd gedacht dat ze een interne oorzaak hebben. “Door de jaren heen heb ik gemerkt dat dit vaak het geval is. Op Tahoma Clinic, als we werken met een individu met een van deze diagnoses, hebben we altijd de secretorische IgA (“slgA”) anti-gliadinetest op antistoffen. De slgA anti-gliadine antilichamentest is in meer dan 90 procent positief bij personen met een van deze problemen. Na volledige eliminatie van gluten en gliadine, en heel vaak ook alle melk en melkproducten, is er altijd spraken van grote verbeteringen in de gezondheid van deze personen.”

Meten

Hoe bepaal je nu of je een niet-gediagnosticeerde gluten/gliadinegevoeligheid hebt?En of dit de schuld kan zijn van veel of zelfs de meeste van je gezondheidsproblemen?

Deze ziekten komen vaak in dezelfde familie voor. Dus als in je familieanamnese een van de auto-immuunziekten die hierboven beschreven zijn voorkomt, en je hebt persoonlijk symptomen en gezondheidsproblemen die niet te verklaren zijn, is de kans groot dat je een niet gediagnosticeerde gluten/gliadine-gevoeligheid hebt, en moet je overwegen om jezelf te laten controleren met de slgA anti-gliadinetest op antistoffen.

De eerste test is een meting die bij bijna alle lichamelijke routineonderzoeken plaatsvindt: serumtriglyceriden. Triglyceriden zijn een soort vet in het bloed. Van vetten en in vet-oplosbare vitaminen is bekend dat ze slecht worden geabsorbeerd door mensen met gluten/gliadine-gevoeligheid. Een meting van serumtriglyceriden met minder dan 50 milligram per deciliter (normaal wordt er van uitgegaan dat het tussen de 50 tot 150 milligram per deciliter moet zijn) duidt op glutengevoeligheid en glutengeïnduceerde malabsorptie, totdat het tegendeel bewezen is. Dr. Lamson wijst er op dat ook een individu met zowel niet-gediagnosticeerde symptomen en gezondheidsproblemen en een nuchtere serumtriglyceriden van minder dan 75 milligram per deciliter, altijd moet worden gecontroleerd op gluten/gliadine-gevoeligheid, omdat de kans hierop groot is.

 

Slechte intestinale absorptie is ook de schuld van afwijkingen in twee andere tests die vaak aanbevolen worden door artsen en therapeuten: de mineraalanalyse op basis van een haar, en het bepalen van de essentiële aminozuren. Als de uitslag van een of beide van deze tests meerdere lage metingen aangeeft (drie of meer van de essentiële aminozuren, vijf of meer van de essentiële mineralen), dan is het ook handig om je te laten testen voor gluten/gliadine-gevoeligheid. Natuurlijk is het ultieme bewijs dat glutengevoeligheid het probleem is, de vaak dramatische verbetering in de eerder gediagnosticeerde, chronische klachten en gezondheidsproblemen, die altijd volgt op de totale eliminatie van glutenbevattende voedingsmiddelen.

Het is belangrijk om te weten dat, of je nu gastrolintestinale problemen hebt of niet, de kans dat je glutengevoeligheid hebt groot is, als je niet te diagnosticeren symptomen of gezondheidsproblemen hebt en er een of meer auto-immuunziekten voorkomen in je familie. De kans is nog groter als je serumtriglyceriden lager is dan 75 en/of essentieel aminozuur of haarminerale tests aangeven dat de waarden lager zijn dan normaal.

De epidemie van glutengevoeligheid

Twintig jaar geleden was het bijna onmogelijk om glutenvrije producten te vinden behalve in reformwinkels. Tien jaar geleden zag je enkele producten in een minuscuul hoekje van de grotere supermarkten. Nu lijkt het alsof glutenvrije producten overal te koop zijn, zelfs in de supermarkt in het dorp. Het is duidelijk dat steeds meer mensen glutenvrije producten ‘moeten’ kopen. Glutengevoeligheid is niet een besmettelijke ziekte, dus waarom lijkt het dan wel op een epidemie? Hoewel er waarschijnlijk niet een epidemie van glutengevoeligheid is, moet er zeker een ‘trigger’ op grote schaal zijn voor het probleem. Een reden voor de schijnbare epidemie van glutengevoeligheid kan direct worden teruggevoerd op het gebruik en vooral overmatig gebruik van antibiotica, beginnend in de jaren veertig van de vorige eeuw. Met deze gedachte moet je niet aankomen binnen de reguliere geneeskunde. Dit zou nooit begrepen worden, en de suggestie zou waarschijnlijk direct ontkend worden. Maar ook veel natuurgeneeskundige beoefenaars zien dit probleem over het hoofd. Beide groepen weten echter dat het gebruik en overmatig gebruik van antibiotica zeer veel Candida albicans (gist) infecties heeft veroorzaakt. In 2003 rapporteerde een groep onderzoekers dat Candida albicans de vorming van antistoffen tegen gluten stimuleert. Bij glutengevoelige personen werden auto-immuun antilichamen tegen tissue-transglutaminase en endomysium, maar ook andere soorten antilichamen gevonden. In 2009 meldde een andere groep onderzoekers een geval van chronische candida-infectie bij een vierjarige jongen waarbij ook een verhoogd niveau anti-gliadine antistoffen gevonden werd. Behandeling met schimmelwerende middelen resulteerde in een verbetering van de Candida-infectie, terwijl tegelijkertijd de anti-gliadine antilichamen afnamen. Door de verbeterde diagnostische technieken ontdekken we steeds meer mensen met een glutengevoeligheid en komen we er achter dat het zeer waarschijnlijk is dat het gebruik en overmatig gebruik van antibiotica tot veel meer Candida-infecties leidt, wat weer leidt tot veel meer gevallen van glutengevoeligheid.

Simpele oplossing voor ‘ongeneeslijke’ ziekte

Dr. Christopher Reading in Dee Why, een voorstad van Sydney, Australië, heeft documentatie aangelegd van meer dan 500 mensen die bij hem kwamen met de diagnose ‘lupus’; een doorgaans ongeneeslijke auto-immuunziekte. Maar uit deze documentatie bleek dat met hard werken en met de behandeling van dr. Reading, deze mensen alle tekenen en symptomen van lupus kwijtraakten. De reguliere geneeskunde heeft geen remedie voor lupus. Meestal probeert ze het maar al te vaak met prednison (een zeer krachtige pseudosteroïde) en methotrexaat (een immuunsysteemvernietiger, voorheen patent geneesmiddel dat vaak gebruikt werd bij de behandeling van kanker). Vaak zijn de effecten van deze middelen net zo erg of nog erger dan de schade die veroorzaakt wordt door de lupus zelf. Hoe heeft dr. Reading dan meer dan 500 individuen van lupus kunnen afhelpen? Hoewel dat in de praktijk uiteraard nog wel wat voeten in de aarde heeft, is de uitleg uitermate simpel: dr. Reading heeft ze allemaal geadviseerd gluten te elimineren, en alle melk- en zuivelproducten, en vaak ook andere voedingsmiddelen waar ze allergisch voor bleken te zijn. Daarnaast was een belangrijk onderdeel van de behandeling het herhaaldelijk intraveneus toedienen van hoge (maar veilige) doses vitaminen en mineralen.

Het menselijk lichaam is een organisme dat bestaat uit 100 biljoen (1014) cellen, waarvan 90 biljoen prokaryoten (bacteriële) en slechts 10 biljoen eukaryote (menselijke). Elke menselijke cel ondersteunt 50-100 bacteriën of bacteriële nakomelingen. Het menselijke maag-darmkanaal, bevat bijna al deze bacteriën, bij elkaar twee kilogram! Er zijn daarom meer cellen in onze darmen dan in ons hele lichaam! Honderden verschillende soorten bacteriën functioneren in symbiose met elkaar in deze ‘microwereld’ om pathogene bacteriën te kunnen overheersen. Op deze manier ontstaat er een geavanceerde reeks immunologische interacties in een voortdurend samenspel tussen deze gespecialiseerde bacteriële massa en het lichaam, om ons uiteindelijk in staat te stellen om zowel onze lichamelijke als geestelijke gezondheid te behouden. Het is cruciaal dat de balans van deze bacteriën in stand wordt gehouden. Het is bekend dat een overmatig gebruik van antibiotica, slechte voeding, emotionele stress, infecties en erfelijke darmaandoeningen, zoals Coeliakie, bijdragen aan een verzwakte gastro-intestinale gezondheid. Als het evenwicht van de darm gecompromitteerd is verhoogt het hiermee het risico op een darminfectie, waardoor een stoornis ontstaat in ons immuunsysteem. Je kunt het niet vaak genoeg zeggen, maar het behouden van dit evenwicht is het allerbelangrijkste voor onze gezondheid. De conditie van onze hersenen en het lichaam wordt bepaald door een goede balans van onze microflora.

Hippocrates zij het al: “All diseases begin in the gut”!

http://members.optusnet.com.au/gutmind/

DELEN