BORSTKANKER

DELEN

BORSTKANKER

Borstkanker is de meest voorkomende vorm van kanker bij vrouwen.  Per jaar krijgen 13.000 vrouwen in Nederland borstkanker. Een vrouw heeft een kans van 1 op 8 om ooit borstkanker te krijgen. Het doodt wereldwijd jaarlijks bijna één miljoen vrouwen. De schuld van kanker wordt vaak gegeven aan genetische oorzaken en factoren met betrekking tot de levensstijl, waaronder roken en een vetrijke voeding. De schatting is dat in Nederland vijf tot tien procent het gevolg is van erfelijkheid. Ongeveer zeventig procent van de oorzaken valt echter niet onder die risicovolle categorieën. Nu er momenteel o.a. in Nederland zulke grote aantallen borstkanker voorkomen, denken sommigen dat borstkanker een gevolg zou kunnen zijn van milieuvervuiling. Sandra Stein Graber, een biologe uit Boston, beweert dat tachtig procent van borstkanker veroorzaakt wordt door milieugevaren.

Ondanks de enorme moeite die gedaan wordt om borstkanker te bestrijden, groeit het aantal nieuwe gevallen ieder jaar. Met de introductie van bijvoorbeeld stralingstherapie, chemotherapie, immuuntherapie, CT-scans, MRI-scans en allerlei andere nieuwe medische technologieën, is de levensduur voor patiënten met borstkanker hetzelfde gebleven. Er is dus feitelijk geen enkele belangrijke progressie gemaakt in de behandeling van borstkanker. Behandeling heeft de overleving slechts een klein beetje verbeterd. Het vijfjarige overlevingspercentage van borstkanker was in 1976 75%, in 1983 77% en in 1989 78%. De meeste wetenschappers / artsen zijn er echter van overtuigd dat de kleine verbetering van de levensduur groter kan worden door een eerdere waarneming van borstkanker en dus door het verbeteren van de mammografietechnologie. Maar voor een oncoloog is een patiënt die na vijf jaar en één dag nog leeft, een overlevende en wordt als genezen beschouwd, zelfs als ze de dag daarna dood is gegaan. Als ze echter één dag minder leeft dan vijf jaar wordt ze beschouwd als een niet overlevende. Feit is dat steeds meer vrouwen geconfronteerd worden met de diagnose borstkanker. In 1960 ontwikkelde borstkanker zich bij 1 op de 20 vrouwen en in 1974 was dat 1 op de 17. Deze cijfers zijn ieder jaar hierna verslechterd. In 1990 was het getal astronomisch gestegen naar 1 op de 14 en bleef omhoog gaan tot in 1998 naar 1 op de 11 en nu al 1 op de 8 vrouwen! Twee vorderingen zijn echter wel tot stand gekomen: het verzachten van de pijn en het lijden, en minder verminkende chirurgie waarmee  dezelfde overleving bereikt wordt.

Bewegen, voeding en gewicht waarschijnlijk belangrijk

(Bron: VU medisch centrum) Vrouwen die belast zijn met de erfelijke genetische afwijking in het BRCA1- of BRCA2-gen, kunnen hun verhoogde risico op het krijgen van borstkanker mogelijk terugdringen door hun leefstijl aan te passen. Promotieonderzoek van Anouk Pijpe toont onder andere aan dat een gebrek aan lichaamsbeweging en een gewichtstoename tijdens het volwassen leven de kans op borstkanker bij vrouwen met een bewezen erfelijke aanleg voor borstkanker kan vergroten. Vrouwen met een bewezen erfelijke aanleg voor borstkanker (BRCA1/2 mutatiedraagsters) hebben een zes- tot achtmaal grotere kans op borstkanker dan vrouwen zonder deze erfelijke aanleg. BRCA1/2 mutatiedraagsters maken heel verschillende keuzes over hoe hun borstkankerrisico te verlagen, afhankelijk van hun leeftijd, familiegeschiedenis, het hebben van kinderen, hun eigen ziektegeschiedenis en persoonlijke voorkeuren.

De momenteel beschikbare preventiemaatregelen zijn verwijdering van de borsten en/of eierstokken en regelmatige controle van de borsten door middel van mammogrammen, met als doel het ontdekken van borstkanker in een vroeg stadium. Andere mogelijkheden zijn zogenaamde chemopreventie en aanpassingen in de levensstijl, maar vanwege gebrek aan kennis is dit momenteel geen onderdeel van het genetische counselingproces. In een aantal studies onderzocht Pijpe de associatie tussen een aantal – onder de algemene bevolking bekende – risicofactoren voor borstkanker bij BRCA1/2 mutatiedraagsters, te weten blootstelling aan diagnostische straling, lichamelijke activiteit en lichaamsgewicht. Lichamelijke activiteit en lichaamsgewicht behoren tot de weinige modificeerbare risicofactoren voor borstkanker. Aanpassingen van de levensstijl, dat wil zeggen meer bewegen en het behouden van een gezond gewicht, zouden daarom nuttig kunnen zijn bij het verlagen van het borstkankerrisico in BRCA1/2 mutatiedraagsters. Omdat Pijpes onderzoek een van de eerste is op dit gebied in BRCA1/2 mutatiedraagsters vindt zij het te vroeg voor specifieke aanbevelingen, en dienen de resultaten van dit onderzoek daarom eerst door onafhankelijke studies te worden bevestigd. Anouk Pijpe is onderzoeker bij het Nederlands Kanker Instituut – Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis. Ze promoveert aan het VU medisch centrum te Amsterdam.

Hoewel deze informatie bekend is bij alle wetenschappers en artsen, wordt het merendeel van alle borstkankers op dezelfde manier behandeld, dat wil zeggen: liever een gematigd radicale borstamputatie dan het wegnemen van een knobbeltje in de borst, ondersteunende dissectie van de knobbel en stralingstherapie. Dr Stephen Narod, een medisch onderzoeker van het Women’s College Hospital in Toronto, concludeerde dat “borstamputatie voordat de kanker toeslaat” de beste benadering is bij het behandelen van vrouwen die de genen dragen die in verband staan met de ziekte, zelfs, zo wezen enkele afgevaardigden tijdens de conferentie in Kingston erop, indien onderzoek nog niet afdoende bewezen heeft dat het verwijderen van de borst een effectieve preventiestrategie is.

Het is volgens dr. Susan Love, doctor in de geneeskunde aan de Universiteit van Californië, Los Angeles en directeur van het Borstkanker Instituut, echter bekend dat vijfenzeventig procent van de patiënten borstkanker overleeft, en de meeste borstkankers al acht tot tien jaar aanwezig zijn voordat ze ontdekt worden als een knobbeltje of op een mammogram. Dr. Love wijst erop dat “het probleem van de preventie en behandeling van borstkanker gelegen is in het feit dat tachtig procent van de vrouwen die borstkanker krijgen, niet de (traditionele) risicofactoren hebben.” Voeding met weinig vetten kan preventief zijn, maar we zullen de resultaten uit onderzoeken pas na een goede vijf tot tien jaar hebben.  Het Canadees Nationale Borst Onderzoek dat de voeding van bijna 57.000 vrouwen bestudeerde, beweerde dat er een hoger percentage borstkanker werd waargenomen bij vrouwen die het meeste vet aten. Een recent onderzoek van een studie van borstkanker legt meerdere problemen bloot van transvetten (Stephen Daniells).

Transvetten

Een verhoogde opname van transvetzuren kan het risico op borstkanker met vijfenzeventig procent verhogen, tonen resultaten aan van het Franse gedeelte van de “European Prospective Investigation” gepubliceerd in ‘Kanker en Voeding’. Bijna 20.000 vrouwen verstrekten gegevens voor de studie, die gebruikt werden om de druk te verhogen bij de voedingsindustrie zodat ze de transvetzuren verwijderen uit hun producten en ze herformuleren. Veronique Chajes van de ‘Centre National de la Recherche Scientifique (CNRS)’, rapporteerde in de American Journal of Epidemiology, dat de hoge bloedniveaus van transvetzuren, en niet van de cisvetzuren, geassocieerd zijn met een duidelijke verhoging in het risico van borstkanker.“Een hoog serumniveau van trans enkelvoudig onverzadigde vetzuren, vermoedelijk wijzend op een hoge opname van industrieel verwerkt voedsel, is ongetwijfeld één factor die bijdraagt aan het verhoogde risico op borstkanker bij vrouwen”, schreven de onderzoekers.“Op dit punt kunnen we alleen maar aanbevelen om het verbruik van verwerkt voedsel, de bron van industrieel geproduceerde transvetzuren, te beperken,” voegden ze eraan toe.

Hoewel er sporadisch kleine hoeveelheden transvetten voorkomen in zuivelproducten en vlees, wordt de overgrote meerderheid gevormd tijdens de gedeeltelijke hydrogenatie van plantaardige olie (PHVO) die de olie omzet in halve vaste stoffen voor een verscheidenheid aan voedingsapplicaties. Transvetzuren (TFA’s) zijn aantrekkelijk voor de voedingsindustrie dankzij hun lange houdbaarheidsperiode en de aromatische bestendigheid, en ze hebben natuurlijke vaste vetten en vloeibare oliën in vele domeinen van de voedselproductie verdrongen. Maar wetenschappers melden dat transvetzuren de serumniveaus van LDL-cholesterol verhogen en de niveaus van HDL-cholesterol verlagen. Ze bevorderen ontstekingen en endothele disfunctie en ze beïnvloeden andere risicofactoren op cardiovasculaire aandoeningen (CVD).

Een zeven jaar durende studie volgde 19.934 vrouwen. Zij verstrekten hun voedingshistorie door middel van het invullen van een vragenlijst en ze gaven ook bloedstalen bij aanvang van de studie. Onderzoekster Chajes en haar medewerkers merkten 363 gevallen van borstkanker op gedurende de studie en ze vergeleken deze gevallen met borstkankervrije controles in overeenstemming met leeftijd, menopausale status bij aanvang, datum en verzamelcentrum.

Terwijl de niveaus van enkelvoudig onverzadigde cisvetzuren niet verbonden waren aan het risico op de ontwikkeling van borstkanker, concludeerden de onderzoekers dat de bloedniveaus van de enkelvoudig onverzadigde transvetzuren, elaïdinezuur en palmitinezuur een stijging van vijfenzeventig procent op het risico van borstkanker lieten zien.

De voedingsindustrie is op de hoogte en beloofde om de transvetzuren uit hun producten weg te halen, maar zo’n herformulering is in de praktijk nog niet zo simpel. Paul Wassell en Niall Young van de ‘Danisco’s Multiple Food Application Group’ besproken de opties die beschikbaar zijn en stelden vast dat het verwerken van voeding met alternatieven voor transvetten een ‘multidiciplinaire benadering’ moest zijn (International Journal of Food Science and Technology, Vol. 42, pp 503-517). “Succesvolle vervangers van transvetzuren zijn niet gemakkelijk te realiseren door eenvoudigweg de transisomeer te verwijderen, omdat transvetzuren een scala aan gunstige functionele eigenschappen bezitten”,  schreven Wassell en Young, erop wijzend dat “de aanwezigheid van de transisomeer het smeltgedrag, de oxidatieve stabiliteit en de structurele eigenschappen beïnvloedt”.  Bron: American Journal of Epidemiology. Published online ahead of print, Advance Access, 4 April 2008, doi:10.1093/aje/kwn069  “Association between Serum trans-Monounsaturated Fatty Acids and Breast Cancer Risk in the E3N-EPIC Study”  Auteurs: V. Chajes, A.C.M. Thiebaut, M. Rotival, E. Gauthier, V. Maillard, M.-C. Boutron-Ruault, V. Joulin, G.M. Lenoir, F. Clavel-Chapelon.

Borstkankerscreening onzin?!

“In de wetenschap weet men al lang dat borstkankerscreening kwakzalverij is.” Dat zijn de niet mis te verstane woorden van de Vlaamse arts-epidemioloog Luc Bonneux  in de pers van juni 2011. Hij heeft net zijn boek ‘En ze leefden nog lang en gezond’ uitgebracht, en borstkanker is maar één voorbeeld van hoe gezondheid een industrie is geworden. Vrouwen moeten veel beter geïnformeerd worden. De informatie die ze van de overheid krijgen, is bedrieglijk. Zo wordt aan vrouwen boven de vijfitg (die in het screeningsprogramma zitten) verteld dat in zeventig procent van de gevallen een borstbesparende operatie kan uitgevoerd worden in plaats van een volledige borstamputatie.

“Dat is complete nonsens. Eerder het omgekeerde is waar”, aldus Bonneux. “Vrouwen worden behandeld voor een ziekte die ze niet hebben. Bovendien is screening heel duur, in verhouding tot het resultaat. Zo moet je vijfduizend mammografieën maken om één sterfgeval te voorkomen. Als je je vijfentwintig jaar lang laat screenen op borstkanker neemt de kans op sterfte met 0,2% af. Daarbij heb je ook 2% procent kans dat men een tumor vindt, die anders niet ontdekt zou zijn. En 12% kans dat je een biopsie moet laten doen van borstweefsel na een mammografie die vals positief is. Bovendien is van die twee procent tumoren die ontdekt worden, maar één op de drie een kankergezwel, waarvan men ook niet weet of dat gezwel echt problematisch zal worden. Met andere woorden: er worden dus heel wat vrouwen behandeld met chemotherapie, bestraald enz., die feitelijk perfect gezond zijn.”

Een vroege ontdekking van borstkanker is tegenwoordig één van de primaire strategieën voor de bestrijding en een succesvolle behandeling, en daarom is het belangrijk dat vrouwen hun borsten zelf controleren. De voordelen van mammografie zijn nog steeds een onderwerp van discussie. Er bestaan nog steeds vragen over het feit of een laag stralingsgehalte dat bij de test gebruikt wordt kan bijdragen aan de kanker, of twijfelachtige resultaten tot onnodige operaties leiden en of de testresultaten wel nauwkeurig genoeg zijn. Volgens het Nationale Kanker Instituut is er bij vrouwen tussen de veertig en negenenveertig jaar een hoog cijfer te zien van tumoren die over het hoofd gezien zijn hetgeen resulteert in veertig procent verkeerde negatieve testresultaten. Het borstweefsel bij jongere vrouwen is dichter, waardoor het moeilijker is om tumoren op te sporen. Tumoren groeien dus sneller bij jongere vrouwen en ze kunnen groeien tussen de onderzoeken door. Daar er geen vermindering te zien is in de sterftecijfers door borstkanker als een direct resultaat van een vroege mammografie, wordt er aanbevolen dat vrouwen onder de vijfitg jaar de mammografiescreenings vermijden, hoewel de Amerikaanse Kanker organisatie nog steeds iedere twee jaar een mammografie aanbeveelt voor vrouwen tussen de veertig en negenenveertig jaar.

Tijdens het afgelopen NWO-congres introduceerde de arts G. Welch het serieuze onderwerp van zijn lezing: overdiagnose. Begin dit jaar publiceerde hij, samen met twee collega’s, een boek over dit onderwerp. Mensen ziek maken in de jacht naar gezondheid. Waar hij een probleem mee heeft, is dat medische onderzoeken steeds meer gezonde mensen in patiënten veranderen. “Als bij een gezond persoon, iemand die geen klachten heeft, bij een screening een voorstadium van kanker wordt geconstateerd, hoeft dat nog niet de betekenen dat die persoon ook daadwerkelijk de ziekte ontwikkelt of dat hij er –zonder behandeling– aan zou overlijden. Behandel je zo iemand, dan kan dat achteraf gezien niet nodig zijn geweest. Er is in zo’n geval sprake van overdiagnose”, legt Welch uit. “Het probleem is dat je vaak niet van tevoren kunt zeggen wie wel ziek wordt en wie niet.”  Dat de moderne beeldvormende technieken, zoals MRI- en CT-scans, hierbij een belangrijke rol spelen, illustreert de hoogleraar aan de hand van landkaarten van Amerika. Zo maakt hij duidelijk dat het antwoord op de vraag ”Hoeveel meren telt de staat Utah?” afhangt van de vergroting: op een kaart van heel Amerika zie je er één. Op het niveau van de staat Utah tel je er drie. Zoom je in op bergachtig gebied in Utah, dan blijken er opeens tal van meren te zijn. “Hoe meer detail, hoe meer je vindt. Tegelijkertijd geldt: hoe kleiner een meer, hoe minder belangrijk.” Die lijn trekt Welch door naar hersenschade als gevolg van een beroerte en naar tumoren. “Vroeger zagen we longkanker op een röntgenfoto pas wanneer de tumor centimeters groot was. Nu kunnen we aandoeningen van enkele millimeters in doorsnede vinden. Iedereen gaat er van uit dat dit een goede zaak is. Maar het zijn wellicht zulke onbeduidende kankercelgroepjes dat we daar helemaal niet naar zouden moeten kijken.” De arts heeft voorbeelden van tal van aandoeningen –borstkanker, darmkanker, osteoporose– die allemaal op veel kleinere schaal zichtbaar zijn geworden dan enkele decennia geleden mogelijk was. “Het gevaar is dat we daarmee aan een modderpoel dezelfde waarde gaan hechten als aan een meer.”

Ter illustratie noemt hij schildklierkanker. “Het aantal patiënten met deze vorm van kanker is de afgelopen decennia het sterkst gestegen in Amerika. Als er echt sprake zou zijn van een epidemie, dan zou het aantal sterfgevallen als gevolg hiervan sterk moeten zijn toegenomen. In werkelijkheid is dit aantal al die jaren hetzelfde gebleven.” Hij voegt eraan toe dat patiënten gewaarschuwd moeten worden voeding te eten met een laag vetgehalte en met veel vezels en dat ze wellicht specifieke geneesmiddelen moeten innemen teneinde “de factoren die een rol spelen bij de dichtheid van het borstweefsel, kanker dus, te blokkeren”.

Fibrocystische borsten

Volgens de Amerikaanse Academie voor Pathologie lijdt ten minste vijftig procent, maar misschien wel tachtig procent van de Noord-Amerikaanse vrouwen aan enigerlei vorm van fibrocystische ziekte van de borsten of densiteit, hetgeen veel pijn en ongemak veroorzaakt, maar ook veel ongerustheid. Hoewel het een goedaardige aandoening kan zijn, kan het voor zowel vrouwen als hun artsen moeilijk zijn om een cystische borstknobbel te onderscheiden van kanker. Op dit moment is fibrocystische ziekte van de borsten een verwarrende term of, zoals dr. Susan Love zegt, “een prullenmand waarin artsen ieder borstprobleem gooien dat (tot nu toe) geen kanker is.”
Verscheidene onderzoekers hebben geopperd dat een hormonale onevenwichtigheid, een verminderde verhouding tussen progesteron en oestrogeen in de tweede helft van de menstruatiecyclus, een afwijking van de prolactineregulering, overgevoeligheid voor het thyroïd stimulerend hormoon en verhoogde oestrogeengehaltes, oorzaken kunnen zijn voor fibrocystische ziekte van de borsten. Er zijn verschillende behandelingen van fibrocystische ziekte van de borsten.

Behandeling van fibrocystische borsten

Dr. Mauvais Jarvis en zijn groep van Franse onderzoekers ontdekten dat de pijn in de borst in vijfennegentig procent van de gevallen verminderd werd door middel van een natuurlijke progesterongel die in de borsten wordt gewreven.

Wijlen dr. John Lee, die klinisch docent Gezinsgeneeskunde aan de Universiteit van Californië was, heeft goede resultaten behaald met het gebruik van natuurlijke progesteroncrème gedurende de laatste twee weken van de cyclus over een periode van drie tot zes maanden. dat kost een half potje per maand. Er is door middel van onderzoeken ook bekeken of vitaminesupplementen de pijn of zwelling kunnen verminderen. Dr. Christine Northrup, een Amerikaanse gynaecoloog, en schrijfster van verschillende bekende boeken over vrouwenklachten, beveelt warme wonderolie aan die drie keer in de week één uur op de borsten aangebracht moet worden gedurende twee tot drie maanden en na die periode nog één keer per week.

Dr. John Myers, een gynaecoloog uit Baltimore met een bijzondere interesse in metabolische ziektes, is de eerste die lof gekregen heeft voor het feit dat hij het belang van jodium erkende voor de borsten en eierstokken. Hij ontdekte dat hij de fibrocystische ziekte van de borsten compleet kon veranderen door het oraal en vaginaal gebruik van jodium samen met minerale sporenelementen die onder de tong ingenomen werden en door het intraveneus toedienen van magnesium. De cystische borsten werden onder dit voorschrift, soms meteen al, snel zacht.

In een uitgave van de Canadese Chirurgie hebben dr. William Ghent, voormalig professor emeritus chirurgie aan de Queen’s Universiteit in Kingston, Ontario en dr. Bernard Eskin, professor in endocrinologie en verloskunde & gynaecologie aan het Medisch College van Pennsylvania (die in de jaren zeventig van de vorige eeuw samenwerkten aan een klinisch onderzoek inzake jodiumtekort en fibrocystische ziekte van de borsten) bespiegelingen gehouden over het feit dat het element jodium essentieel is voor de borstnormaliteit en dat het ontbreken van jodium de borstkanalen gevoeliger maakt voor oestrogeenstimulatie en de daaropvolgende vorming van cysten en littekenweefsel. Ze theoretiseren, dat voldoende aantallen jodiumelementen in het borstweefsel de borsten minder gevoelig maken voor circulerende oestrogenen. Als zodanig kan jodium geclassificeerd worden als een natuurlijk antioestrogeen, een soort natuurlijk tamoxifen. Daarbij komt dat gedurende de behandeling van fibrocystische ziekte van de borsten opgemerkt werd, dat sommige vrouwen een duidelijke verbetering waarnamen in hun endometriose. Op het ogenblik moet deze speciale vorm van jodium continu ingenomen worden omdat anders de borsten weer cystisch zullen worden. Met het onderzoek van dr. Ghent inzake fibrocystische ziekte van de borsten van 3.200 vrouwen gedurende twaalf jaar, bedroeg het percentage vrouwen die borstkanker kregen en die het jodiumelement ingenomen hadden 0,00082 vrouwen per jaar, terwijl het voor Ontariaanse vrouwen beraamd was op 0,0064 vrouwen per jaar.

Sydney Singer, een medisch antropoloog, onderzoekt de manieren waarop onze levensstijl ons ziek maakt, en hij kwam met de theorie dat “er geen ziekte is zoals borstkanker, kanker die zich manifesteert in de borst van een vrouw.” Hij ontdekte, nadat hij een tweejarig onderzoek uitgevoerd had waarbij hij meer dan 5.000 vrouwen geïnterviewd had over hun houding en gedrag met betrekking tot hun borsten en beha’s, dat daar waar geen beha’s gedragen werden, er weinig borstziektes voorkwamen. Ongeveer de helft van de vrouwen had borstkanker, en hij ontdekte dat de vrouwen met borstkanker gedurende een langere periode nauwsluitende beha’s hadden gedragen, in tegenstelling tot de vrouwen bij wie de ziekte zich (nog) niet had ontwikkeld. De onderzoeker wierp ook de uitdaging op dat wanneer een vrouw stopte met het dragen van een beha gedurende twee weken, de fibrocystische ziekte van de borsten zou verdwijnen. Een vrouw die al meer dan vijfendertig jaar last had van de fibrocystische ziekte van de borsten en dacht “wat kan mij het schelen, ik geef hem drie weken”, noteerde het op de kalender en ging zoals gewoonlijk verder met haar dagelijkse leven.  Na drie weken hadden haar borsten geen last meer van de fibrocystische ziekte (van “een vat met knikkers naar één vol met water, wat een verschil”). Dr. Singer wees erop dat het probleem dat veroorzaakt wordt door beha’s in wezen een mechanische aantasting is van de borstlymfedrainage.

In de hedendaagse maatschappij worden we allemaal blootgesteld aan het risico op kanker die veroorzaakt wordt door gif in ons voedsel, lucht, water en geneesmiddelen. Pesticiden, herbiciden en andere chemische verontreinigde stoffen komen ons lichaam binnen en moeten evenals de schade die ze veroorzaken, opgeruimd worden. Daarom staat voeding (en milieuvervuiling) in verband met kanker. Door middel van onze voeding worden we ook blootgesteld aan veel soorten gif waaronder met name de vetoplosbare toxines die in het vetgedeelte van onze voeding aangetroffen worden. Voeding met veel vet wordt in verband gebracht met kanker, niet vanwege het vet zelf (dat mensen al duizenden zo niet miljoenen jaren eten), maar vanwege het giftige gehalte van vetten die in onze chemische voedingsproductiesystemen geproduceerd worden. Als dit eenmaal in ons weefsel terecht is gekomen, moeten de toxines via de lymfevaten eruit verjaagd worden. Een borst die ingesnoerd is door een beha, kan dit zuiveringsproces niet voldoende uitvoeren, hetgeen resulteert in een accumulatie van gif in de borsten.

Laatste nieuws uit Frankrijk : 77 medicijnen op zwarte lijst.

Het AFSSAPS (= Agence Francaise de Securite Sanitaire des Produits de Sante) heeft een lijst met 77 medicijnen vrijgegeven, die vanaf nu onder STRIKTE CONTROLE staan en die nog dit jaar geëvalueerd zullen worden (met als consequentie het eventueel van de markt halen van bepaalde producten). Dankzij de tomeloze inzet en energie de laatste weken van kinderarts dr. Marianne Mousain-Bosc (“Magnesiumboek”) konden de methylfenidaten Ritalin en Concerta er op de valreep aan worden toegevoegd. Zij heeft inmiddels een uitnodiging gekregen zitting te nemen in een ad hoc commissie die zich in april in Parijs zal buigen over deze problematiek. Voorbeeld van enkele medicijnen op deze lijst (ook in Nederland en België voorgeschreven/verkrijgbaar): Alli Cervarix Cymbalta Gardasil Prevenar Rohypnol Tramadol Zyban. Eind november 2010 werden al drie medicijnen op basis van benfluorex (Mediator, Pondoral en Isomeride) van de markt gehaald. We kunnen niet anders dan de nieuw aangestelde minister van gezondheid, Xavier Bertrand, dankbaar zijn voor zijn inzet en bezorgdheid voor meer transparantie inzake bepaalde, sinds jaar en dag toegelaten, medicijnen (nu met name genoemd), waarvan de bijwerkingen door de gezondheidsinstanties inmiddels bijzonder serieus genomen worden. Link naar lijst en zojuist verschenen artikel in Le Figaro (in het Frans weliswaar, maar aan duidelijkheid niets te wensen overlatend:

http://www.metrofrance.com/info/la‐liste‐des‐77‐medicaments‐sous‐surveillance‐renforcee/mkaE!VFWMF1btxl6ls/medicamentsafssaps.pdf http://www.lefigaro.fr/sante/2011/01/31/01004‐20110131ARTFIG00599‐la‐liste‐des‐77‐medicaments‐sous‐surveillancerenforcee.php

DELEN