Borstkanker, wat is het?

DELEN

Voor veel vrouwen is borstkanker de meest gevreesde ziekte. In het eerste deel over dit onderwerp hebben we kunnen lezen dat blootstelling aan bepaalde chemische producten en verandering in levensstijl het risico op borstkanker kunnen beïnvloeden. Het angstaanjagende is dat de statistieken aangeven dat ongeveer één op de zeven of acht vrouwen in hun leven borstkanker zal ontwikkelen. Natuurlijk zijn de levensstijl, waaronder het dieet, belangrijke factoren die het risico op borstkanker mede bepalen. Daarnaast zijn ook nog andere risicofactoren verbonden aan borstkanker. Het doel is dan ook zoveel mogelijk van al deze risicoverhogende factoren te verminderen, en tegelijkertijd de risicoverlagende factoren, zoals het gebruik van een juist dieet en het verbeteren van levensstijlfactoren, als preventie te gebruiken.

Welke dieetfactoren kunnen borstkanker helpen voorkomen?

Dieet is één van de belangrijkste aspecten bij de preventie van borstkanker. Het onderzoek naar dieet en borstkanker is een beetje een warboel, omdat de onderzoekers vaak slechts naar voedingsfactoren kijken binnen hun eigen land. Neem bijvoorbeeld een onderzoek naar verzadigde vetten in relatie met borstkanker. Het is moeilijk het risico te bepalen, omdat het percentage per cultuur ook verschilt. Om alle dieetrisicofactoren bij borstkanker te meten is het belangrijk dat onderzoeksgegevens vanuit een globaal perspectief worden bekeken. In een uitgebreide multinationale bevolkingsstudie, onderzochten de onderzoekers diëten van overal ter wereld, om de componenten te bepalen die het risico op borstkanker het meest beïnvloeden.

Tabel 1. Voedingsfactoren

Factoren die de kans vergroten Factoren die deze verlaagt
Vlees Vis
Totaal vet Graan
Verzadigde vetten Soja en andere peulvruchten
Zuivel Kool
Geraffineerde suiker Groenten
Totaal calorieën Noten
Alcohol Fruit

Het belangrijkste voedsel om te vermijden is vlees dat bij hoge temperaturen is geroosterd of gebakken. Het is niet eenvoudig aan te tonen dat het eten van vlees met borstkanker kan worden geassocieerd, want het is eerder de manier waarop het vlees wordt bereid wat bepaalt of het carcinogeen is. Als het vlees geroosterd of gebakken wordt bij hoge temperaturen, dan vormt het vlees vele carcinogenen, waaronder het giftige lipideperoxyde (vooral die van alfazuur) en heterocyclische aminen. Deze stoffen zijn uiterst schadelijk voor borstweefsel. Onderzoekers van de Universiteit van South-Carolina stelden vragenlijsten samen die zij voorlegden aan 273 vrouwen waarbij tussen 1992 en 1994 borstkanker was gediagnosticeerd, en aan 657 vrouwen die kankervrij waren. De uitkomst van hun onderzoek was dat vrouwen die regelmatig drie soorten vlees aten, namelijk hamburgers, biefstuk en bacon, een 462(!) procent grotere kans hadden om borstkanker te ontwikkelen. De vrouwen die regelmatig maar één soort vlees gebruikten hadden een lager risico op borstkanker. Het risico was kleiner tot middelgroot, 50 tot 70 procent, bij het eten van hamburgers en bacon, terwijl er 220 procent meer kans optrad bij biefstuk (rood vlees). Deze resultaten, die aan ander bewijsmateriaal werden gekoppeld, bevestigen dat het vermijden van dit soort vlees het risico op borstkanker dramatisch kan verminderen. (meer onderzoeken op http://www.kanker-actueel.nl/index.php?blz=on_vo.vlees). Daarnaast blijkt uit een recent onderzoek dat het eten van rood vlees door meisjes in de pubertijd het risico op het krijgen van borstkanker voor de overgang significant vergroot. Dit blijkt uit een zevenjarige studie onder 39.268 verpleegsters in de periode 1998 tot 2005. De vrouwen die borstkanker kregen (455 van de ca. 40.000 deelnemende vrouwen) hadden tijdens hun adolescentietijd veel rood vlees gegeten, en ontwikkelden dus meer borstkanker dan vrouwen die minder of geen rood vlees aten, en hun vorm van borstkanker was dan vooral hormoonpositief.

Een mogelijke oplossing leveren de Japanse vrouwen. Onderzoekers ontdekten al een tijdje geleden dat Japanse vrouwen vijfmaal minder borstkanker krijgen dan Europese of Amerikaanse vrouwen. Lange tijd beschouwde men dit als iets genetisch en veronderstelde men dat Japanse vrouwen nu eenmaal gezien hun erfelijke aanleg op bijzondere wijze tegen deze boosaardige tumor werden beschermd. Maar door een zogenaamde migratiestudie onder Japanse vrouwen die naar Amerika waren verhuisd, ontdekten onderzoekers iets verbazingwekkends: hoe langer de geëmigreerde Japanse vrouwen in het nieuwe gastland woonden en daar geleidelijk hun traditionele levensgewoonten lieten varen (één hiervan was het gebruik van soja), des te groter werd ook voor hen de kans op borstkanker. En voor hun in Amerika geboren dochters was de kans op borstkanker al even groot als voor Amerikaanse vrouwen.

Hoe werken fyto-oestrogenen tegen borstkanker?

Meerdere eigenschappen tegelijkertijd maken fyto-oestrogenen tot hét middel voor kankerpreventie. Plantenhormonen werken weliswaar deels als oestrogenen, en werken daarom ook tegen overgangsklachten, maar voor de borstkankerpreventie is vooral hun anti-oestrogeenwerking doorslaggevend. Ten eerste is de oestrogeenactiviteit van de plantenhormonen duidelijk minder dan die van lichaamseigen oestrogeen. Planten- of fyto-oestrogenen zijn met een factor 100 of zelfs 1000 zwakker dan het krachtige lichaamseigen oestrogeen. De fyto-oestrogenen binden zich echter aan dezelfde receptor, en dat betekent dat bij hoge lichaamseigen oestrogeenspiegels de fyto-oestrogenen de receptoren blokkeren en zo de aanmerkelijk sterkere hormonen bij de borstklieren weghouden.

Het tweede effect is van nog beslissender aard. Pas enkele jaren geleden bracht een onderzoek aan het licht dat er in het menselijk lichaam twee verschillende typen oestrogeenreceptoren voorkomen: de klassieke alfa-receptor en ook een beta-receptor. Deze beide receptoren zijn over de diverse lichaamsweefsels niet op dezelfde wijze verdeeld, en dat heeft weer als gevolg dat stoffen die hoofdzakelijk op één receptor inwerken ook alleen een selectieve oestrogeenwerking ontplooien. Deze stoffen oefenen op het bottenstelsel hun oestrogeenachtige werking uit en voorkomen zo osteoporose. Op het baarmoederslijmvlies daarentegen, waarin andere oestrogeenreceptoren zitten, hebben de SERM’s (selectieve oestrogeen receptor modulators) echter geen invloed, zodat het innemen ervan ook niet betekent dat men weer gaat menstrueren. En daar de SERM’s op de borstklieren het effect van een hormoonblocker hebben, wordt het borstkankerrisico aanzienlijk kleiner.

De fyto-oestrogenen zitten in verschillende voedingsproducten. Daarom is een van de effectiefste mogelijkheden het veranderen van de voedingsgewoonten, waarbij het gebruiken van sojaproducten een essentieel onderdeel zou moeten zijn.

 

Sojaproducten en hoeveelheid isoflavonen

Product per hoeveelheid isoflavonen (ongeveer) in mg
Gekookte sojabonen 1/2 kop 40
Geroosterde sojabonen 1/2 kop 40
Tempeh 400 gr 40
Tofu 400 gr 40
Sojaeiwit 1/2 kop 35
Sojamelk 1 kop 40

Groene thee

Ook groene thee kan bescherming bieden tegen borstkanker, zonder de cafeïne binnen te krijgen die in gewone thee zit. Onderzoeken wijzen uit dat het aantal borstkankergevallen in Japan lager is, omdat de mensen daar dagelijks ongeveer drie koppen groene thee drinken. Hierdoor krijgen zij ongeveer drie gram oplosbare componenten binnen, wat ruwweg 240 tot 320 milligram polyfenolen oplevert. Om dagelijks via pillen dezelfde hoeveelheid groene thee-extract binnen te krijgen, heeft men op basis van een gestandaardiseerd product met 80 procent polyfenolen, dagelijkse een dosis van 300 tot 400 milligram nodig.

Shenqui Fuzheng

Een ander, in Nederland omstreden middel, is het Chinese kruid dat door middel van injecties wordt toegediend: Shenqui Fuzheng. Shenqui Fuzheng-injecties verbeteren het effect van chemo-therapie bij borstkanker significant, en verminderen de bijwerkingen. Het geeft een betere kwaliteit van leven en stimuleert de T-lymfocyten, waardoor er een betere immuunstimulatie plaatsvindt, aldus drie gerandomiseerde fase II- en III-studies.

Eén van deze studies bekeek de effecten van Shenqi Fuzheng-injecties op cellen van patiënten met borstkanker na de chemotherapie. Hiervoor werden 110 patiënten met borstkanker willekeurig geselecteerd en in twee groepen verdeeld. De testgroep bestond uit 58 patiënten. Deze vrouwen werden behandeld met de injecties in combinatie met chemotherapie, terwijl de groep van 52 patiënten (controlegroep) alleen met chemotherapie werd behandeld. Er werd gekeken naar de veranderingen van de kwaliteit van leven, contra-indicaties, aantal lymfocyten, en de activiteiten van karyocyten voor en na de behandeling, en deze werden met elkaar vergeleken. Het resultaat was dat de QOF (Quality and Outcomes Framework), na de behandeling verhoogde met 34,5% in de testgroep, tegen 13,5% in de controlegroep. Patiënten van de testgroep waren dus veel meer tevreden. De patiënten van de testgroep herstelden sneller dan de patiënten uit de controlegroep, en hun bloedwaarden en -activiteiten waren op tal van punten beter (rode en witte bloedcellen, plaatjes, lymfocyten).

Conclusie: SF-injecties in combinatie met chemotherapie bij behandeling van borstkanker kan de bijwerkingen van chemotherapie verminderen, verbetert de klinische symptomen, verlaagt de lymfocyten en verbetert het immuunsysteem van deze patiënten.

 

Calorierestrictie

Calorierestrictie bleek in een gerandomiseerd onderzoek de progressie van borstkanker te vertragen. Calorierestrictie (=minder calorieën laten eten dan de norm) leidt bij proefdieren tot een langer en gezonder leven. Het is de enige bewezen methode die leidt tot een langer leven bij dieren. Ook bij mensen is prospectief onderzoek gedaan naar de effecten van calorierestrictie op veroudering. Vijfentwintig mensen gebruikten gedurende een periode van drie tot vijftien jaar voeding bestaande uit 1671 kcal per dag. De voeding was hoogwaardig en bevatte van alle nutriënten minimaal 100% van de ADH. Het resultaat: lagere bloeddruk, minder fibrose aan de hartspier en een lager gehalte aan ontstekingsmarkers zoals CRP, TNF-α en TGF-β. De hartventrikels waren duidelijk elastischer en hadden een betere diastolische werking. Hieruit blijkt dat calorierestrictie de secundaire veroudering vertraagt, dus dat het een gunstige invloed heeft op hoe je oud wordt. Een belangrijk signaal in dit onderzoek is dat de ontstekingsmarkers ook verlagen. Dit duidt op een mogelijke vertraging van de primaire veroudering, dus de verhoging van de maximale levensduur. En het bevestigt de rol van ontstekingsactiviteit bij veroudering.

Wees actief

Voldoende beweging is belangrijk. Als u regelmatig beweegt, verlaagt u de kans op borstkanker met twintig tot veertig procent. En actief leven is niet zo moeilijk. Pak wat vaker de fiets in plaats van de auto. Ga iedere dag lekker wandelen of tuinieren. En neem de trap in plaats van de lift.

Dressed to Kill

Een andere preventieve maatregel is gebaseerd op een recent onderzoek dat een andere kijk geeft op de relatie tussen het dragen van bustehouders en goedaardige aandoeningen: cysten en pijn aan de borst. Zo heeft dr. Gregory Heigh uit Florida geconstateerd dat meer dan negentig procent van vrouwen met aandoeningen aan de borst een verbetering constateerde toen zij ophielden met het dragen van bh`s met beugels. Het je aanpassen aan deze vreemde constatering kost vrijwel niets, en is iets dat vrouwen eenvoudig zelf kunnen toepassen, simpelweg door in ieder geval te kiezen voor bh’s zonder beugels. Er is ook wetenschappelijke steun te vinden voor de rol van het dragen van bh’s en kanker: twee gepubliceerde studies hebben aangetoond dat vrouwen die bh’s dragen een veel hogere kans op borstkanker hebben dan vrouwen die geen bustehouder dragen. Het onderzoeksteam publiceerde een studie waarbij bijna 5000 vrouwen betrokken waren, in het boek Dressed to Kill. Hierin wordt aangegeven dat hoe meer uren per dag de bh wordt gedragen hoe hoger het risico op borstkanker. De theorie hierachter is dat de bh de lymfatische circulatie kan afknellen en dat hiermee de circulatie stopt. Dit verhindert het natuurlijke uitspoelen van geaccumuleerd afval en toxinen uit de borst. Het gevolg is een ophoping van afvalstoffen, waardoor aandoeningen kunnen ontstaan zoals goedaardige knobbels, cysten, en pijn. Dit is natuurlijk ook een broedplaats voor diverse problemen, waaronder kanker.

Dag- en nachtritme (ploegendienst)

Een bekende Deense onderzoeker heeft een nieuwe studie gepubliceerd naar o.a. de werking van melatonine. Het onderzoek is gedaan onder maar liefst 7.025 vrouwen, en toont aan dat ’s nachts werken het risico op het krijgen van borstkanker anderhalf keer vergroot in vergelijking met mensen die overdag werken. Dit bericht, evenals twee andere studies die deze bevindingen bevestigen, stonden in 2000 en 2001 al in toonaangevende medische tijdschriften. Vooral de al of niet voldoende aanmaak van melatonine wordt als mogelijke oorzaak gezien van dit verhoogde risico. Het feit dat dit onderzoek momenteel in de belangstelling staat is misschien een stap in de goede richting. Tijdens een recent wetenschappelijk congres in Oostenrijk kwam echter naar voren dat de verstoring van de hormoonhuishouding een gevolg is van verkeerd licht. Dus het is misschien niet zozeer de nachtdienst op zich die het verhoogde risico op borstkanker veroorzaakt, maar het gebruik van het soort licht dat in ziekenhuizen en fabrieken wordt gebruikt. Los van het feit dat we vergeleken met vroeger minder buiten zijn, minder zon, en hierdoor minder vitamine D krijgen, is de lichtsterkte via kunstlicht totaal anders. Buiten in de zon is de lichtsterkte tussen de 5000 en 10.000 lux en binnen komen we niet verder dan 500-1000 lux. We komen hier later nog een keer op terug. Interessant in dit kader is het boek “Eb en vloed van hormonen” van Leo van der Zijde; hierin kunt u meer informatie vinden over de samenhang tussen evolutie, ritme, hormonen, voeding en ziekte.

 

DELEN