Anthocyaan

DELEN
E163 is de blauwe kleurstof anthocyaan. Deze komt van nature voor in blauwe vruchten, en blijkt een gunstige invloed te hebben op o.a. kanker en diabetes. Het selectief kweken kan het anthocyaangehalte in planten verhogen.

Planten vormen verschillende stoffen ter bescherming tegen ziektes. Deze worden onder het begrip secundaire plantenstoffen gegroepeerd. Deze stoffen, met name de polyfenolen, anthocyanen of carotinoide schreef men lange tijd geen grote betekenis toe. Anthocyaan wordt gebruikt als een als men bij de stof een zure oplossing voegt, kleurt de oplossing rood, als men bij de stof een basische oplossing zoals Soda in water of Ammonia voegt, kleurt de stof blauw en groen/geel. Er was eerst niet bekend dat deze stoffen invloed zouden kunnen hebben op de gezondheid van de mens. Maar deze secundaire plantenstoffen winnen momenteel in de voedingswetenschap snel aan belang in betekenis.
Een zeer belangrijke stof in dit perspectief is anthocyaan. We kennen deze stof al lang, omdat anthocyanen pigmenten (kleurstoffen) zijn die in bijna alle hogere planten voorkomen. Ze zijn in water oplosbaar, behoren tot de flavonoïden, en zijn donkerblauw. Anthocyanen geven vruchten een rode, violette, blauwe of blauwzwarte kleuring. Deze groep kan in suikervrije Anthocyanidine (Aglycone) en Anthocyanine (glycoside) worden verdeeld. Anthocyanen worden met name gebruikt als additief in levensmiddelen onder het E-nummer E163.

Maar er zijn wel ongeveer 250 bekende Anthocyanen. Ze komen niet alleen voor in de vruchten maar ook in de bladeren en de wortels van de plant, met name in de epidermiscellen. De daar gevonden hoeveelheden zijn vrij groot: een kilo bosbessen bevat ongeveer 1,15 gram anthocyaan en rode en zwarte peulvruchten kunnen tot 20 milligram per gram bevatten. Andere planten en vruchten die rijk aan anthocyanen zijn, zijn bijvoorbeeld Aronia, beter bekend als appelbes, kersen, aubergines, blauwe druiven, bosbessen, rode viooltjes en rode kool. Anthocyaan komt in mindere mate voor in bananen, asperges, erwten, peren en aardappels. In Duitsland is men momenteel overigens bezig om rode aardappels te kweken, waar dan weer meer anthocyaan in zit. Het anthocyaan in rode druivensap en zwarte bessensap wordt snel maar in kleine hoeveelheden door het lichaam opgenomen en/of gemetaboliseerd, zodat kleine concentraties anthocyaan zowel in het bloedplasma als in de urine kunnen worden gevonden.

Voedingsmiddel Anthocyaan in mg per 100 g voedingsmiddel:

Aronia 200-1000
Aubergine 750
Bloedsinaasappel ≈ 200
Gewone braam ≈ 115
Bosbessen 80-420
Framboos 10-60
Kers 350-400
Zwarte bes 80-420
Druif
(rode) 30-750
Rode wijn 24-35

Met name in de Aronia (appelbes) en de Morus (moerbei) familie zit een vrij hoge concentratie anthocyaan. Er zijn nu diverse wetenschappelijke initiatieven om het gehalte anthocyaan te verhogen. Zo hebben Xueming Liu en zijn medewerkers bij het Sericultural Research Institute, Guangdong Academy of Agricultural Sciences in China, een goedkope en industrieel uitvoerbare methode ontwikkeld voor het verkrijgen van niet verontreinigde anthocyaan uit de moerbeiboom. Het heeft fruit dat als rode voedselkleurstof met een hoge kleurenwaarde kon worden gebruikt. Zij ontdekten dat van de 31 Chinese gecultiveerde moerbeibomen het gehalte aan anthocyaan varieerde van 147,68 mg tot 2725,46 mg per liter vruchtesap. De extractie en de reiniging werden gedaan door verzuurde ethylalcohol als oplosmiddel te gebruiken en polystyreencopolymeer – macro poreus hars als een adsorbant. De resultaten toonden aan dat de totale suikers, de zuren en de vitaminen in het overblijvend sap na verwijdering van het anthocyaan in tact bleven en dat het resterende sap zou kunnen worden vergist om producten zoals sap, wijn en saus te produceren. Aangezien de Morussoorten al duizenden jaren gecultiveerd zijn, constant gericht op het verbeteren van de bladopbrengst, is het nu vrijwel niet meer mogelijk om rassen te kweken die geschikt zijn voor bessenproductie. Het industrieel ontwikkelen hiervan als bron van anthocyaan en als natuurlijke voedselkleurstof, is wat nu gebeurt. Er worden strategieën ontwikkeld om het anthocyaangehalte in potentiële rassen te verbeteren. Dit gebeurt in samenwerking met diverse onderzoeksterreinen op het gebied van grondcultuur, genetica, kweken, biotechnologie en farmacologie.
De onderwerpen die op een gezondheidssymposium in 2007 werden geïntroduceerd waren de positieve effecten van een sterke concentratie van het uit de bessen. In het bijzonder de gezondheidsvoordelen die uit bessenconsumptie kunnen voortvloeien stonden hoog op de agenda. De wetenschappers leverden laboratoriumbewijs voor de gezondheidseffecten tegen:

• kanker
• veroudering en neurologische ziekten
• ontsteking
• diabetes
• bacteriële besmettingen
• bacteriële infecties

Het onderzoek naar anthocyaan bij kanker is het verst gevorderd. Hierbij werd de zwarte bes als eerste gebruikt bij ratten die slokdarmkanker hadden; dit wist de celgroei te remmen met 30-60%, en bij darmkanker tot maximaal 80%. Het bleek zowel effectief in het beginstadium als in een gevorderd stadium van de tumorontwikkeling. De zwarte bes is daarom duidelijk een serieus onderwerp van onderzoek geworden met een veelbelovende therapeutische waarde. Giusti presenteerde deze bevindingen op 19 augustus 2007 op het National Congres van de American Chemical Society in Boston.
Er is op moleculair niveau aangetoond dat anthocyaan in staat is om genen die betrokken zijn bij ongeregelde celvermeerdering, ontstekingen, apoptosis (celdood) en angiogenese ((nieuw)groei van bloed- en lymfvaten) gunstig te beïnvloeden. In 2007 werden de onderzoeken naar de zwarte bessen naar een hoger onderzoeksniveau getild, namelijk het klinisch onderzoek. Deze goedgekeurde studies zullen naar alle waarschijnlijkheid aantonen dat blauwe bessen / anthocyanen positieve effecten hebben bij de behandeling van kanker, waarbij de bosbes met name de tumors in de slokdarm, prostaat en dikke darm bestrijdt.
In december 2004 toonde een peer-review-studie op de Michigan State University, gepubliceerd door de American Chemical Society, aan dat anthocyanine de insulineproductie kon verhogen tot maximaal 50%. De onderzoeker eiste ondanks de aanvankelijke opwinding dat er meer studie vereist was.
In 2005 verscheen er een artikel in ‘Applied and Environmental Microbiology’ dat voor het eerst de biosynthese van anthocyanine bij bacteriën aantoonde.
In 2007 ontdekte men bij een studie op de University of Pittsburgh dat anthocyanen menselijke kankercellen doden terwijl ze gezonde cellen niet beïnvloeden. Bij lage dosissen van cyanidine-3-rutinoside (c-3-r), stierf de helft van de kankercellen in alle lijnen van de test bij menselijke leukemie en de lymphomacellen binnen 18 uur. Toen de hoeveelheid c-3-r verdubbeld werd stierven alle kankercellen binnen 18 uur. Het mechanisme hierachter schijnt te zijn dat de kankercellen door c-3-r peroxyden vrijgeven als antwoord hierop, wat de kankercellen dood. De normale cellen geven geen peroxyden vrij wanneer c-3-r wordt aangeboden.

Recent onderzoek toont aan dat anthocyaan celbewakende functies heeft, b.v. het verlagen van cholesterol.

Aronia is de botanische naam van een geslacht in de rozenfamilie (Rosaceae) dat bestaat uit ongeveer 9 soorten. Het geslacht is in Nederland vertegenwoordigd door de appelbes. De bessen zijn ongeveer zo groot als bosbessen en ook de smaak komt redelijk met die van bosbessen overeen. Daarnaast is anthocyaan een sterk antioxidant dat de werking van vitamine C en vitamine E ver overschrijdt, ten minste in vitro, met een veelvoud hiervan. Men had enigszins twijfels of anthocyaan in vivo dit sterke antioxidatieve effect ook heeft, aangezien de biologische beschikbaarheid tot nu toe slecht was. In het menselijke lichaam binden zij vrije radicalen en beschermen zo de hydraten van DNA evenals van lipide en van de koolhydraten tegen schade.

 

DELEN