Acupunctuur leidt tot medailles

DELEN

Acupunctuur is geen doping, maar het helpt sporters wel aan medailles. Dat is de strekking van een onderzoek dat de Duitse hoogleraar Taras Usichenko, verbonden aan Ernst Moritz Arndt University, binnenkort publiceert in Evidence-Based Complementary and Alternative Medicine.

De moderne vijfkamp, een sport bestaande uit schermen, zwemmen, paardrijden, hardlopen en pistoolschieten vereist een snelle verandering van het centrale zenuwstelsel en de perifere neuromusculaire activiteit, om van de ene sport naar de andere te wisselen, om te komen tot de best mogelijke resultaten. We beschrijven het geval waarin een top vijfkampatleet werd ondersteund  door een programma van acupunctuurstimulatie, die was gericht op vermindering van de symptomen, die het hem onmogelijk maakte om een topprestaties te behalen.

Bij het zwemmen heeft de sporter last van een stijve schouder. De acupuncturist prikt daarom naalden op de plekken LI4, L11, L14, TH5 en GB21. Bij het schermen is sprake van last van vermoeide armen. De acupuncturist prikt daarom naalden op LI4, L10, L11 en TH 5. De pentatleet heeft bij het schieten moeite om zijn arm stil te houden, en krijgt daarom naalden in H7 and LI4. Om de atleet harder te laten lopen worden vlak voor het rennen naalden in ST36 en GB34 geplaatst. In de zeven jaar dat de behandeling duurt wordt de sporter alsmaar beter.

Hoewel het feit dat acupunctuurstimulatie werd geassocieerd met de verbetering van de resultaten, kunnen andere factoren, zoals opleidings- en placebo-effect en niet-specifieke fysiologische effecten en hun mechanismen in de sport ook belangrijk zijn, blijkt uit een literatuurstudie. De populariteit van deze complementair geneeskundige methode bij atleten roept de vraag op of potentieel misbruik ervan niet als doping gezien kan worden.

Naast snelheid, kracht, concentratie, uithoudingsvermogen en intensieve performance, vereist de tweedaagse vijfkamp een snelle verandering van het centrale zenuwstelsel en de perifere neuromusculaire activiteit in de verschillende spiergroepen. Voor atleten is het een uitdaging om oververmoeidheid te voorkomen en te zorgen dat de wisseling van de ene sport naar de andere gemakkelijk kan gaan om de best mogelijke resultaten te behalen.

In het geval van de atleet meldde deze dat er bij zijn training en wedstrijd verschillende factoren waren die zijn daadwerkelijke sportieve prestaties beperkten. Deze factoren waren: ernstige epigastrische pijn (buik) en zwakte van de knie tijdens het lopen; pijn in de pols en vermoeidheid van de dominante arm tijdens het schermen; algemene spanning en trillen van de dominante arm tijdens het schieten, maar vooral stijfheid van de schouderspieren tijdens het zwemmen.

De acupunctuurpunten, die door lokale temperatuurverschillen op het oppervlak van de huid van de atleet geïdentificeerd zijn middel door middel van thermografie, behoorden tot de maag (ST36 en 40), galblaas (GB 31, 32, 34 en 40) en blaas (BL18 en 19).

De volgende specifieke acupunctuurpunten werden voor het sporten gebruikt:

  • arm vermoeidheid tijdens het schermen LI4, 10, 11; TH 5;
  • stijfheid van de schouder spieren tijdens het zwemmen LI4, 11; TH5; GB21;
  • algemene spanning en trillen van de dominante arm tijdens schieten H7 en LI4.

Bovendien werd voor het zwemmen, schermen en ook tijdens de wedstrijd het punt  GV26 gestimuleerd als het punt voor algemene tonificatie. Acupunctuurpunten werden uiteindelijk gestimuleerd door druk en door elektromagnetische stimulatie. De tijd van de stimulatie varieerde van 5 to 30 min,  afhankelijk van het doel van de behandeling. Na enkele behandelingen door een ervaren acupuncturist, konden de atleet en zijn coach zelf de behandeling uitvoeren.

Onmiddellijk na het begin van het acupunctuur-ondersteuningsprogramma, verbeterde de atleet zijn prestaties op de 3000 meter hardlopen van 10 minuten tot onder de 9 minuten en  25 seconden, doordat epigastrische pijn en kniepijn en -zwakte, wat de belangrijkste beperkende factoren waren tijdens het hardlopen, met succes werden verholpen. Andere symptomen, zoals vermoeidheid tijdens het schermen, stijfheid van de schouderspieren tijdens het zwemmen en algemene spanning en trillen van de dominante arm tijdens het schieten werden ook met succes behandeld door de stimulatie van acupunctuurpunten.

We zien hier dus een casus waarin de stimulering van acupunctuurpunten bij een getalenteerde jonge atleet sterk geassocieerd is met snelle aanzienlijke verbetering van zijn prestaties. Deze verbetering bleef stabiel gedurende zijn hele sportieve carrière. De keuze van de acupunctuurpunten voor stimulatie was gericht op het verlichten van de symptomen, die hem belette om de gewenste resultaten te bereiken, en was gebaseerd op aanbevelingen van  deskundigen op basis van een standaard acupunctuur handboek.

We kunnen niet uitsluiten dat de verbetering van zijn algehele prestatie ook toegeschreven kan worden aan het zuivere effect van  training en opleiding. Wel is duidelijk dat de mogelijke effecten van acupunctuurtherapie verdienen om verder te worden onderzocht, aangezien verschillende ervaren atleten en coaches sterk twijfelden of deze verbetering van 35 seconden op de 3000 meter alleen kon worden toegeschreven aan training. En eigenlijk werd deze verbetering gerealiseerd als gevolg van het volledig uitblijven van epigastrische pijn, die de belangrijkste belasting was voor de sporter tijdens de voorgaande wedstrijden. De verlichting van andere symptomen, die voornamelijk werden beschouwd als beperkende factoren, zoals vermoeide arm tijdens schermen, stijfheid van de schouder of spieren tijdens het zwemmen en de algemene spanning en trillen van de dominante arm tijdens het schieten konden de prestaties stabiliseren.

Het is bekend dat stimulatie van acupunctuurpunten bij getrainde atleten hun resultaten  aanzienlijk kan verbeteren, vooral bij lichte atletiek, zwemmen en fietsen. Voorbeelden van gemelde verbeteringen t.o.v. placebo-stimulatie:

  • Verbetering van 2,3 s in 800 m track racing (n = 5) en
  • Verbetering van 4,3 s in 1000 m road racing (n = 9) na elektrische stimulatie van het acupunctuurpunt LI4 (onderzoek bij concurrerende track-and-field-atleten).

Hoewel acupunctuur op verschillende manieren verklaard zou kunnen worden moeten we er rekening mee houden dat het placebo effect een grote rol kan spelen. Het placebo-effect, in aanvulling op fysiologische effecten,  kan zo’n 30-50% van het gehele klinisch effect van acupunctuur vormen. Een argument is dat concurrerende atleten buitengewoon gevoelig zijn voor placebo-effecten. Dit blijkt uit een enquête onder 48 topatleten. Hieruit bleek dat de meerderheid van hen (97%) gelooft dat het placebo-effect van invloed is op het succes van de sportieve prestaties. Drieënzeventig procent had dit placebo-effect ervaren tijdens de loopbaan. Er is aangetoond dat de verwachte prestatieverbetering van getrainde atleten op basis van het placebo-effect ook op andere manieren bereikt kan worden, maar dan wel met behulp verschillende farmacologische stoffen, zoals cafeïne- en natriumbicarbonaat bij fietsers of anabole steroïden bij gewichtheffen. Feit blijft dat een verbeterde motivatie van invloed zou kunnen zijn op een psychologisch mechanisme dat lijkt op het effect van een placebo. Het vrijkomen van dopamine en de invloed op de basale ganglia wordt als een van de belangrijkste mechanismen van placebo gezien.

Maar er zijn verschillende rapporten over specifieke effecten van acupunctuurpuntstimulatie door middel van Transcutane Elektrische Neuro Stimulatie (TENS). In een reeks van cross-over-onderzoek bij atleten is aangetoond dat de lopers en zwemmers hun persoonlijke resultaten verbeterden na gebruik van TENS, in vergelijking met namaakprocedures, waarbij zogenaamde elektrische prikkels werden toegepast op acupunctuurpunt LI4. De oorzaak van het verbeterde fysieke uithoudingsvermogen bij atleten in dit onderzoek, werd gezien als het resultaat van verminderde spierspanning, verhoogde capaciteit van zuurstoftransport naar de werkende spieren, en de verhoogde capaciteit van de spieren om meer zuurstof te gebruiken en hiermee een verhoogde spier-microcirculatie te bewerkstelligen, aangezien de potentiële psychologische factoren (zoals placebo en motivatie) werden uitgesloten door voldoende dubbel blindonderzoek. Een recent onderzoek van Lin et al. bevestigt de hypothese van een verbeterde sportprestatie als gevolg van verhoogde zuurstofopname ten opzichte van concurrerende atleten. De auteurs ontdekten dat door stimulatie van acupunctuurpunten bij mannelijke boksatleten dit leidde tot een verbeterd herstel na een oefening met behulp van zuurstofconsumptie in vergelijking met de controlegroep. Deze resultaten moedigde de onderzoekers aan om het verslag van het geval van doelgerichte acupunctuur in de moderne vijfkamp aan de orde te stellen, en na te gaan of de voorgestelde effecten van acupunctuur in een gerandomiseerde gecontroleerde studie naar voren kwamen.

Het is interessant, dat sportartsen in China gebruik maken van TCM (Traditional Chinese Medicine)  met inbegrip van acupunctuur, bij ten minste 70% van de topsporters, en waar zowel sporters als artsen geloven in de energieke aard van acupunctuurpunten en -meridianen. De toenemende populariteit van complementaire en alternatieve geneeskunde (CAM) bij westerse sporters is hoog (56%) in vergelijking met de rest van de bevolking (36%).

De vraag over het vermeende dopingaspect van acupunctuur en andere methoden kan worden verklaard als gevolg van de bestaande definitie van doping. Tot nu toe staan acupunctuur of andere CAM-methoden niet op de lijst van stoffen en methoden die verboden zijn door de World Anti-Doping Agency (WADA). Volgens de bestaande criteria van de WADA, heeft acupuntuur  een potentieel te worden opgenomen in deze lijst. Inderdaad kan volgens de World Anti-Doping Code 2009, een stof of methode in aanmerking komen voor opname op de verboden lijst, indien WADA bepaalt dat de stof of methode voldoet aan twee van de volgende drie criteria:

  1. Medisch of anderszins wetenschappelijk bewezen farmacologisch effect of ervaring door de stof of methode, alleen of in combinatie met andere stoffen of methoden, met het potentieel de sportprestatie te verbeteren;
  2. Medisch of anderszins wetenschappelijk bewezen farmacologisch effect of ervaring door de stof waaruit blijkt dat het gebruik van de stof of methode neerkomt op een feitelijk of potentieel gezondheidsrisico van de atleet;
  3. WADA bepaalt dat het gebruik van de stof of methode in strijd is met de geest van de  sport beschreven in de inleiding van de Code.

We vermoeden dat criterium 2 niet relevant is voor acupunctuur, omdat de zeldzame ernstige complicaties, bij de duizenden uit het verleden gecontroleerde patiënten, voornamelijk te wijten waren aan het verkeerd gebruik van naalden. Dit had voorkomen kunnen worden door het gebruik van andere, niet-invasieve, stimulatiemodaliteiten. Niettemin zou volgens de bestaande WADA-definitie voor doping, de combinatie van de criteria 1 en 3 relevant kunnen zijn voor acupunctuur en andere CAM-methoden. Maar ook als acupunctuur de potentie heeft om de sportprestaties te verbeteren, en dus aan het eerste criterium wordt voldaan, is het toch onwaarschijnlijk om aan te nemen dat het stimuleren van acupunctuurpunten in strijd zou zijn met de geest van de Olympische Spelen, waardoor toch niet aan het derde criterium wordt voldaan.

Een ander effect waardoor acupunctuur onder de dopingwet zou kunnen vallen is het potentiële pijnstillende mechanisme van acupunctuur, waarvan bekend is dat deze het endogene opioïden-systeem activeert. Interessant is het tot stand komen van een verbeterde neurotransmissie van endogene opioïden. Onlangs is aangetoond dat placebo’s ook een meetbaar opioïd-gemedieerd effect produceren, met een toename van psychische en fysieke prestaties. Benedetti et al. toonden aan dat de toepassing van een placebo-injectie op de dag van de prestatie een opioïd-gemedieerde toename veroorzaakte waardoor de pijn verminderde, en het uithoudingsvermogen verhoogde. Hierdoor verbeterde de fysieke prestaties bij gezonde vrijwilligers. Dit effect zou kunnen worden geblokkeerd door de werking van de opioïde-receptor-antagonist naloxon. Het morfine-achtige effect van placebo’s heeft ook de vraag opgeworpen of het gebruik van placebo’s ethisch aanvaardbaar is bij sportwedstrijden. In dat geval zijn in principe alle vormen van mentale training, psychologische interventies en geest- en lichaam CAM-technieken die sportprestaties verbeteren verdacht. Toch is het onwaarschijnlijk dat deze technieken in het lijst van verdenking van doping komen te staan.

Acupunctuur en andere CAM-technieken, worden  uiteindelijk gebruikt voor het verhogen van de sportieve prestaties, maar onderscheiden zich duidelijk van methoden met doping-potentieel. Daarom moeten de bestaande WADA-criteria met betrekking tot CAM-methoden duidelijk worden omschreven op basis van het advies van deskundigen, waaronder artsen, fysiologen en ethiek-specialisten.

Met betrekking tot deze zaak zien we dit als een eerste stap op de weg van de evidence-based  benadering vanuit de klinische geneeskunde, waarbij we hebben aangeven dat een doelgerichte stimulatie van acupunctuurpunten bij atleten werkt. Als een logische volgende stap mogen we verwachten dat de effecten van acupunctuur en de gestelde specificatie van acupunctuur voor deze toepassing moeten worden gecontroleerd met behulp van geschikte methodologie of gerandomiseerde gecontroleerde studies met inbegrip van geactualiseerde deskundige richtlijnen voor de ontwikkeling van het onderzoek van complexe interventies.

Taras I. Usichenko, MD, afdeling Anesthesiologie en Intensive Care Medicine, Ernst Moritz Arndt Universiteit van Greifswald, Friedrich Loeffler Str. 23b, 17487 Greifswald, Germany. 23b, 17487 Greifswald, Duitsland. Tel: +49-3834865803; Fax: 49-3834865802; E-mail: .taras@uni-greifswald.de Tel: +49-3834865803, Fax: 49-3834865802, E-mail: Taras (at) uni-greifswald.de

De auteurs bedanken dr. Dragan Pavlovic voor zijn waardevolle opmerkingen bij het manuscript.

DELEN