DELEN
foto Jörg Kaspari

De Dipsacus sylvestris of in het Nederlands de Grote Kaardebol, is familie van de Dipsacaceae. De oorsprong van de naam ligt in het Griekse ‘dipsakos’, wat ‘dorst’ betekent en in verband wordt gebracht met het opgeslagen water in de plant. In de tegenover elkaar staande bladeren die vergroeid zijn aan de voet blijft na een regenbui namelijk altijd een mooi plasje water staan samen met het vocht uit de plant zelf. De bloemkleur is lila en de bloeitijd is van ca. juli tot en met augustus. De bladeren zijn groen en ongeveer 40 cm. De volwassen hoogte van deze vaste plant is ca. 200 cm. Om meer te weten komen over deze plant moet je gebruik maken van zijn verschillende namen, zoals Baignoire de Vénus, Kartendistel , Barber’s Brush, Cabaret des Oiseaux, Kardvädd , Card Thistle, Cardencha, Dipsacus fullonum of Venus Basin. De reden dat je zo uitgebreid moet zoeken is dat de Kaardebol niet echt een bekende verschijning is binnen de fytotherapeutische literatuur. Daarom wordt de kaardebol binnen de Commissie E, ESCOP en de HMPC niet gezien als een erkende medicinale plant.

Historisch

In het Westen is de kaardebol een kruid dat door de eeuwen heen van onschatbare waarde is geweest, vooral binnen de textielindustrie en in mindere mate als kruid in de apotheek (Davison, 2001). De wortel werd voornamelijk medicinaal gebruikt als een bitter om te zuiveren, terwijl het water uit de bladeren ( biologisch) werd gebruikt om de ogen te kalmeren en te verfraaien (Hill, 1939). In de natuurgeneeskunde wordt de wortel van de plant met zijn inhoudsstoffen zoals saponinen, tannines en bittere stoffen, gebruikt als thee, tinctuur, en voor in bad. De eigenschappen die aan deze plant worden toegekend zijn antibacterieël, ontgiftend, bloedzuiverend, diuretisch en werking op gal en zweet. Hildegard van Bingen (1099-1179) schreef al dat de kaardebol een ontgiftende werking heeft op het menselijk organisme: “De hele plant, gedroogd en verpulverd, ingenomen in voedsel of drank, zal gifstoffen uit het lichaam verdrijven. En bij huiduitslag, zal het je genezen wanneer je het poeder vermengt met vers niervet en opsmeert.”
Het kruid werdt toegepast als versterking van het immuunsysteem, bij spijsverteringszwakte, maag- en galzwakte, reuma, jicht, artritis, oedeem, hoofdpijn, huidziekten, steenpuisten, acné, wratten, wondjes en zelfs voor het bleken van sproeten. De kaardebolwortel kan zowel inwendig als uitwendig worden toegepast. Inwendig wordt de kaardebolwortel gebruikt bij de behandeling van pijn en zwakte in de knieën en onderrug. Het ondersteunt ook bij het herstellen van beschadigde weefsels zoals botten en ligamenten. Soms wordt het gebruikt als tonicum om een “rusteloze foetus” bij zwangere vrouwen te reguleren, vaak in combinatie met Eucommiaceae-schors, Astragalus, Chinese Angelica en andere kruiden. Uitwendig kan het in een kompres worden gecombineerd met Drynaria (eikvaren) en drakenbloed (hars van vooral de drakenbloedboom) om de zwelling te verminderen en de pijn verlichten. In China wordt de wortel al eeuwen binnen de traditionele Chinese geneeskunde gebruikt vanwege zijn kwaliteit om pezen en aandoeningen van bindweefsel te genezen. In de traditionele Chinese geneeskunde wordt de wortel van de kaardebol gelinkt aan de lever- en de niermeridiaan. Het heeft bitter, scherpe en warme eigenschappen. Het stimuleert de functie van de lever en de nieren, bevordert de bloedsomloop en versterkt de botten en pezen.

Een ding is duidelijk: er zijn weinig anekdotische passages te vinden in onze moderne kruidenboeken betreffende het gebruik van kaardebol. Na diep graven en analyseren van interviews en literatuurgegevens kun je in ieder geval zeggen dat de kaardebol geschikt is voor de behandeling van chronische huidaandoeningen en ontstekingen en beschadiging van het bewegingsapparaat. Maar wat vind je wel eenvoudig?

Homeopathisch gebruik

In Duitsland wordt de Dipsacus silvestris nog gebruikt als homeopathisch middel. Hierbij wordt ge- suggereert dat deze plant verwant is aan de oorsprong van een miasma (het woord miasma is afkomstig uit de Griekse tijd waar het infectie of verontreiniging betekende). En het zou een lagere differentiatie zijn van het syfilitische miasma, waarin Wolf-Dieter Storl deze kaardebol classificeert. Het wordt daarom vooral ingezet bij huidziekten. Het homeopathische middel Dipsacus sylvestris (fullonum) is beschikbaar bij Remedia en Helios. Volgens het Franse bedrijf Boiron is DIPSACUS SYLVESTRIS Boiron Homeopathic Drops DH 2DH geregistreerd als een officieel medicinaal product. De tinctuur (D1) helpt tegen verschillende huidaandoeningen, zoals; acné, wratten, kleine wondjes, scheuren op de lippen, steenpuisten of psoriasis. Als smeersel wordt het gebruikt bij reuma en voor het bleken van sproeten.

Ziekte van Lyme

Tegenwoordig wordt de kaardebol ook genoemd als een alternatief bij de behandeling van de ziekte van Lyme. De Duitser Wolf-Dieter Storl beschrijft in zijn boek “Mit Pflanzen verbunden” het gebruik van de kaardebol als natuurlijk middel bij de ziekte van Lyme. Later heeft hij hieraan een heel boek gewijd dat is vertaald in het Nederlands: “De ziekte van Lyme” (ISBN 978 90 202 0663). Hij beschrijft hierin hoe de wortel kan worden gebruikt als een tinctuur of thee tegen de ziekte van Lyme, wanneer de behandeling met antibiotica niet aanslaat of als adjuvans bij antibiotica. Ook Matthew Wood (een groot kruidenkenner uit de VS) beschrijft in zijn boek ‘The Book of Herbal Wisdom’ hoe effectief de wortel van de kaardebol is bij de behandeling van de ziekte van Lyme. De belangrijkste redenering hierbij is dat kaardebolworteltinctuur een reinigende en antispirochetale werking heeft. Hierbij speelt de Herxheimer-reactie een cruciale rol. Deze reactie blijkt ook voor te komen bij Lyme-Borreliose. De Herxheimer-reactie wordt veroorzaakt door het afsterven van bacteriën waarbij vermoedelijk antigenen, stukjes bacteriën die het immuunsysteem prikkelen, en toxines vrijkomen die het lichaam niet zo snel kan uitscheiden. In een ander boek “Practical Herbalism” beschrijft dr. Philip Fritchey dat er over de kaardebol, hoewel het grotendeels een ongedocumenteerde kruid is, veel te leren valt. Volgens hem is het kruid juist nu belangrijk omdat het in de VS bijna precies parallel loopt met de toename van Lyme. Zijn verklaring is dat “God de oplossing biedt voor al onze beproevingen, en de oplossing altijd dicht bij de hand is – als we leren zoeken”. Dit kruid zou dan de oplossing zijn. Zo zijn er meerdere websites in Nederland die soortgelijke dingen zeggen: kaardebol als het wondermiddel tegen Lyme, en dat is het niet.

Een waarschuwing is hier echter op zijn plaats, omdat er nergens een verwijzing is naar een stof of onderzoek in de kaardebol die deze anti-spirochetale werking zou kunnen verklaren. Het enige wat specifiek benoemd wordt is de glycoside “scabiodise” door Wolf-Dieter Storl. Het is jammer dat verder niemand in de wetenschap deze glycoside beschrijft. Het lijkt dan eerder op een aanname die inspeelt op het probleem van Lyme. Een andere stof die genoemd wordt is “lamine”, deze blijkt ook regelmatig terug te komen. Maar deze (vermoedelijk een eiwit) is niet gedocumenteerd. Er is wel een onderzoek geweest naar de groeiremmende activiteit van lipofiele uittreksels uit de Dipsacus sylvestris. Er werd gebruik gemaakt van de extractie van de wortels van Dipsacus sylvestris op basis van 70% ethanol, ethylacetaat en dichloormethaan. Het extract werd opgelost in water (lipofiele extracten met toevoeging van polysorbaat 80) en getest op hun werking tegen Borrelia burgdorferi in vitro gedurende een periode van acht dagen met behulp van amoxicilline als standaard. Het hydro-ethanol-extract vertoonde geen groeiremming en er was geen significante groeiremmende activiteit. Een remming werd wel gevonden in het ethylacetaat-extract. Maar het effect van polysorbaat 80 op de bacteriële groei is te verwaarlozen. Ondanks deze bevindingen blijkt de kaardebol in de praktijk te beschikken over een unieke manier om de spirocheten te vinden en ze de bloedbaan in te sturen, waar je ze dan vervolgens (in combinatie) met andere medicijnen kunt aanvallen en verzwakken of uitroeien.

 

Verklaring van de werking van kaardebol

Belangrijk is om te onderzoeken of de inhoudstoffen van de kaardebol mogelijk antwoord kunnen geven op de andere beweerde eigenschappen. Een bepaald effect kun je wel inschatten vanuit bekende stoffen. Van de ongeveer twintig soorten kaardebollen in Europa, Azië en Afrika zijn tot nu toe 89 inhoudsstoffen geïsoleerd. Bèta-methyl-glucoside, cafeïnezuur, calcium, cantleyoside, chlorogenic-acid, iridoids, ijzer, isovitexin-7-glucoside, linolzuur, oreolzuur, palmitinezuur, fosfor, kalium, eiwit, saponaretin-7-glucoside, saponine, scabioside, stearinezuur, sweroside, sylvestroside-III, sylvestroside-IV en tannine (5)..

We weten dat kaardebol traditioneel gezien wordt gebruikt om aandoeningen zoals wratten en kankerachtige zweren (Chevallier, 2000) te behandelen. De wortel is zweetdrijvend en diureticum (Chiej 1984). Een infuus van kaardebol versterkt de maag , stimuleert de eetlust, verwijdert afvalstoffen uit de lever en kan daarom worden gebruikt bij de behandeling van geelzucht (Grieve, 1996; Chevallier, 2000). Zoals we gelezen hebben wordt het homeopathisch geneesmiddel gebruikt bij de behandeling van huidziekten (Chiej, 1984). Wat we ook weten zijn de positieve werkingen van een aantal stoffen in de kaardebol. De belangrijkste worden hieronder vermeld.
Cafeïnezuur is een natuurlijk organisch antioxidant dat voorkomt in veel planten en vruchten, waaronder koffiebonen. We weten o.a. van de cafeïnezuur antioxidanten dat deze essentieel zijn bij het voorkomen van ziekten zoals kanker en hartinfarcten. Ook de hydroxykaneelzuren zijn een groep van fytonutriënten die tal van voordelen biedt aan de mens. Met name ook in de strijd tegen vrije radicalen.
Iridoid Glucoside heeft de eigenschap bitter te zijn. Deze bittere eigenschap stimuleert de afgifte van gastrine in het spijsverteringsstelsel, dat op zijn beurt de afscheiding van gal en andere digestieve chemicaliën stimuleert. Bovendien hebben Iridoid Glucosiden laxerende en antibacteriële eigenschappen en tevens een anti-inflammatoire werking, hoewel zwak. Maar het voornaamste gebruik van de kaardebol is gelegen in de sterke samentrekkende werking. Het is daarom ook effectief bij de behandeling van diarree. Tegelijkertijd kan de kaardebol helpen bij het verbeteren van de eetlust en is het nuttig bij het genezen van geelzucht. Hoewel er geen exact bewijs is bestaat er een nauwe relatie tussen dit kruid en de distelfamilie en is het een bekende glucoside in de duivelsklauw. Daarmee is wel onderzoek gedaan en de ributen blijken voor therapeutisch gebruik de moeite waard. Ook in de Gentianelle alborosea zitten iridoid glycosiden, en dit kruid wordt officieel o.a. gebruikt om de galafscheiding te stimuleren, de spijsvertering te verbeteren en vermindering van cholesterol in het bloed te bewerkstelligen.
Oleanolic zuur, ook genoemd oleanolzuur, is een een pentacyclische triterpenoid-verbinding die je heel veel tegenkomt in het plantenrijk. Het is niet-toxisch. Het is bekend dat oleanolzuur antitumor en antivirale eigenschappen heeft. Het is zeer effectief in het beschermen tegen chemisch geïnduceerde leverschade. Omdat het niet-toxisch is wordt het veel gebruikt in cosmetica en gezondheidsproducten. Het beschermt de huid tegen vrije radicalen en helpt het om in een goede conditie te blijven. Van oleanolzuur is ook sinds lang bekend dat het ontstekingremmende en antihyperlipidemische eigenschappen heeft. Recentelijk is beweerd dat het antitumoreffecten heeft, wat aanvullend onderzoek op dit gebied bevordert.
Inuline is een fermenteerbare, prebiotische vezel die door ons lichaam niet verteerd kan worden. Wanneer je voedsel eet dat inuline bevat, dan transporteert ons lichaam de inuline richting de dikke darm waar het wordt gebruikt door de microflora in de dikke darm. Inuline is gezond; het kan helpen bij diabetes (type twee), omdat het gaat om een polysacharide die de bloedsuikerspiegel niet verhoogt. Inuline zorgt er tevens voor dat het lichaam niet teveel vetten aanmaakt, wat erg gunstig is tegen de strijd tegen overgewicht.
Tannines zijn polyfenolen waaronder bijvoorbeeld looizuur. Deze stof is van invloed op de smaak, kleur en structuur van onder andere wijn, thee, cacao, chocolade, koffie, en sommige kruidenpreparaten, druiven en bepaalde vruchten zoals bramen en veenbessen. Hun eigenschappen zijn opmerkelijk, maar niet volledig begrepen. De meeste tannines bestrijden diarree en sommige beschermen tegen hartziekten en kanker. De term tannine verwart mensen vaak, want er zijn verschillende tannines die onderling sterk variëren.
De meeste van hen zijn polyfenolen, terwijl enkele andere antioxidanten zijn:
1. Antioxidanten beschermen tegen hart- en vaatziekten.
2. Voorkomen kanker door het voorkomen van cellulaire schade.
3. Polyfenolen zijn onderzocht op hun potentiële voordelen voor onze gezondheid.
4. Polyfenolen in druiven worden resveratrol genoemd, in groene en zwarte thee catechine.

Eigenschappen
De belangrijkste werking van de kaardebol volgens de ervaring van de traditionele geneeskunde, met name de biologische kaardebol, zijn de volgende:
• antibacterieel, antischimmel → afgeleid van de werking tegen infectieziekten, wonden, huidziekten en diarree;
• bloedreinigend, diureticum, zweetdrijvend → ontgiftend, lever- en niertonicum → jicht, geelzucht, leverziekte, oedeem;
• ontstekingsremmend → hoofdpijn, reuma, artritis, jicht, inflammatoire huidaandoeningen;
• spijsverteringstonicum → maag, gal, spijsverteringszwakte.

Conclusie

De belangrijkste conclusie over de kaardebol is dat het weinig gebruikt wordt in de moderne kruidengeneeskunde. Hoewel de kaardebol of ‘Cameleon’, al is afgebeeld in een aantal middeleeuwse kruidenmanuscripten, met inbegrip van de Herbal van Apuleius Platonicus. De vijftiende-eeuwse Herbarius Latinus vermeldde ook al dat de plant een sterk diureticum was. En ondanks dat volgens de Romeinse natuurgeschiedschrijver Plinius, die de plant de labrum Veneris of “Venus lip” noemde en de kaardebol cosmetische en genezende krachten toeschreef, blijven de bronnen en onderzoeken in het algemeen achter. Misschien heeft het te maken met het feit dat volgens het boek Genesis, distels en doornen niet in de Hof van Eden bestonden, maar ontstonden toen God de aarde vervloekte nadat Adam en Eva hadden gezondigd… Toch zou een vergelijkend onderzoek, waarin Grieks-Romeinse, Chinese en Ayurvedische medische scripts naast elkaar worden bestudeerd boeiend en verhelderend zijn. Niet voor niets komt het binnen al deze tradities voor. De kaardebol heeft zeker meer genezende eigenschappen dan tot nu toe uit onderzoek naar voren zijn gekomen.
© Ed van der Post
Bronnen en referenties
1. From Healthkeepers Magazine, Vol. 8, Issue 2 (Spring, 2006) “Ask an Herbalist” – Philip Fritchey, M.H., N.D., CNHP
2. PubMed. Pharmazie. 2011 Aug;66(8):628-30. Growth inhibiting activity of lipophilic extracts from Dipsacus sylvestris Huds. roots against Borrelia burgdorferi s. s. in vitro.
3. Zhang Y, Kiyohara H, Matsumoto T, et al. Fractionation and chemical properties of immunomodulating polysaccharides from roots of dipsacus asperoides. Planta Med October 1997;27:393-99.
4. PMC: Ther Adv Infect Dis. 2016 Jun; 3(3-4): 75–82. The anti-borreliae efficacy of phytochemicals and micronutrients: an update Anna Goc and Matthias Rath
5. http://www.awl.ch/heilpflanzen/dipsacus_fullonum/index.htm, Reference: Dr. Duke’s Phytochemical and Ethnobotanical Databases. [Online Database]
6. http://www.naturalmedicinefacts.info/plant/dipsacus-fullonum.html
7. Gunther, Robert T., ed. The Greek Herbal of Dioscorides Translated by John Goodyer 1655. 1934. Reprint. New York: Hafner Publishing, 1968.

DELEN