DELEN
Invloed van eiwitten betrokken bij circadiane ritmes en DNA

CHRONOBIOLOGIE

De meeste mensen zijn zich er niet bewust van dat ziektebeelden sterk beïnvloedt kunnen worden door onze biologische klok. De kennis hiervan kan echter een belangrijke bijdrage leveren aan het omgaan met bepaalde aandoeningen, en het behandelen van klachten. In dit artikel helpen we u daarbij op weg.

Wat zijn circadiane ritmen?

Circadiane ritmen zijn endogeen bepaalde cycli van ongeveer 24 uur. Deze cycli worden in veel fysiologische en psychologische ritmen gevonden, zoals het slaap-waak ritme, kernlichaamstemperatuur, bloeddruk, het uitvoeren van taken en hormoonproductie. Circadiane ritmen worden in zoogdieren gegenereerd en onderhouden door een biologische klok waarvan het hoofdbestanddeel wordt gevormd door cellen in de suprachiasmatische kernen of nuclei (SCN). Naast de SCN worden er ook perifere circadiane oscillatoren in het menselijk lichaam gevonden, die min of meer onafhankelijk van de SCN werken. Deze oscillatoren zijn onder andere aangetoond in de lever, skeletspieren en testis en staan allemaal onder invloed van de SCN (Lamont et al., 2007). Om het circadiane systeem gelijk te laten lopen aan de 24-uurs dag, moeten de SCN zich elke dag aanpassen of ‘resetten’.

Epilepsie

Veel ziektebeelden hebben een tijdritme. En deze ritmes kunnen worden verstoord door diverse factoren. Recentelijk is er weer een onderzoek afgerond waaruit blijkt dat biologische klokken steeds meer een factor zijn waar rekening mee moet worden gehouden. (Circadian rhythmicity and epilepsy: the significance of chronobiological time). In deze studies is de interactie tussen circadiane ritmiek en epilepsie onderzocht. Zo kwam uit het onderzoek naar voren dat epileptische aanvallen in een bepaald 24-uursritme voorkomen. Patiënten kunnen hun aandoening beter onder controle krijgen met deze kennis over de samenhang tussen de biologische klok en epileptische aanvallen.

Depressie

Uit een ander onderzoek bleek dat veel mensen die aan een depressie lijden, een ontregelde biologische klok hebben. Uit wetenschappelijk onderzoek weten we dat zelfs 90% van de mensen met een depressie een ontregelde biologische klok heeft. Een verstoord slaap-waakritme, een van de belangrijkste symptomen van depressie, is een voorbeeld van een afwijkend biologisch ritme, dat door veel depressieve mensen als zeer vervelend wordt ervaren. Ze hebben problemen met inslapen op het moment dat ze naar bed gaan of ze worden ’s ochtends heel vroeg wakker. Overdag zijn ze veel minder alert en vaak erg vermoeid. Een verstoord slaap-waakritme kan op den duur ook van invloed zijn op het denkvermogen en het functioneren van het immuunsysteem. Eén specifiek gen voor onze interne klok, zo blijkt uit Amerikaans onderzoek, is bij mensen met een geschiedenis van depressiviteit véél actiever dan bij mensen zonder zo’n verleden. Een dergelijke extra activiteit betekent meestal een verstoring van het normale ritmische verloop van activiteiten in een etmaal.

Cellen weten hoe laat het is

Cellen zijn de basis van het leven. Alle levensprocessen spelen zich af in en door cellen. Eén van de verbazingwekkende eigenschappen van cellen is dat ze weten hoe laat het is. Dat wij zelf in ons lichaam een ‘biologische klok’ bezitten, weten we al lang. ’s Nachts functioneert ons lichaam anders dan overdag: we hebben behoefte aan slaap. Op een zeker moment wordt het bijna onmogelijk wakker te blijven. Ongelukken door menselijke fouten gebeuren vooral aan het eind van de nacht (Tsjernobyl, Exxon Valdez) op een tijd dat een mens biologisch gezien hoort te slapen. Dat koorts aan het eind van de middag het hoogst is, was ook al lang bekend, maar vooral door het steeds meer en snel reizen over grote afstanden kregen steeds meer mensen last van een ‘jetlag’, die vooral optreedt omdat de verschillende ‘klokken’ in ons lichaam verschillend reageren op het tijdverschil. Het kan wel een week duren voor ze weer gelijk lopen. We hebben namelijk een groot aantal klokken in ons lichaam. Misschien heeft wel elke cel zijn eigen uurwerkje. De problemen met de jetlag heeft het onderzoek naar biologische klokken – de chronobiologie – sterk gestimuleerd. Ook in verband met mogelijk lange ruimtereizen wordt veel onderzoek gedaan: hoe reageert het lichaam als het jarenlang niet meer bloot staat aan het aardse 24-uursritme?

Homeostase en de biologische klok

Homeostase is een systeem dat het organisme tot op zekere hoogte onafhankelijk maakt van de omgeving. Natuurlijk moet ieder levend wezen zich tegelijk ook aanpassen aan zijn omgeving. Heel veel levensprocessen verlopen aangepast aan het dag- en nachtritme of het ritme der seizoenen. Dit is niet zo vreemd: het leven heeft zich ontwikkeld op aarde en is dus vanaf het allereerste begin onderhevig geweest aan het dag- en nachtritme. Organismen zijn daar zelfs vaak (of altijd?) zo op ingesteld, dat ze die aanpassing al bij voorbaat geregeld hebben: biologische klokken zorgen dat de dingen keurig op tijd gebeuren. Als homeostase een fundamenteel kenmerk van het leven is, is het bezitten van een biologische klok dat vermoedelijk evenzeer. Een organisme kan zijn homeostase het best handhaven als het zich tijdig voorbereidt op de verandering die op komst is. Dus: wakker worden voor het moment dat er naar voedsel gezocht kan worden (vogel), de bladeren uitspreiden voor het echt licht is zodat de fotosynthese direct kan beginnen (plant), enz. Het kan van levensbelang zijn om voor de verandering begint klaar te zijn: de ogen van vissen hebben ongeveer 20 minuten nodig om zich aan te passen als het licht wordt (of als het donker wordt). Als dat aanpassen pas begint nadat het licht is geworden, kan de vis mogelijk een prooi mislopen, of niet zien dat er een belager aan komt en zelf prooi worden.

Chronobiologie

De chronobiologie houdt zich bezig met het onderzoek van de biologische ritmen. Men onderscheidt drie typen van ritmen:

→ Ultradiane ritmen

Dit zijn ritmen die korter zijn dan een dag. Deze kunnen variëren van duizendste van seconden (zoals de impulsen van zenuwcellen) tot de hartslag (circa een seconde) tot de periode van ongeveer 90 minuten van de afwisseling van diepe slaap en REM-slaap in de normale slaapcyclus.

→ Circadiane ritmen

Dit zijn ritmen die zoals de naam zegt, ongeveer een etmaal duren. Hieronder vallen het slaap/waakritme, de lichaamstemperatuur, maar ook de gevoeligheid voor pijn en alcohol, de reactiesnelheid, de gehaltes van allerlei hormonen in het bloed, enz. Heel veel verandering die in planten en dieren dagelijks optreden gebeuren ongeveer elke 24 uur. het ‘circadiane’ ritme is het bekendste en waarschijnlijk meest algemene inwendige ritme van zeer veel organismen. In normale omstandigheden wordt deze klok dagelijks bijgesteld aan de hand van licht en donker of – bij onze soort – van sociale signalen. Men heeft inmiddels zo’n honderd processen in ons lichaam ontdekt die hun eigen ‘klok’ hebben.

→ Infradiane ritmen

Dit zijn ritmen die een langere tijdspanne hebben dan een etmaal. Het bekendst is natuurlijk de vrouwelijke cyclus, die vaak wordt gekoppeld aan de maancyclus. Maar er is geen enkele aanwijzig voor een verband met de maan. Andere zoogdieren hebben een cyclus van bijvoorbeeld drie weken of 9 dagen, wij toevallig van 28 dagen. Verder horen tot de infradiane ritmen ook jaarlijkse ritmen zoals de vogeltrek. Er zijn er ook van enkele dagen. Men heeft bijvoorbeeld niet alleen bij de mens maar ook bij diverse dieren (o.a. insecten en zelfs paddenstoelen!) een weekritme gevonden: bij mensen in volledige isolatie treedt een activiteitsritme op variërend van 5 tot 9 dagen. Onze week is dus niet zomaar een erfenis van de joodse cultuur, maar heeft een biologische basis. Het immuun­systeem heeft bijvoorbeeld een duidelijk weekritme.

De maancyclus heeft duidelijk invloed op het leven op aarde, maar waarschijnlijk minder dan veel mensen graag geloven. Dat zeedieren hun voortplanting regelen aan de hand van volle of nieuwe maan (oesters, sommige zeewormen) lijkt een praktische oplossing, om te zorgen dat de ei- en zaadcellen tegelijk in het water terechtkomen. Waarschijnlijk reageren ze meer op springtij dan op het maanlicht zelf. Dat sommige nachtdieren een duidelijk maanritme hebben, heeft te maken met het feit dat ze op maan­lichte nachten niet veilig zijn en dus alleen als er geen maanlicht is voedsel zoeken. Dan kom je vanzelf op een maandelijks ritme uit. Of zoiets voor de mens ooit gold is niet bekend. De vrouwelijke cyclus duurt wel ongeveer even lang als de maancyclus, maar is niet gebonden aan een bepaalde maantoestand. Dat baby’s vooral met volle maan geboren worden is bewezen onzin, althans in onze westerse maatschappij. Of het in primitievere samenlevingen zo is, is bij mijn weten nooit onderzocht.

Slaaptijden

Tot het eind van de negentiende eeuw zullen de meeste mensen zich wat hun activiteit en hun slaaptijden meestal aan het natuurlijke ritme hebben gehouden. Men had wel kaarsen of olielampen, maar daar kon je niet echt veel bij doen. Door de uitvinding van de gloeilamp is de mens veel minder gaan slapen. Halverwege de 19e eeuw sliepen volwassen mensen negen à tien uur per nacht, nu zeven. Sommige mensen zien daarin de oorzaak van allerlei problemen van onze tijd. Nog steeds zie je in het hoge noorden dat mensen er ’s zomers veel minder slapen, ook kinderen tot zeer laat buiten spelen, zonder er last van te hebben. In de poolnacht blijven ze daarentegen soms dagenlang in bed. Winterdepressies komen daar ook veelvuldig voor. In onze moderne maatschappij wordt het dag-en-nachtritme vrijwel uitgeschakeld. In Amerika zijn de winkels 24 uur per dag open. Veel mensen werken in ploegendiensten. Ook bij ons lijkt de 24-uurs-economie er aan te komen.

De vraag is of we ongestraft ons natuurlijke slaapritme kunnen negeren. Dat mensen bij het ouder worden minder slapen, vaker wakker worden, vaak moeite hebben met in slaap komen, heeft deels te maken met het minder goed functioneren van hun biologische klok, maar ongetwijfeld ook met hun levenswijze; ze komen vaak weinig buiten, waardoor er continu melatonine in het bloed blijft, waardoor men dag en nacht wat suffig is. Een lichtbehandeling of meer buiten zijn blijkt dan zeer effectief.

 Cycli in ons lichaam

 Het is duidelijk dat de vrouwelijke cyclus veel invloed heeft op allerlei processen in het lichaam van vrouwen, zoals vatbaarheid voor infecties. De maandelijkse cyclus is vaak gebruikt om aan te tonen dat vrouwen minder geschikt zijn voor bepaalde functies, omdat vrouwen in bepaalde fasen van de cyclus minder toerekeningsvatbaar zouden zijn. Aangetoond is dat het reukzintuig het gevoeligst is rond de ovulatie en dat ruimtelijk inzicht op dat moment juist iets minder goed is, maar deze schommelingen zijn minimaal. Inmiddels is overigens aangetoond dat ook mannen een maandelijkse cyclus hebben, bijvoorbeeld in sommige hormonen, baardgroei, omvang van de prostaat e.d. Mannen hebben overigens een vrij sterke dagelijkse cyclus in hun testosteronspiegel, die grote invloed heeft op hun alertheid e.d. In het organisme zit weliswaar een eigen klok (en zelfs meerdere) maar die loopt zoals we gezien hebben, niet exact op 24 uur. Het licht gebruiken we om onze klok dagelijks weer gelijk te zetten, maar ook andere dingen als regelmatige etenstijden e.d. kunnen als ‘Zeitgeber’ fungeren. Dit maakt het mogelijk om ook af te wijken. Als het schema al te star zou zijn, zouden we niet in staat zijn om ook eens ‘s nachts op te blijven als dat nodig is, of extra vroeg op te staan. Alleen al het aanpassen aan de verschillende daglengten door het jaar maakt flexibiliteit noodzakelijk. Merkwaardig is dat de ritmen van diverse organen in hetzelfde lichaam niet gelijk zijn. De bijnieren hebben een eigen dag van minder dan 24 uur en de lever juist één van meer. Zonder dagelijkse ‘Zeitgeber’ zouden de organen steeds minder synchroon gaan lopen, zodat bijvoorbeeld honger zou optreden op het moment dat men nog slaapt.

Maal-tijden

Onze stofwisseling is niet een simpel sommetje waarmee je kunt uitrekenen of je aankomt of afvalt op grond van de calorieën die je verbruikt en hoeveel je eet. Het maakt duidelijk verschil op welke tijd iemand zijn of haar maaltijden gebruikt. Een groep proefpersonen kreeg in een experiment een week lang dagelijks 2000 calorieën, maar de helft kreeg alles als ontbijt en de andere helft kreeg alles als avondeten, en de volgende week andersom. Als ze in de ochtend aten, vielen ze een pond af en als ze hetzelfde ’s avonds aten, kwamen ze een pond aan. ‘s Ochtends hebben we behoefte aan koolhydraten, die snel worden omgezet in energie voor de dag. In de avond wordt het voedsel voor een deel omgezet in reserve en hebben we meer behoefte aan eiwitten voor de herstelprocessen, die vooral ‘s nachts plaatsvinden. Ook de groei gebeurt in de nacht. Dit staat in verband met de hormonen die in het bloed hun eigen cyclus vertonen: cortisol en noradrenaline hebben hun hoogtepunt in de ochtend, serotonine juist in de avond. Groeihormoon wordt alleen ’s nachts aan het bloed afgegeven.

Tot voor kort dacht men dat het eten op vaste tijden een menselijk, door cultuur bepaald verschijnsel is. Daarnaast zouden dieren eten als het lichaam behoefte krijgt aan voedsel, bijvoorbeeld door een dalend glucosegehalte van het bloed, en slapen als het moe is. Dat blijkt echter niet zo te zijn. Goudhamsters eten gedurende het hele etmaal telkens een korte periode. Als ze 12 uur per etmaal geen toegang tot voedsel hebben vermageren ze sterk en verhongeren tenslotte: ze zijn niet in staat om tijdens de 12 uur dat er voedsel is vaker of meer te eten. Dieren eten niet pas als ze honger hebben, maar op vrij regelmatige, vaste tijden. Als een rat voedsel wordt onthouden gedurende 14, 25 of 42 uur, eet hij na 25 uur wel extra veel, maar na 14 of 42 uur niet, want dat moment valt op een tijd dat hij normaal niet eet.

Operaties, medicatie en tijd

We zouden ’s morgen maar beter in bed kunnen blijven, want het is dan levensgevaarlijk: de meeste hart- en herseninfarcten vinden plaats in de ochtend, niet lang na het opstaan. Allerlei ziekten vertonen duidelijke ritmen (reuma, migraine, astma e.d.), maar ook het effect van behandelingen blijkt daar sterk van afhankelijk: als een vrouw met borstkanker in de tweede helft van de cyclus wordt geopereerd, is de kans 25% dat de kanker terugkomt, als de operatie in de eerste helft plaatsvindt 37%. Toch wordt hier nog lang niet altijd rekening mee gehouden bij het plannen van de operatie. Het effect van medicijnen kan ook sterk samenhangen met de tijd, waarop ze geslikt worden. Zowel de effectiviteit als de mate van bijwerkingen kunnen sterk variëren afhankelijk van de tijd van innemen. Men begint langzaam meer inzicht in deze ritmen te krijgen, maar artsen vinden het meestal maar lastig om hierop te letten.

Waar zit onze biologische ‘klok’?

De term ‘biologische klok’ kende men al lang. Maar nu weten we ook waar die klok zit: het is een minuscuul stukje hersenweefsel (circa 20.000 cellen groot) vlak boven het chiasma opticum (de plek waar de oogzenuwen elkaar kruisen). De supra­chiasmatische kern (of nucleus, kortweg SCN) is niet groter dan een kwart kubieke millimeter. Doordat deze zo dicht bij de oogzenuw zit krijgt hij directe informatie vanuit de ogen. Bij baby’s is de kern nog niet ‘klaar’ zodat ze nog geen duidelijk ritme hebben; bij oude mensen sterven hersencellen af, ook in dit gedeelte, zodat het ritme weer slechter werkt. Vooral bij dementie geeft dit vaak problemen.

Hormoonritmes

Onderzoek aan hersenen van in het ziekenhuis overleden patiënten heeft laten zien, dat de supra­chiasmatische kern er overdag anders uitziet dan ‘s nachts en in de herfst anders dan in het voorjaar. Vasopressine, een eiwit dat vooral bekend is als het hormoon dat de bloeddruk regelt (vandaar de naam), is tevens een neurotransmitter. Deze stof valt niet direct na het overlijden uit elkaar. De stof is in de hersenen goed aantoonbaar en de hoeveelheid blijkt sterk te variëren: het aantal cellen dat vasopressine produceert is overdag anderhalf maal zo groot als ‘s nachts, en in de herfst twee en een half tot driemaal zo groot als in het voorjaar. Bij jongeren is die fluctuatie bovendien veel groter dan bij mensen boven de vijftig. Deze fluctuaties blijken samen te vallen met andere fluctuaties, bijvoorbeeld het aantal uren slaap per etmaal. Dit is in de herfst het hoogst en in mei/juni het laagst. Het testosterongehalte is juist in het voorjaar laag en loopt op in de herfst, en is in de ochtend laag en tegen de avond hoog (bij jonge mannen; bij ouderen is het veel constanter). De biologische klok regelt dus naast het slaap- en waakritme ook de voortplantingsfunctie. Bij dieren is dat logisch. Hun voortplanting is immers seizoensgebonden. Het is belangrijk dat de jongen voldoende voedsel vinden op het moment dat ze voor zichzelf moeten zorgen. Het tijdstip van de geboorte hoeft niet in een tijd van overvloed plaats te vinden, maar wel het moment van spenen. Zo worden (ijs)beren geboren in het ongunstigste seizoen, het begin van de winter, maar als de jongen uit hun hol naar buiten komen, is het voorjaar en als ze beginnen zelf voedsel te zoeken, is het volop zomer.

Ritme van cellen

De cellen van de SCN hebben elk hun eigen ritme: als ze op een medium worden gekweekt houden ze dat. Er zijn zelfs cellen gevonden (niet uit de SCN) die na 30 jaar in een medium gekweekt te zijn nog steeds een 24-uursritme bezitten. De SCN krijgt informatie uit het oog, niet uit de waarnemingen door staafjes en kegeltjes, maar uit speciale cellen in de ganglionlaag, die pas kort geleden ontdekt zijn. Iemand die blind is door schade aan de visuele cortex heeft nog een normaal circadiaan ritme, aangepast aan de werkelijke tijd, maar wanneer de ogen afwezig zijn, of de oogzenuw is doorgesneden, is er alleen het inwendige ritme (bij alle zoogdieren). Bij zoogdieren is ongeveer 1% van de lichtgevoelige cellen geen staafje of kegeltje, maar een ganglioncel die licht waarneemt voor de SCN. Bij vogels en reptielen zijn lichtgevoelige cellen in het brein zelf aanwezig die de ‘Zeitgeber’ kunnen waarnemen.

Melatonine

De seizoensinvloeden komen vermoedelijk tot stand via de epifyse (pijnappelklier) die melatonine produceert. Bij reptielen en vogels werkt de epifyse als zogenaamd ‘derde oog’ en is direct beïnvloedbaar door licht. Bij zoogdieren gaat dit via de ogen. Als het donker wordt, begint de melatonineproductie, en als het licht wordt stopt deze. Dus hoe langer de nacht, hoe meer melatonine. Men vermoedt dat melatonine de biologische klok beïnvloedt en dat de biologische klok op zijn beurt de hypothalamus en via deze de hypofyse aanstuurt. De hypofysehormonen regelen de stofwisseling, maar ook de geslachtsklieren. Hoe meer melatonine, hoe minder actief de biologische klok en hoe zwakker de activiteit van de geslachtsklieren. Dit verklaart waarom Eskimovrouwen in de winter niet of nauwelijks ovuleren en menstrueren. Men zoekt daarom ook naar mogelijkheden om melatonine als anticonceptiepil toe te passen.

Men kan de biologische klok dus wel direct beïnvloeden. Beter is het dit indirect te doen via fel licht: mensen in ploegendienst hebben minder slaapproblemen als ze tijdens de nachtdienst onder zeer fel licht werken. Ook Alzheimerpatiënten, waarbij de klok minder goed werkt, kunnen een beter slaap-waakritme terugkrijgen, als ze aan zeer fel licht worden blootgesteld. Ze worden daardoor ook minder onrustig. Als mensen langdurig aan een ander dag-nachtritme worden blootgesteld dan het aardse 24-uursritme blijken ze daar niet goed op de reageren. Mensen die langdurig in de ruimte verblijven krijgen na drie maanden problemen: slecht slapen, vermoeidheid, enz. Op Mars is een etmaal iets langer dan hier en het licht is er geler dan op aarde. Onze fotoreceptoren reageren vooral op het blauwe deel van het spectrum. Chronobiologen denken dan ook dat langdurig verblijf op Mars wel eens desastreus zou kunnen zijn. Een argument om de plannen voor Marsreizen maar te laten varen?

Bacteriën met klok

Tot 1986 geloofde niemand dat bacteriën ook over een biologische klok zouden kunnen beschikken. Ze leven immers maar heel kort: een half uur tot enkele uren, in elk geval korter dan een etmaal. De ‘levensduur’ van een bacterie (of andere eencellige die zich vermenigvuldigt door deling) kan echter niet vergeleken worden met die van een meercellige, die zich al dan niet geslachtelijk voortplant. Een cel die zich deelt gaat niet dood maar leeft voort in de beide dochtercellen. Toen ontdekt werd dat in cyanobacteriën overdag fotosynthese en ’s nachts stikstofbinding plaatsvindt, realiseerden onderzoekers zich dat ook deze organismen over een klok moeten beschikken. De cyanobacteriën (blauwwieren), die behoren tot de alleroudste en ‘primitiefste’ levende wezens, hebben dus een biologische klok, en dat moet al meer dan drie miljard jaar het geval zijn. Deze organismen produceren zuurstof door middel van hun bladgroen, maar ze kunnen ook atmosferische stikstof binden, doordat ze beschikken over het enzym nitrogenase. Alle levende wezens hebben gebonden stikstof nodig (voor de opbouw van o.a. eiwitten), maar andere levensvormen dan bacteriën bezitten dat enzym niet en zijn daarvoor dus afhankelijk van bacteriën. Dit enzym verdraagt echter geen zuurstof. De bacteriën hebben daar een oplossing voor: overdag doen ze aan fotosynthese en ’s nachts aan stikstofbinding. Er zijn ook soorten die dit probleem hebben opgelost door beide processen in aparte compartimenten te laten plaatsvinden.

Evolutie van de klok

Het bestaan van biologische klokken bij bacteriën maakt het onderzoek gemakkelijker. Bij bacteriën is het nu eenmaal gemakkelijker om mutaties aan te brengen. Dit maakt het mogelijk te onderzoeken hoe het systeem werkt. Er zijn diverse mutanten gevonden, waarbij het ritme afwijkend is: een circadiaan ritme van 16 tot 60 uur. Er is dus een genetische basis voor de klok. Inmiddels zijn verschillende genen geïsoleerd die verantwoordelijk zijn voor de biologische klok. Een klok is een systeem dat regelmatig en voorspelbaar een bepaald effect geeft. De draaiing van de aarde om zijn as en de route van de aarde om de zon zijn in die zin ook klokken. We kennen mechanische klokken (slingeruurwerk) en atoomklokken die gebaseerd zijn op regelmatige oscillaties van bepaalde atomen. Mechanische klokken zijn in levende systemen niet mogelijk, atoomklokken onwaarschijnlijk. Alle levensprocessen gebeuren op de schaal van moleculen, meestal enzymen. Ook de biologische klokken werken hiermee. Als licht invloed heeft op het opbouwen of juist afbreken van het eiwit, kan de klok gelijkgezet worden door belichting, en gaat het systeem bij constant licht of constant donker over op zijn eigen tijdrekening.

Celorganellen als de mitochondriën en de chloroplasten zijn ontstaan uit bacteriën die binnen andere cellen leefden (endosymbiose) en die hun zelfstandigheid hebben opgegeven en onderdeel van die cellen zijn geworden. Dit is nog duidelijk vast te stellen omdat ze een deel van hun eigen DNA hebben behouden. Onderzoekers vermoeden dat dit ook geldt voor sommige andere onderdelen van cellen, maar daarvan is het niet meer na te gaan omdat ze geen eigen DNA meer bezitten. De evolutie van de celklok zou op twee manieren hebben kunnen plaatsvinden:

  •  het klokmechanisme is zeer fundamenteel en oud en door endosymbiose in de ‘moderne’ cellen terechtgekomen.
  •  het mechanisme is zo simpel dat het meerdere malen in de evolutie is ontstaan.

Het is ook mogelijk dat beide processen hebben plaatsgevonden. Planten en schimmels hebben andere klokgenen dan dieren, maar het mechanisme is (voor zover we nu weten) wel gelijk.

 Sinds Darwin weten we dat evolutie een wezenskenmerk van levende wezens is. Sinds enkele decennia dringt het steeds meer door dat homeostase ook zo’n fundamenteel kenmerk van levende wezens is. Ook bij organismen die in eeuwige duisternis leven (zoals grotvissen) blijkt nog altijd een levensritme, dus werkende biologische klokken, aanwezig te zijn. Als we in een levende cel zouden kunnen kijken, zouden we een voortdurende herschikking van moleculen zien, een continu ontstaan en uiteenvallen van moleculen, die met een duidelijke regelmaat op elkaar reageren. Je zou het kunnen vergelijken met fietsen: het gaat goed zolang je in beweging blijft. Zo blijft een cel ook in leven zolang de processen plaatsvinden. Stilstand betekent de dood van een cel. De cel moet vooruitlopen op de veranderingen van de buitenwereld om de homeostase te behouden. Het zou best kunnen dat nu het inzicht ontstaat dat ook het bezit van enige vorm van een biologische klok een wezenskenmerk is van levende wezens.

Elektromagnetische straling

Professor Fritz Albert Popp en medewerkers hebben via hun studies aangetoond dat veel biologische systemen in staat zijn om elektromagnetische golven zoals zonlicht te produceren, te ontvangen en op te slaan. Alle levende organismen – ook de mens – geven als het ware licht door het uitzenden van lichtpakketjes (biofotonen genoemd) met een golflengte tussen 200 tot 800 nanometer. Licht is eigenlijk niet meer dan een electromagnetische straling die verschillende golflengtes kan hebben. Zo reageert cryptochroom van het hele lichtspectrum alleen op blauw licht. Blauw licht is licht met een korte golflengte, ofwel de golf legt weinig afstand af als hij één keer op en neer gaat. Alleen violet en het voor ons onzichtbare ultraviolet licht hebben een kortere golflengte. Infrarood licht, ook niet te zien door de mens, heeft de langste golflengte.

We weten ook dat elektromagnetische straling, zoals veroorzaakt wordt door bijvoorbeeld een DECT telefoon, draadloos internet of een zendmast, slapeloosheid kan veroorzaken. Ook laagfrequente elektrische en magnetische velden (bedlampjes, elektrische wekker, waterbed of elektrische deken) kunnen zorgen voor een slechte nachtrust. We weten dat de aarde zelf een eigen magnetisch veld heeft dat een oscillatie van ongeveer acht cycli per seconde heeft. Wij mensen en al het leven zijn er op gericht om in dit natuurlijke aardveld te leven en het dient als biologische klok voor ons. Als het lichaam wordt geconfronteerd met verwarrende elektromagnetische velden en met het natuurlijke aardveld van acht cycli, zal het geneigd zijn op zijn natuurlijke aardveld van acht cycli te reageren en de ongezonde velden te negeren. In een wetenschappelijke proef werden mensen bestraald met ongezonde verwarrende elektromagnetische verontreiniging. De veranderingen in de bio-elektrische energieën van hun lichaam werden geregistreerd door laseracupunctuur-controleapparatuur. Daarna werden buiten medeweten van de proefpersonen de acht cycli-aarderesonantiegeneratoren ingeschakeld, waarna hun bio-velden weer normaal werden. We weten dan ook dat energievelden (elektromagnetische trillingen) een regulerende en stimulerende werking hebben op alle materie, dus ook op alle processen in ons lichaam. Net als elk deeltje – oftewel materie – buiten ons lichaam, is ook elk deeltje in en van ons lichaam omgeven door een grote hoeveelheid informatie en elektromagnetische velden (energievelden). Het lichaam is dus onderhevig aan veel elektromagnetische vervuiling, waardoor mogelijk de diverse biologische klokken van slag raken. Het herstellen van deze biologische klokken door middel van de bio-energetische en informatieve gezondheidszorg zou misschien wel eens voor heel veel veranderingen kunnen gaan zorgen.

De laatste ontwikkelingen t.a.v. eiwitten en diverse ritme: https://www.imb-mainz.de/research/wolf/research/

© Ed van der Post

 

 

 

 

DELEN